Er zijn twee versies van mij.
De ene zit in stilte uit het raam
naar buiten te kijken, terwijl
Damien Rice Accidental Babies
zingt; de andere zit hardop te
huilen. Welke van de twee jij
ziet, bepaal ik niet.
Resultaten voor het trefwoord kijken
I.
Wil je weten hoe het voelt, de pijn
die jouw haat dagelijks veroorzaakt?
Daar kom je nog wel achter
en dan zit ik allang bovenop een heuveltop,
onder een dadel-, vijgen-, appelboom,
uit te kijken over het paradijs, de tuin van God,
van Jahweh, Vishnoe, Allah. Alles.
II.
Wil je niet weten hoe het voelt om tegelijk vlees en liefde te zijn?
Ik ben beide.
III.
Nu je over de dag uitkijkt, toont de straat het doorzichtige
gelaat van de avond, de laatste zonnestralen.
Alsof er een fles met ranja lekt en alle limonade
over onze daken stroomt. Alsof ergens een heel groot feest is
en degene die altijd aan ons denkt met uitgestrekte hand van ver
ons allemaal een glas inschenkt.
Met gulle stralen dooft het licht, sijpelt de avond ons leven binnen.
Alsof je het ontwaken ‘s ochtends hebt gedroomd,
want je zwemt zo door het raam naar buiten, dompelt je in
oranje onder, trekt baantjes, maakt rondjes, houdt je adem in
en duikt zo naar de dood omhoog.
IV.
Hoe ze mijn ziel, mij geest, mijn lichaam vermorzelden.
Hoe mijn hart hen nog steeds in gedachten had.
Hoe ik mijzelf uit die doodskist bevrijd heb
en nooit meer terugkeer
naar de haat waarmee ze mij wilden begraven.
Ik heb lief, dus ik besta.
Vraag maar na.
V.
Deze planeet zal ik verlaten
zonder schuldgevoel, spijt of schaamte.
Mijn huid, vlees en geraamte
laat ik achter voor de moeder die het maakte
en elk deel terugneemt in haar schoot,
tot iedere dochtercel is opgenomen in de grond
en koolstof uit aarde opnieuw tot leven komt.
Hoe vruchtbaar is een graf.
Er zullen appelbomen groeien waar ik lag.
Aan Colin Benders
Lieve Colin, mooie man,
breekbare, Japanse wedstrijdvlieger van me, ik weet hoeveel engelen er huilen
om wat ik net hardop in gedachten heb gezegd: Als er de rest van mijn leven
geen mens meer naar mij omkijkt, niemand mij ooit nog in de ogen zal kijken
vanwege het mededogen dat daarin verborgen ligt, dan zal ik tot het eind der
tijden vrolijk doorgaan, want ik heb jou om naar te luisteren.
Luister niet naar die sinistere geesten; spring niet uit dat raam richting een
moordende straat; klim liever langs die ladder van vroeger omhoog naar de
maan, pak jouw megafoon erbij, die hemelse toeter van je, en blaas ons naar
de sterren.
Ik weet waar ik het over heb, hoor. Ze stonden zich ook in mijn huis te
verdringen, vonden het maar wat spannend om mij op die vloer te zien liggen
wegkwijnen. Wat ze niet hadden verwacht, was dat ik ze door al mijn snot,
kwijl en tranen heen keihard op hun lelijke smoel sloeg, heel hard uitlachte.
Nu zijn ze weg; ik ben vrij.
Wat mij nog van het hart moet, en ik word er zelf een beetje verlegen van
(echt), want ook ik ben op mijn privacy gesteld, schrijf over dat wat is geweest
en niet echt meer van belang is, of over dat wat tijdloos en van onschatbare
waarde is, zoals jij – wat ik wil zeggen, is dit: Volgende keer op dat podium
jouw eigen pik laten zien. Zo, dat viel eigenlijk best mee, vind je ook niet?
En dan nu allemaal in koor: “Sorry hoor, Colin.” Nee, niet goed genoeg, nog
een keer: “SORRY, KYTEMAN!!!!!” Juist, en dan nu dat mobieltje terug in die tas,
ondankbare hoeren.
Heel veel liefs,
Je Grote Zus
Omdat je weleens een neger hebt gezien
(mag ik neger zeggen, dames en heren?),
ben je nog geen Bijmer-expert.
