Resultaten voor het trefwoord leeg

omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

Ze trok de gordijnen recht.­

De snijdende communicatie, een radio door de dag.­
Misschien zijn tomaten toch geen groente.
Uit medelijden verpulvert hij uienschillen vol onbegrip.

Als pratende katten tegen bolle zeilen.­
Er is niets dat hij niet zou willen doen.

Fluistert zij voorzichtig tegen de wasmand.­

Waarom de groentesoep koud stond te worden,
de kaarsjes al een half uur gedoofd waren,
het geluid van de tv uit stond.­

Alleen in stilte hoor je pas hoe leeg het is.

 


YouTube: omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

mensen en zo – geertruud otten

ik zoek mensen en zo
met grote witte muren en vind niet meer
dan een wollen plaid rustend op een leeg dressoir

de watermaan kaatst haar licht tegen
een gevel en verdwijnt met mij in de nevel
waar ik mijn zoektocht naar mens en muur
in de wollen plaid bewaar

wat nu – jan van heemst

De wereld wordt steeds kleiner
en de kim komt naderbij;
het land daarachter kan ik bijkans ruiken,
maar o mijn laptop is kapot
en mijn GSM is leeg;
schreeuwen helpt niet,
want niemand luister nog
naar iemand met een platte batterij.

de maan met de handen – delphine lecompte

In een lege stal dagdroomt de korzelige kaarsenmaker
Er is veel om over te dagdromen
Toch dagdroomt hij slechts over seks op het strand
Het is plat maar begrijpelijk
Ze is tapijtenrestauratrice en lijfelijk.

Het wordt nacht en de maan
Zit gevangen tussen twee kikvorsvormige wolken
Het zijn kikvorsen met slagtanden
Nu het regent zijn het gewoon boemannen
De korzelige kaarsenmaker wordt verrast door de imkerdochter.

De imkerdochter vraagt: ‘Waar is mijn schimmel?’
Bijna wil de kaarsenmaker iets vulgairs zeggen
Maar hij weerhoudt zichzelf
En antwoordt stug: ‘De stal was leeg, ga nu maar weg.’
De maan verhult drie mandrilvormige wolken.

‘Drukker moet het niet worden in de stal!’
Vindt de korzelige kaarsenmaker hardop
Toch verschijnt het schimmelpaard van de imkerdochter weldra
Helaas wordt hij bereden door een sjamanistische tapijtenrestauratrice
Die op het punt staat te bevallen.

Wanneer de zon opkomt is de stal vol
De kaarsenmaker vindt dat de teken in de paardenbil niet tellen
Maar ik tel ze toch:
Zes teken in een paardenbil plus het paard zelf
Plus de imkerdochter plus de korzelige kaarsenmaker
En dan nog de tapijtenrestauratrice met zoon.

Meer dan de helft van de stalbewoners is doof
Teken en zoon zijn doof geboren
Maar het paard is gewoon doof geworden
Door een peen die zijn trommelvliezen heeft doorboord
De wortel werd gehanteerd door een minderjarige loodgieterszoon
Die op een gesluikstorte heuvel broodroosters moest staan
Om het paard te kunnen mismeesteren.

De tapijtenrestauratrice weet nog niet dat haar zoon doof is
Dus noemt ze hem vrank Stijn
De imkerdochter weet sinds vandaag dat haar paard doof is
Dus maakt ze hem af met insuline.

daar is de schoorsteenveger – kate schlingemann

boven moet hij een pruik
van staal en wilde haren
naar onder laten vallen

om zwarte wolken in en
zonlicht uit ons huis te jagen
wat blijft

zijn zwarte kringen
rond ogen vuile vingers
onder roet

Het hele huis moet leeg
zo snel als het vergrijst. De eerst
nog witte muur
verwijst

naar ons
wij willen alles uitgeveegd

brief – stien van de wal

begrijp het volkomen,
een verzinsel dat betekenis
niet kent, weemoed en
leeg onverschil verheft
tot onware klanken

een balpen van de Hema
armetierig in jouw hand
vervuilt slecht papier
door verdichte gedachten
van lelijke tekens

goedkope inkt
vraagt geweten

perceptie – dani nacca

Ik ben mijn tong verloren,
na hem te hebben besproeit
met hemelsstoffen

vage herinneringen aan
een wereld zonder hen,
zonder aarde

Het bos klampt zich aan mij vast
Geuren lokken kleuren, houden.
Reigers loeien stoutmoedig in
de hoop door te dringen,
mijn hersenpan, ze wikken hem
open met grote snavels, maar
de pot is leeg.

Later was niet langer van toepassing,
wanneer we onszelf terugvonden
in het dakloze huis aan de waterkant.

papavers zaaien – sabine van den berg

aan het Singel
op de bloemenmarkt
kocht ik
een zakje zaad
papavers zaaien
wilde ik
middenin de winter
want dat kon best
had ik ergens gelezen
en terwijl de regen drensde
gooide ik het zakje leeg
in volle grond
het nieuwe jaar begon

verguisd – b. vogels

uit het stenen gruis
zucht nog het vage opschrift
dat hij zonen had

hun naam is met de kalk vervlogen
als het vege roet uit zwarte ogen

de kolen zwijgen in het leeg depot
de regen is het zweet
waarin de stad hun naam vergeet

school uit mijn jeugd – bennie spekken

het plein is leeg
de luiken dicht
het veld verlaten

niemand loopt hier
in de muziek
van de regen

niemand die vraagt
jongeman mag ik
deze dans van u

dan overvallen
door een ongekende
duisternis denken

ik moet maken
dat ik thuiskom