Resultaten voor het trefwoord II

het doorzichtige gelaat van de avond – maaike klaster

I.

Wil je weten hoe het voelt, de pijn
die jouw haat dagelijks veroorzaakt?

Daar kom je nog wel achter
en dan zit ik allang bovenop een heuveltop,
onder een dadel-, vijgen-, appelboom,
uit te kijken over het paradijs, de tuin van God,
van Jahweh, Vishnoe, Allah. Alles.
 
 
II.

Wil je niet weten hoe het voelt om tegelijk vlees en liefde te zijn?
Ik ben beide.
 
 
III.

Nu je over de dag uitkijkt, toont de straat het doorzichtige
gelaat van de avond, de laatste zonnestralen.

Alsof er een fles met ranja lekt en alle limonade
over onze daken stroomt. Alsof ergens een heel groot feest is
en degene die altijd aan ons denkt met uitgestrekte hand van ver
ons allemaal een glas inschenkt.

Met gulle stralen dooft het licht, sijpelt de avond ons leven binnen.
Alsof je het ontwaken ‘s ochtends hebt gedroomd,
want je zwemt zo door het raam naar buiten, dompelt je in
oranje onder, trekt baantjes, maakt rondjes, houdt je adem in
en duikt zo naar de dood omhoog.
 
 
IV.

Hoe ze mijn ziel, mij geest, mijn lichaam vermorzelden.
Hoe mijn hart hen nog steeds in gedachten had.

Hoe ik mijzelf uit die doodskist bevrijd heb
en nooit meer terugkeer
naar de haat waarmee ze mij wilden begraven.

Ik heb lief, dus ik besta.
Vraag maar na.
 
 
V.

Deze planeet zal ik verlaten
zonder schuldgevoel, spijt of schaamte.

Mijn huid, vlees en geraamte
laat ik achter voor de moeder die het maakte
en elk deel terugneemt in haar schoot,
tot iedere dochtercel is opgenomen in de grond
en koolstof uit aarde opnieuw tot leven komt.
Hoe vruchtbaar is een graf.

Er zullen appelbomen groeien waar ik lag.

als je alleen maar nette woorden gebruikt, ben je een goed mens – maaike klaster

I.

Je vrijwillig tot bloedens toe in je reet laten neuken
en dan roepen dat je – boeh boeh – pijntjes hebt.
Smerig wijf.
Niet de seks is vies, maar jij.
 
 
II.

Je zit recht voor m’n neus in je broek te schijten,
terwijl de w.c. hier op de gang is, en zegt dan ook nog
achteraf dat ik degene ben die jou moet helpen je reet af te vegen,

weigert te luisteren naar mijn verhalen terwijl je opzichtig ongemakkelijk, expres zit te persen, laat weten niet te willen weten wie mij zojuist de tanden uit m’n bek heeft geslagen. Juist, dat was jij.

krakatau II – jan holtman

Ze proestte het uit, maar sloeg ook een gilletje, want er zijn mensen
die je dood willen!

Ik ondertussen zette koffie en lette niet op haar, na twee minuten
stilte deze dag,

en toen droeg zij voor en citeerde er vrolijk op los: weet jij wat een
dreigement is? Dat ik je adres heb.

de avonden II (tweede versie) – debby visser-neale

Hij neemt haar mee naar
zijn hotel, daar ligt ze
op het laken
voorlopig aan
het kruis genageld tot
zijn tijd is gekomen

ze streelt zijn intieme delen
en maakt hem vleugel lam
hij heeft haar met zijn hand bewogen
is daarna naar zijn vrouw gegaan

over de waakzaamheid van gras II – ruud poppelaars

Je houdt je vast aan vallende sterren, stenen zomers,
papieren lentes.
 
En de vleermuizen suisden nog wel zo mooi vroeg dit jaar.
 
Reeds bezongen in de groeven van je gezicht de honderd tongen
van de meikever. De dagen opgerold in gonzend licht; en
volgelopen
 
-van zilver- zei je -van titaan- dacht ik. Een novembermeisje
bombastisch wit. Het stond tussen gras te drinken; te verstenen
in kreten met kristal.
 
Een gedroomde roos of een verzwegen haven; kalklijnen verheffen
zich niet om in te verdwijnen.
 
Het is hier dat ik de wereld draag aan de poort van de zee die
opengaat als het hart van de bij. Jij het blad, waartoe alles
beweegt plooit op bed met de dag ertussen
 
en een oude horizon op m’n kussen legt.

de avonden II – debby visser-neale

een bed
en daar lag ze dan
voorlopig aan
de lakens genageld
ze streelde zijn intieme delen
en maakte hem vleugellam
hij heeft haar met zijn hand bewogen
is daarna naar zijn vrouw gegaan

verjaardag II ‘de dag’ – jan holtman

Een zaterdagmiddag, 13 januari. Het regent en het is koud.
Op de radio een weerbericht: plaatselijk kans op ijzel.

Hoor je dat?
Ze strooien heus wel.
Hoe laat moeten we er zijn, uur of negen?
Nee, eerst koffie, acht uur!

Haar parfum overtreft het muffe interieur van de oude Golf.
De ruitenwissers piepen natte sneeuw van het voorruit .
Voor ons doemt een strooiauto op, ik minder gas. We zijn
er bijna, maar het cadeau, de vaas, vergeten.

Het geeft allemaal niets, onze jassen mogen gewoon
aan de kapstok. Na de koffie en het gebak is het zover.
De schaal met hapjes, de toast op de jarige, het glas,
de oude verhalen, de wanprestaties van het elftal…

Ik leeg mijn blaas met huppelwater op het toilet van
haar zus, alwaar ook mijn naam prijkt. Sierlijk met
een vulpen geschreven.

drie distichons II – jan holtman

C1000

Morgen weet ik het, zegt ze
Alice, baliemedewerkster

Keukentafel

te koop aangeboden
zeer doorleefde keukentafel

Gehoor

bij geen gehoor gelieve
niet nogmaals te bellen