Resultaten voor het trefwoord straten

het blauwe uur – jessica bakker

De stad. De langzame en nog stille straten
met de gordijnen dicht en wij die nog zwijgen
onder de lakens. Onze lichamen ademen
de sound of silence
In het blauwe uur

In het blauwe uur dat soms een eeuwigheid lijkt
te duren voor de slapelozen
maar ik, die wijzers lees, krul mij in een bocht
achter huilende ramen van de stad
en vraag me af waarom ik zo lang zocht
Ik geef me prijs en jij krijgt al mijn lelijkheid
er gratis bij. Nu ben je mij zat

De stad. We passen er nog in
we hebben er nog gedronken,
geproost op wat we liever toch vergaten
zoals de mooiste ruzies, tot op ons bot geraakt
Want door merg en been gaat de liefde, nietwaar?
In het blauwe uur

december – p. krauwinkel

De dag kruipt gestaag voorbij

Tanden bijten in de wintertijd

Gelaagd gelach van vreemden
sluipt door de kroeg en vergeet:
waar ik was en hoe ik heten

Buiten wordt de kou mij steeds
vreemder en de mensen op afstand
zijn bezig met hun verval

Ze dwalen door de stad
terwijl ze lachen en zuipen

De wind beukt de ramen
en fluistert de steeds dieper
wordende duisternis

Straks ga ik slapen
en ontwaak ik
in het nieuwe jaar

Als de straten bezaait
en rood zwijgen
over afgelopen jaar.

reservaat – enrico lommerte

is het waar
dat vele
gevluchte luchten
zuchten?

en waar?

ik zie
een hysterische massa
zich als lemmingen
het ravijn in storten

vrijwillig dit keer

gedegenereerde generatie
pyrofielen en kleptomanen
van leefschepen
op ruwe wateren

de straten van Shambhala
verlaten
zo ook de paden
in Eden

bangladesh – b. vogels

ze is acht en over tien jaar
kan je haar nog
op de vuilnisbelt zien lopen
terwijl haar leeftijdsgenoten
uit verveling jurken passen
maar niet kopen

van het hurken in de troep
krijgt ze buikloop
de straten stromen over
van tieners
voor de uitverkoop

haar haren klitten samen
ze snijdt zich aan een blik
uit het zicht van meisjesogen
die langs etalageramen
likken aan de kleur
van een ontstoken zomer

de vierschaer – enrico

laten we vandaag
eens de toekomst
gaan voorspellen

geen gekijk
in drabberige theeblaadjes
of constellaties ontrafelen
nee, het echte werk

vrijwillig bewustvol
laat ik vivisectie toe
waarbij lever
en ingewanden
worden ontleed

ik wil het niet weten
die hoge priester
van het gezamenlijke gelijk
velt het oordeel

hangen tot bijna dood
dan ingewanden op straat geplempt
vierendelen
door de straten sleuren
allemaal openbaar
tot leeringk ende vermaek
van het plebs

liever had ik de bijl
van de voorkennis
oost west zuid noord
mijn rottende vlees
klaagt u aan

door wolken zie ik de zon breken
en jou de eerste steen werpen

angels are crying – calvin smith

Ze verkoopt haar dure lichaam maar
20 euro lijkt weinig, is veel
meer nog dan afgrijselijke liefde
klinken haar koude woorden zachtjes harder
God waarom heeft u mij verlaten
staat zij daar voor de Jumbo
krijg ik korting op de straatkrant

Bruisend water grijpt haar bij de keel maar
haar kind raakt verstrikt in weergaloze golven
meer nog dan de heftigste tsunami’s
verdrinken haar dromen en schatten
waar de straten gek genoeg dansen
staan de engelen te huilen
bid ik maar troosteloos mee

viering van de staat van het koningrijk – enrico lommerte

leven paradeert
doorheen straten
van een stadland
angstbevangen

dwangvlaggen wapperen
boven bloedkasseien
zielen en zaligheden
verkwanselt

kijkogen volgen
binnentranend
eigen geschapen waanzin
van vingerlikkende gulle lach

massagraven haastgedolven
vullingwachtend
niet vermoedende
hoe snel

thuisfront – peter van galen

sluip als een dier de straten in
tot je een en ander bent

ergens wacht men nog op jou

achter je is opgeruimd
nog de kraters en de muren
al verkoopt men er nu wereld
die nooit kleiner was

dan deze vinger op de ruit
van de zoemende bus

alles wat hier leeft heb je zelf begraven,
klopt bij binnenkomst het stof van je jas
en maakt een grap over de NS

achter een deur volgt dezelfde deur

het klootjes getij – piet van der laan

zaterdag zuigt als slijk door de straten
uit alle gaten, gehuchten
langs stadjers die trachten te vluchten
gaat het slijk weer op zoek naar de buit

want het slijm van het land
sleurt haar zakken door straten
vandaag. straten door stadjers verlaten
want de stad verkoopt uit

zaterdag slurpt het schuim door de straten
door winkels, langs tjokvolle rekken
met klotsende oksels en schuimende bekken
naar koopjes op zoek

kort coupe soleil uit de trein
al Kletsend op skai leren laarzen
met hun vadsige aarzen
gebloesd uit de broek

shagjes pielende pappa’s staan buiten
verveeld, naast hun koters die boos staan te huilen
terwijl binnen moeder BH’s pleegt te ruilen
want haar hangtieten bleken te klein

voor McDonald’s, bezwangerde sletjes
van vriendjes die nog van niets weten
staan bellend hun burgers te vreten
‘jij kan echt dus de vader wel zijn!’

zaterdag stuwt het slip door de straten
als een roestig klootjes gemaal
bleek, pokdalig gepeupel. Herestraat helemaal
‘nog een keertje dan, voordat ze sluiten.’

het tij wordt gekeerd door de klok van de toren
de vlaggen verdwenen, het slijk is bezonken
in de Griet worden koopjes beklonken
met schurende dijen en krampige kuiten

het Zaterdag slijk sijpelt sloom langs de luiken
en druipt af naar hun holen en gaten
zes uur, de stad wordt verlaten
op stadjutters na

carnaval – b. vogels

het volk weet met zijn lijf geen blijf

billen puilen uit
borsten barsten los
het bier viert hoogtij
de straten klotsen
de narren kotsen
de stoet steekt de draak
met alle narigheid

een prins gaat met de pluimen lopen