Resultaten voor het trefwoord voeden

generaties – jos van daanen

Het gras is ons voor de voeten weggemaaid
de bomen met de fiere kruinen in de lucht
zijn vlak voor onze neus geplukt

en ondertussen zijn de wolven terug,
grijpen de lynxen wat ze grijpen kunnen
en voeden wij ons met insecten.

Het vuur is stil, de kleur van het omringend licht
verandert. Hoeveel hoop is nog gepast
als van het land geen eten meer te oogsten is?

het engelse park (munchen) – eric van hoof

Tel de golven van de surfers
In het park waar de dag niet los wil laten
Op dit pad waar mensen emoties
Lijken willen te tellen

Kiezel duikt weg
Over de paden die deze stad voeden
En zij loopt hier ook
In cirkels rond een Chinese toren

Mensen praten en ik kijk naar wat ze wil
Het geluid, het geluid is
‘Wind chimes’ verzekert ze mij
Maar het is het geluid van malend steen

De oorlog is herpleistert want het
Koninklijke Blauw Wit wordt opgetrokken
En het Engelse Park
Heelt de mens

Zelfs de bomen zijn barok
Statig vermannen ze
Bayrische Meisterwerken
En zij nodigt me uit voor een Stein

Brezen en Weisswurst zegt ze
Meer is er niet nodig
Meer hoeft er niet te zijn
Dan het tellen van emotie

voedingsadvies – martin m aart de jong

Dichters moeten zich voeden met broojes kroket
of aanzitten aan een groots banket van vijftien gangen;
goudomrande borden op tafel die na gebruik achterover gesmeten
het marmer op vallen. Stuk voor stuk. Tussenwegen zijn er niet.

Dichters moeten zich dood zuipen. Aan jenever en aan bier.
Of voorzichtig nippend peinzen, uitkijkend op een vijver
vanuit verzorgingstehuis “de Gouden Lier”.

Dichters moeten kinderen blijven, doelloos
lullen over niets. Of aan filosofie bezwijken.
Ouder worden zonder zin. Dichters moeten
eeuwig zwijgen, of zoiets als Rembrandt schrijven

woord voor woord in dikke lagen strijken
ze chocolade zinnen op papier.
Dichters moeten mensen
lijken die in twee dimensies fier doch
vet en vadsig troebel uit hun ogen kijken.
Boerend en stinkend naar zweet en bier.

ons buiten – martin m aart de jong

Er gaat niets boven deze grond.
Zwaar en nat vandaag keer ik om
en om en om. Het valt allemaal mee
wanneer je bezig bent. Het doen
en de weerstand voeden en voelen.

Je raakt de aarde aan; een klomp
zware nattigheid waaruit straks
alles groeien gaat. Moeder zeg
je zacht, inwendig, heimelijk.

Je wilt niet dat ze je horen.
Er zijn er voor minder opgepakt.
Ze willen het liefst strakke regels

een rijtje bloemen langs een recht
tegelpad. Een strak gestreken vlag
voor het geliefde vaderland.