Resultaten voor het trefwoord zak

bouillon – jessica bakker

Snakkend naar een snack
worst uit een zak
kip uit een vitrinekast
Een snelle hap,
want haast
Een vette bek
van snackbar Het Gemak

Het kookproces versneld
want tijd is duur. Tijd is geld
dat wordt verteld
Ook door de baas
die ook een baas heeft
en die ook
Dus welgeteld
raak ik al snel verhit
totdat ik bijna kook

Liever maak ik op het vuur
mijn vader’s vleesbouillon
die misschien iets meer kost
Ik roer gedachten loos
tot alles helder is
en vanzelf opgelost

* – maaike klaster

Smerige hond,
ik jaag je op tot aan het graf, ga door een bos van jaren,
leg aders, al jouw gore daden bloot. Deze keer geef jij je over.

Mond open, rits op ooghoogte, mondje dicht. Slik, zegt hij
en ik verlam in een grote mensenhand. Als iets mij dwingt, heel vies en
hard, word ik door vleugels opgetild, verdwijn ik naar een ander licht.
Daar zingen zij een hart voor mij, zij zingen mij een haag van rozen,
een krans om in te wonen. Zo woon ik nog. Maar ik keer terug,

vind hem in dat ene jaar, die dag, dat hok. Waar hij zich denkt te kunnen
verschuilen, grijp ik hem juist. In iedere hoek van iedere cel, want ik ken
ieder allel van jou. In de speelgoedberging breng jij jouw muil in plaats van
mij naar die vuige zak, klootzak, en waag het niet die vuile poten in mijn
onschuld te wassen, smeerlap. Dat bloed kleeft aan jouw tanden.

Je hoort het goed, ik jaag op je,
wacht je op. Begin maar vast met huilen, moederneuker, kind van God.

de wind vertelt – hanny van alphen

hij staat hier klein en eindeloos te wachten
zo deerlijk kwetsbaar blauw – maar hij verbleekt
vaalwitte vogels stalen ooit zijn krachten
de wind vertelt: hier huist een hart dat breekt

zo deerlijk kwetsbaar blauw – maar hij verbleekt
en ik zak altoos dieper in de dagen
de wind vertelt: hier huist een hart dat breekt
hij legt zich neer – ik hoor het zachte klagen

en ik zak altoos dieper in de dagen
er kleeft een datum aan z’n ondergang
hij legt zich neer – ik hoor het zachte klagen
de wind: verlos hem toch van zwanezang

er kleeft een datum aan z’n ondergang
vaalwitte vogels stalen ooit zijn krachten
de wind: verlos hem toch van zwanezang
hij staat hier klein en nodeloos te wachten

symfonie in het blauw – maaike klaster

Honderden wolken in een lichtblauwe lucht. Zo’n mooie dag.
Hoewel ik mij belabberd, uitgekakt, labbekakkerig voel;
nauwelijks vechtlust over lijk te hebben om al dat onnodige,
hatelijke geweld van deze grauwe mensenwereld uit te bannen,
kan ik iemand liedjes over mij horen zingen. Ver weg nog,
maar ze komen dichterbij, iedere minuut komt hij een meter
dichterbij, of sneller zelfs, een kilometer per vijf minuten. Met
zijn handen in mijn zak zingt hij deuntjes tijdens het lopen,
melodieën die hij zelf niet lijkt te horen, maar ik wel. Ze
klinken mij als muziek in de oren. Hij is zo lief, dat zeg ik
gewoon maar even, zo lief dat ik bij het horen van die klanken
op de bank onderuit glijd en niet meer overeind kom. Laat mij
maar liggen. Nu weet ik alleen niet wie de deur open zal doen
wanneer hij bij mij aan komt kloppen. Misschien dat iemand
hem een sleutel toe kan werpen. Graag! Dan ga ik alvast onder
de wol, tussen de lakens, in katzwijm plat op de bank, als een
katje in een mandje mijzelf schoon liggen likken, want hij komt
eraan, is er bijna. Het is alsof ik hem nu al zie, totaal onwetend
over al die zoete liefdesliedjes die hij rond heeft zingen in zijn
hart. Wanneer hij straks naast mij ligt, zal ik ze uit het mijne
tevoorschijn toveren en al neuriënd aan hem tonen.

er was kleur – enrico lommerte

ik heb mij verdoekt

onkruid groeit wel door
de stad blijft leven
het land gaat op in
die kloot zal blijven draaien
zoals het heelal ontploft
en zwart opzuigt
leven geeft en neemt

ik hing mij
op lijstloos canvas
in een kamertje
zonder ramen
gesloten voor de buitenwereld
de sleutel in mijn zak

een reserve
jou opgestuurd

trip – berrie vugts

Toen ik mijn patatje gevleugelde insecten
bestelde dacht je even dat we ergens in de
de toekomst waren beland.

De patat uitkramer schepte de zak vol met
een dikke klodder erbovenop: toekomst in
zijn seinende insectenogen.

De lege straat begon vol te lopen, mensen
klampten elkaar aan, keken naar onze zak
patat met een houding.

We keken naar de mensen, van de mensen
naar de zak patat die ons beiden vasthield
Uit de zak steeg gezoem op.

de stappen – jonathan griffioen

wij waren vrienden
samen op een vrije avond voor de poort
ik had pijn in mijn schouders

ik bewaarde God bij mijn sleutels
in mijn zak
gedruis op straat was een hard gelag
maar de steegjes waren stil
je kon geen fles horen vallen
of toch

wegzakken – willem van hees

Voel mijn lichaam tollen
Dwalen in de wervelwind

Haat en liefde stormen
Velden vol emoties trillen

Als benzine pompt
Een waterval van bloed

Intens stoot de wind
De grond in zak ik weg

schoon spel – gerda blees

We spelen schoon weer, wij met zijn tweeën
Ik slik het vuil venijn, en nog eens als het bovenkomt
Maar zuur blijft plakken achterop mijn tong
En ’s avonds geef ik over in de blinkend witte pot

Wij met zijn tweeën spelen weer schoon
Afvalwater drink ik op, mijn lippen klem ik op elkaar
En ’s nachts laat ik het stiekem lopen boven het toilet

In de ochtend welt er bruingeel water
Uit het putje in de stalen afwasbak
Een waterval vanaf het aanrecht op de pas gepoetste vloer

Ik stapel suikerzakjes tegen de rivier die verder vloeit
Naar jou, daar op de vlekkeloze bank
Languit leg ik mij ervoor, voel hoe het water stijgt
Je stem breekt krakend door de dijk
Ik noem je schat
Te laat

Je stopt me in een zak en zet me aan de straat