Resultaten voor het trefwoord hoe

versnapering – anouk smies

Bij zonsopkomst klom ik
uit klossen garen
en je slapende lach

Ik moest je niet verschuiven
terwijl ik aan de herten in mijn jeugdjaren dacht

Die stonden koud en verstrooid
op een sokkel
als je lijf
in het licht gekwakt

Hoe ik je minutenlang
voor de eerste keer zag

hoe zou jij – jelou

Nu ik je schrijf
bedenk ik mij hoe jij

als ik je tegenkwam
zomaar op straat
en wat ik dan zou

schrikken of totaal
verbouwereerd
staren naar jouw ouder

en of jij je
zo dood gewoon zou
verbazen over hoe ik

je beeld al haast vergeeld
in wanneer jij verging
de dagen vul met al

wat slechts herinnering
en immer nog kan komen.

balkonscene – d.docters van leeuwen

de brand erin
zei de sigarenroker die
het sigarenbandje nog net
om z’n geslachtsdeel wist te krijgen
voordat de sprinkler-installatie
het bluswerk begon

niet van dat benauwde
sprak de man en wilde niet weten
van hoe of waarom
nam de lift naar de tiende verdieping
en sprong

z’n parachute ging gelukkig open
anders had hij het hele eind
moeten lopen
en niet kunnen zwaaien
naar z’n geliefde die wit van schrik
stond te bibberen van ellende
op het balkon

wat ben je bruin geworden mark – martin m aart de jong

er moet een stem door wolken scheuren
regen moet opvallen
hoe?

rood gekleurd
is het niet goed
blauw
is water liberaal

er moet
een bliksem
inslaan
in het hart

er moet
toch iets gebeuren
nu
de tijd
te rotten ligt

en bruin
de kleur gedoogt
of is het andersom?

ergens gooit – martin m aart de jong

een vrouw stenen door het raam. Scherven breken de liefde.
Geluk ligt voor het oprapen. Ik kende haar, wist hoe ze heette
hoe haar vingers mijn haar, hoe haar lippen mijn naam.

Nu schreeuwt ze dat ze hem nooit meer wil zien.
Ik kan haar geen ongelijk geven in dit geval.
Ik had het al voorspeld. Met alle geweld zou
hij haar weer terug. Nu dit. Het gaat zoals
het gaat. Er vallen gaten in het leven.
Het moet beschreven worden allemaal
de vraag alleen: wie gaat het doen?
Ik niet, heb ik besloten. Ik hou het
voor gezien, geef mij maar liefde.

brief met gaten – basje boer

Ik schrijf een brief aan alle meesters,
rode letters, gele datum
Mijn hanenpoten zijn gaan krullen
aan het einde van de zin

Mijn woorden maken zwarte gaten,
holle vragen
vraagt ’t inkt aan toen
Hoe was ik toch, en nu

Kinderen die naast me zaten,
die ik nog eens zie op straat
Jaren die zijn opgeslagen,
vergeten nu maar toch nooit kwijt

Ik post mijn brief aan alle meesters;
zwarte zegel, speekselkus
Ik vraag in gaten, wil het weten
maar niet: hoe gaat het jou

Alles maar niet:
Hoe gaat het jou

de landvoogd laat zich bijpraten – bert bevers

Nestwarme argwaan is nabij. In dit kale schrale midden van
de oostkust hunner Mare Nostrum aanhoort hij koren waarvan
niets hem kent. Hij vermoedt het ogenblik dat er geen splinters
meer in zingen haken, er liederen op komst zijn als meisjeszachte

lendenen, die barmhartige treden zullen bestijgen. Maar buiten,
waar ezels rond gaan over de gerst, besluiten mannen met loden
verledens te denken in bijlen. Hamerslagen weergalmen. Van
terechtstellingen met publiek moet hij eigenlijk niets weten.

“Waar moet ik vandaag op letten, schrijver?”, vraagt hij. “Hoe
ging Valerius Gratus hier mee om?” Niet cirkelt zich om wanhoop
vreugde. Er zijn nog volop leugens te betwisten. Gepeupel juicht,

hogepriesters grijnzen. Al is hij dan niet meer dan een passant,
geschreven blijft wat hij geschreven heeft. “Alles komt voor wie
rustig wachten kan,” peinst Pontius Pilatus als hij zijn handen

achterdocht – frido welker

je Paaseilandhoofd staart me aan

kon je me-
niet!
welles is een deel van een spel
welk?
kan je me
vertellen
wat?
dat je-
hoe?

geen achterdocht om mee te leven
gapend van het omvallen
je kon zo mooi zijn
nog altijd niet gebeurd, te vallen
je kan niet verdwijnen
tellen je wimpers mee?
ze verheffen zich