Resultaten voor het trefwoord hoe

nieuwjaar – jan van heemst

De winterzonnewende
klinkt als een roep
uit ’t onbekende.

Het is een stem
die ‘k niet wil horen,
daar zij het kaf
scheidt van het koren
en mij bedreigt
met de ultieme straf.

Hoe rusteloos mijn slaap,
waarin ik steeds de strijd verlies
met tijd en eeuwigheid.

aquarel – maaike klaster

Doe een gebed voor gisteren, morgen,
vraag om genade, bedank voor vandaag.
Bedenk hoe je het wilt laten sneeuwen,
hoe het zal sneeuwen vandaag.

Eerst laat ik vlokken vallen, dan ga ik
liggen, veeg ik mijn armen en benen
snel heen en weer, laat ik engelen vallen.

Het valt niet mee te leven zonder straat,
zonder hand die naar je zwaait.
Mijn hart leg ik naast mij neer in het wit.
Rood loopt in ijswater over. Dit is hoe

Dit is hoe het sneeuwt.

twitter – marco martens

ik weet
wat je aan ’t doen bent
wat je deed
en wat je plannen zijn

ik weet
wat je frustreert
waar je naar luistert
wat je leest

ik weet
wat je gaat eten
wie er langskomt
welke film je kijkt

ik weet
hoe laat je opstaat
waar je bent
en bent geweest

ik (t)weet
alleen niet goed
wat ik moet zeggen
als je groet
we hebben haast
het is al laat
we hebben niks meer
om te praten

ik (t)weet
’t is ongemakkelijk
ik ken je ook maar vaag
en daarom vraag ik
uit routine
maar weer
hoe het met je gaat

hoe alles schuift – sabine kars

ik voel de jaren die niet passen en het slippen van
de grond en de meeuwen – die niet langer
voor me spreken – werden uit de lucht gegrepen
kunnen amper hun regen nog bedwingen

de rode kunststof sterren kauwen op mijn vragen
niet wetend waarheen laat staan waarom ze zijn
te luid voor het horen tikken van de stilte
zo is het altijd geweest

dit donker moet verzonnen zijn

het is niet zo lang geleden dat ik een storm opstak
nu lig ik voor het rapen weet dat mensen werkelijk
kunnen breken de waanzin is in iedereen en tegen
de binnenkant van een oorlog is niets bestand

nog even en ik hervat mijn vallen en de
onnoemelijke behoefte aan het bijeenroepen
van een winter het stillen van een landschap
en het afscheid van ons gelijk

hier leg ik mijn wijzers af en vlecht me in op de
hartslag van grijsgeworden bomen luid geluidloos
luister – want als er niet meer wordt gesproken
dan zeg ik je het meest

de bank – stien van der wal

er moet hier toch een bank staan,
ik herinner me hoe hij bestond
uit mens en gewoonte,
uit zoekende voeten
tegen een verlopen onderkant,
hoe voorbijzitters herkend werden aan
kuil en kruimel, soms vervloekt
vanwege hun morsige mond.

er moet hier een bank staan,
ik hoor hoe hij zuchtte,
toekomstige zinnen verstomde
door dringende geluidsgolven
uit iedere torn te persen,
zwijgen achteloos liet mee deinen.

er moet een bank staan,
ik weet hoe hij voelde,
z’n stoffige scheur
met hand doorwoelde.

er moet bank staan,
ik denk hoe.

memo – ploos

memootjes
zakelijk
pragmatisch kris en kras de kattebellen
notities
overal op koelkast en op vriezer
op deuren tassen ramen spiegels
op armen benen billen
wat je wil houden
kan op het lijf geschreven

wat moet ik doen wat moet ik blijven weten hoe
waar haalt de tijd
de tijd vandaan en
mij niet in
hier word ik moe
verliezer

memorandum
zo rustiger dat woord
wat geweten
dan gedaan moet worden
als het ware teder
tijdgenegeerd
vaart minderen
wit in regels
geschreven met een vogelveder

vulpennen drogen vergeten
uit

viering van de staat van het koningrijk – enrico lommerte

leven paradeert
doorheen straten
van een stadland
angstbevangen

dwangvlaggen wapperen
boven bloedkasseien
zielen en zaligheden
verkwanselt

kijkogen volgen
binnentranend
eigen geschapen waanzin
van vingerlikkende gulle lach

massagraven haastgedolven
vullingwachtend
niet vermoedende
hoe snel

huid – stijntje van der wal

ze wist niet hoe
huiden en mensen
bijeen kwamen, hoe
men zich verwarmde
wist ze alleen in de zon
achter vellen
vachten en veren
wist ze de scheiding
ontwaarde daar
behoedzaam tastend
een wonderlijke warme stroom
verontrust zag ze, hoe
hoofden en handen
vlees en vleugel scheurden
en voelde hoe ze stolde
onder het stugge vel.