dat er iemand op deze wereld rondloopt
dat je diegene kent, al heel lang eigenlijk
dat er iemand op deze wereld rondloopt
die helemaal voor jou is
dat je diegene bent, van binnen
dat je hoe je het ook went of keert
elkaar altijd lief zal hebben
bij elkaar nooit echt iets fout kan doen
de trouwring niet kan breken
waar je een bord voor je kop voor hebt
afgesloten voor de andere plannen
omdat je nu eenmaal weet, gelooft
de liefde is egoïstisch
die duldt geen concurrentie
dat er iemand op deze wereld rondloopt
waar je voor bidt, samen mee praat in gedachte
waar god de macht heeft en over je waakt
dat er iemand op deze wereld rondloopt
die helemaal voor jou is
dat, dat moet de ware zijn
er is geen andere weg
er is geen ander lot
de conclusie is
de ware is er altijd geweest
is jou altijd trouw
bestaat, omdat jij bestaat
moordt het beest van binnen
de ware is er voor jou
de ware is geen sprookje
is echt, echt
is gemaakt voor jou
de ware weet wat die zegt
de ware houdt van zichzelf
de ware houdt van jou
Resultaten voor het trefwoord bord
Tezamen met het avondeten,
wordt alles op mijn bord gesmeten:
van vrouwen die zijn aangerand,
tot huizen die zijn afgebrand
en een failliete winkelketen.
Dan vloeit er bloed uit verre landen
dat ik verwijder van mijn handen
met het servet dat naast mij ligt.
De wereld wordt nu doorgelicht
op muiterij en wantoestanden.
Maar ik heb smakelijk gegeten
en krijg pas last van mijn geweten
als ik het eten aan laat branden.
de rillingen van het krijt
dat uiteindelijk knapte
door te hoge druk
op het bord voor zijn kop
die met een ruk van romp
en korte ledematen
rechtsomkeert de puberharten
verlammen deed van schrik
zijn stem sloeg over
zijn woede richtte zich op
mij? ja jou moesten ze
met een raket naar de maan
schieten klootzak waarop
een hagelbui losbarstte
tromgeroffel op het plat
dak van het noodgebouw
hij zag van het plafond
als jezus aan het kruis
op de verdoofden neer
liet zijn boeken behoedzaam
in zijn tas glijden klikte deze
dicht met de woorden tot hier
en niet verder en verdween
door het gat van de deur
We moesten maar eens zwijgen dat
teveel van jou verdelen onder
zwijnen. Ik hou zoveel van
dieren dat ik toch, nee toch
maar niet. Je hebt als kind
vast wel gespeeld met ego.
Je bouwt zoiets toch op. Nu
is het tijd voor renovatie
of voor hergebruik. Is er
een bouwbesluit, een sloop-
vergunning? Kan er iemand
iets doen aan die woorden
er toch niet een verbod,
een therapie, of op zijn minst
een heel groot bord voor dat
andere voor jouw kop? Je bent
zo vast gebonden als een geit.
Je staat voor paal en wacht
het feest af. Maar wie wil
jou als offer?
Nu het er op aankomt en jij zwijgt
en alles wat zich afspeelt in mijn hoofd
wanhopig op zoek is naar een bord met
een richting. Nu jij kijkt, met je lippen,
sleutel weggegooid, op slot, naar taal
en teken van mij… Het mes op tafel…
Nu draalt de tijd en draait de weg een
langzame rotonde naar onzekerheid.
Je prikt je vork in mijn leven en scheurt
m’n wereld in twee: sentiment en liefde
komen los van elkaar. En, ja, ik krijg de
zoete smaak van pijn al in mijn mond.
wat de wind doet met de boom die nog vruchten draagt,
terwijl de lucht over een dode rivier de straat inwaait,
moet ze zelf weten, Internationale Vrouwendag is geweest
dus ik neem aan dat ze gekozen hebben
het is een half uitzicht, de molen mag niet draaien;
dat is voor dagen dat er in zijn ruim wordt gegeten
van dure borden en de gasten het ervaren alsof er zeesop
kolkt over het water waar meer roeiboten varen dan
zalmen nog tegen de stroom op durven zwemmen,
maar wel stil op bord liggen, het oog netjes weggesneden
de prullenbak in want dat converseert niet fijn,
het is een half uitzicht, achter de molen het ziekenhuis
waar niets over te zeggen valt want veel stiller
kan een plek niet zijn
uit de tunnel dichterbij dan de molen komen fietsers
die veelal sneller willen fietsen maar niet kunnen
racen als een wielrenner, hoe graag ze ook de wind zijn;
ze vat ze bij hun kraag en laat ze werken om de meters
te winnen naar het avondeten, alleen in de luwte
van de tunnel worden tijdritten gewonnen
kaarslicht speelde op het bord
op kristal dat blonk
de vlam verzonk in rode port
zijn ogen verdiepten die vonk
trouwe pionnen
bewaakten haar dame
de zijne kwamen
zagen en wonnen
zoet was haar wraak:
schaak
hij sprong naar voren
schaakte haar dame, voor op zijn paard
voerde haar mee in een duizelende vaart
aan haar toren ontkwam hij niet
noch doorzag hij haar gambiet
zijn spel was verloren
– wat fluisterde zij
toch zo zacht in zijn oren?
‘schaak-
mat
mijn
schat!’
Vanmorgen lag er op mijn bord
van gisteren – ik was laat
en later later nog – een uitgespuwde
kluwen halfverteerde muis.
Dank je poes, sprak ik beleefd,
ik pakte vork en mes en sneed
de uitgekotste brei in dunne
plakjes worst
voor op de boterham.
De buurman zet een bord in de tuin,
van veraf staan zijn eigendommen te koop,
van dichtbij lees ik:
Stilte, auto aan het wassen.
Maar geen auto te bekennen natuurlijk,
die is gisteren naar de haven gebracht.
Ik zie de buurman nog lopen met de haren
verward, schokschouderend
in zijn stijve zwarte jas.
Vandaag staat hij op wacht bij zijn huis.
Hij wijst nauwkeurig op zichzelf,
zijn buik glinstert waterig
onder zijn hemd. Alles te koop,
brult hij gemeend. Wij zijn onszelf allang
ontgroeid, de muren staan op springen.
Wat moet ik nog beginnen deze tijd?
Ik ben schoon en gezegend, redenen
genoeg om hier niet langer te blijven.
Het praten is mij in de jaren wel vergaan.
Ik tuur naar zijn bord, loer hem welkomend aan,
hij is goed te verstaan.
Wanneer het bord staat volgeschreven
met dubbel krijt en wanhoop dreigt,
men het zo vaak heeft schoon gewreven
hoewel men het niet proper krijgt,
wanneer de geest niet één tel zwijgt
terwijl de mond geen kik kan geven,
men futloos op de knieën zijgt,
genoeg heeft van het tegenstreven,
zou dan het hebben van een pil,
beschikbaar in eenieders kast,
het weten dat men zelf beslist,
bekomen dat men verder wil?
Of dat een lange nagel krast
op ’t bord, wanneer het wordt gewist.

Recente reacties