Iemand noemde mij eens De Witte Negerin Van Amsterdam.
Geen idee waarom, want de rok die ik aanhad, kwam uit India.
Maar het is waar, als tienermeisje zat ik op metrostation Kraaiennest
(in die goeie, ouwe tijd) vol waardering te kijken naar al die kleurrijk
geklede vrouwen met hun klederdracht uit Ghana en Nigeria, met de
prachtigste tooien op hun hoofd, die met pronte borsten en trotse
schouders voorbij kwamen lopen, en dan dacht ik: Dat wil ik ook.
Zoals ik als vijfjarig meisje het allerliefste op de hele wereld een Zeeuwse
wilde zijn, met kanten kapjes en zilveren spiegels die de Zuid-Nederlandse
zon weerkaatsten, lonkend naar de golven van de Noordzee blonken, met
dikke billen in een mooie rok en dan met z’n allen dansen in een kring, met
z’n allen op klompen dansen en alleen nog lachen, alleen nog mooi zijn.
Die Zeeuwse was ik ook, want ik had een ring met een Zeeuws knopje dat
van het fijnste zilver gemaakt en alleen van mij was. Dat knopje ben ik
helaas al heel gauw kwijtgeraakt en ik weet eigenlijk niet waarom, want
ik kreeg het van mijn oma en niet om het meteen weer te verliezen.
Gezondheid heeft mijn naam gekregen,
maar ik weet niet wie ik zonder die ziekte ben.
Dit kunnen ze niet menen,
iedereen wil mij af zien takelen.
Mijn arts zodat ze gelijk heeft gekregen.
Mijn moeder en ik omdat we bijna niet meer anders weten.
Alleen mijn vader en de zijne draaien zich om in hun graf,
geven mij terecht op mijn falie,
hebben het lichaam overleefd, nemen mij naar oudere tijden mee,
laten zien hoe het altijd al beter was geweest,
schenken mij hun verloren levens, vragen er niets voor terug,
blijven alleen nog even staan kijken
hoe ik lach als ik de deur uit stap.
het was overgebleven van een begrafenis
zo zei ze, onbevangen en oprecht
“zonde om weg te gooien, toch?”
’s ochtends naast de kist
’s middags naast de thee.
wie was die dode, vraag je je af
wiens cake eet je,
in wiens medeleven bijt je?
gele gulheid op wit met grijs
restant teraardebestelling
van besnotterde vingers, en
geur van gedachtenis.
tja, hoe smaakt een uitvaart
van net geleden en berouwd?
ik zag haar kijken
mijn thee werd koud
onmogelijk te slikken
proefde grafgebak
doodsbenauwd.
de ogen open
weten van odol
heeft vandaag
speciale betekenis
werken zwoegen stoer doen
alles met liefde
– niet chagrijnig kijken –
voor welke moeder
doe jij het?
Alsof er iets te ritselen valt
een laatste sierlijke flauwekrul
het wisselen van huid in plaats
de zon straal vergeten
stopt een godganse wereld
op het hoogtepunt van kijken
en wat er ook stijgt… een wonder is het niet
als ik ze zie vliegen
zuiver uit de lucht gegrepen
komt een gerucht op z’n best
mooi niet uit om van de rest
maar liever te zwijgen.
We schreven de sterren onder een blote hemel
bewogen tijden
tussen rozen een kleur van schijn
om van de ene verbazing
in de andere herhaling te vallen
één diepe zucht… terug naar de reclame
retro is hip om naar te kijken
als een plaat die blijft hangen
oh happy days van de single
en commoties rondjes draaien
geloof dat ik niet goed word…
ik heb een eendagsvlieg gevangen
je wilde toch applaus?
ik zet je maar in een hoek te drogen
alle zinloze tranen die ik over je heb vergoten
met mijn rug tegen de cv
daar trek ik een bloemetjesgordijn voor langs
en het bovenlicht zal vannacht open blijven staan
zodat je walm het servies niet verkleurt
ik heb je genoeg geroken
wil je nu tot stokvis zien vergaan
je ogen mogen blijven kijken
twee onrustige bolletjes op steeltjes
heen en weer en constateren
dat mijn lendenen verkoeling vinden

Recente reacties