Resultaten voor het trefwoord vogels

lento – enrico lommerte

muziek in mijn hoofd
en de pen schrijft
– cello’s en contrabassen
lamenteren een crescendo –
terwijl de stylo vrolijk wil dartelen
over het papier
eindelijk zonnige lente
wil zingen als vogels vroeg
warmte wil voelen
en delen met iedereen
– violen zetten bij
een zee van snaren
krast door mijn ziel –
de bloemen van de wisteria
half in volle glorie
de geur!
ik drink de atmosfeer
als levenselixer
– dan de sopraan

vanuit het niets
overstijgt zij het huilen
direct naar de zon –
daar vinden wij elkaar
de hemel huilt mee
vogels dalen neer
omvliegen ons
zodat wij niet te hoog stijgen
synthese van twee absoluten

hulploze onschuld grijpt
wij laten rozen dalen
één voor ieder


Bij: Symfonie nr. 3, deel I, Henryk Gorecki

oversteken – martin b

dit is de gouden rivier zonder vogels
dit is de gouden rivier het eindigt in het raam
in het raam sta ik te

dit is de gouden rivier
dit is de gouden rivier het is een kasteel
in het kasteel staart een ridder zonder vogels

daar is hij
daar is hij niet
daar is hij niet meer

dit is de gouden rivier zonder vogels
dit is de gouden rivier waarover hij oneindig droomt
de gouden rivier eindigt buiten mij om in het raam

voor de onbekende vogel – b. vogels

Vogels.
Geen land is er vrij van.
Dat siert de lucht.

We hebben ze in de hand.
Gekortwiekt, gekooid,
met hagel bedonderd,
hun vlucht verstoord.
Vermeld onder wild.

Vrij zijn is van de mens.
Geen vogel die daar aan tilt.

stille vriend – debby visser-neale

Ik jaag de vogels weg die jouw graf bevuilen
jouw naam staat er geschreven, mijn ogen neer
geslagen, met gevouwen handen blijf ik staan.

Jouw steen van blauw graniet doet me huilen
ik buk om dichterbij te komen
en zie hoe
vies, de vogel poep op alle zuilen,
zich ingevreten heeft.

Achter jouw steen een omgekeerde emmer, een
harkje en borstel voor de schoonmaak, een
gieter voor de bloemen, er zit modder op mijn
schoenen.
Ik ga wat water halen uit de kraan verderop
en geef jouw bloemen leven.
Jij was mijn geluk.

heer met hoed – hanny van alphen

flamboyant en extravagant
wandelt, nee schrijdt hij voorbij
neemt even zijn hoed af
voor grijze vogels op de galerij

van het appartementencomplex
tot dat donkere straatje
waar hij ooit strategisch was neergezet
als een tinnen soldaatje

men fluistert, beschimpt en kluistert
hem op fictieve gronden
hij ronselt en raust, hoereert en smoust

voorbij het kruispunt naar lager wal
zwerft over de stoep zijn schaduw
hij neemt hem mee tot hij sterven zal

babi yar – onbezield

doorheen tijd
pijnt mij het mens zijn
zielen schreeuwen;
vergeet niet!
onze laatste traan was voor jullie!
onze laatste adem was voor jullie!

lopen, lopen
het ravijn…
naakt in de septemberzon
gruwelijk speelgoed voor kogels
Satan is los!
het ravijn…
tot de rand gevuld met bloed
tot kadavers vergane lichamen
huizen van de ziel,
nu verlaten

ik ben er geweest
mijn verstand verliet mij
de lucht bezwaard van leed en pijn
betreden deed ik niet
uit eerbied

honderdduizend mensenzielen vermoord

wees stil
luister naar de vogels

vogelvrij – onbezield

vrije vogels doen mij walgen
ik giet dus vitriool bij de boom
is hij dood, hak ik hem om
heeft de vogel geen zitplaats meer
om mij te bekijken en bemokken

rattengif op lokvoer wil ook wel helpen
de neergevallen lijken ruim ik op
ik luister en het is goed…
maar de krengen waarschuwen elkaar:
ga niet in die tuin des doods!

laat ze maar, de omgeving is alert
hun tijd komt nog wel want
als klein duimpje heb ik de buurt in mijn macht!
ze zijn te stom om acht te slaan
te gulzig… maar ze blijven komen…!

vanwaar je atheïsme? – walmzand

er zijn vogels in de Hemel
af en toe vliegt er één naar omlaag
waar ik ben
en beroert

zij laten zich niet leiden
zij kiezen
jou, hem, haar, hen
en mij
een atheïst die gered moet worden?

ik ben God, iedereen is God
God is dood bestaat dus niet

vanmorgen zag ik een zwerm
ik sloeg nauwkeurig gade
hun prooi was een ander
ik hunker vandaag…