Resultaten voor het trefwoord huizen

een ei moet je goed laten schrikken – pallas van huizen

Als je achter de feiten aanloopt heb je het zelf niet in de hand en laat je het aan
het lot over uiteindelijk verlies je dan op de langere termijn alsnog.
Er is een grijs gebied waarbinnen veiligheid en kosten voor veiligheid elkaar in
de weg zitten. Soms is het beter zo zuinig mogelijk te spelen, soms is het beter
om iets hoger te gaan zitten en met een extra investering je zekerheid, je
informatie af te kopen of te kopen.

(fictie)

Stel er staan een groep demonstranten op het Malieveld te protesteren tegen
het kraakverbod. Zij hebben allemaal azenkrakers zoals Q9, 67 en J8 in hun
handen, en maken opmars naar het binnenhof. De enige manier om die
demonstranten te stoppen is met genoeg druk (macht, geweld) van de politie om
ze zo af te schrikken dat zij niet met de laatste kaart op de river onze azen
(het kraakverbod) kraken. Met andere woorden, om iemand echt te laten passen
moet je hoog inzetten en mag je geen slappe inzetjes gebruiken, als je niet
hard genoeg speelt zullen die demonstranten altijd je azen kraken of de code
van de kluis verbeteren, wees daarom streng maar rechtvaardig als je recht
op de pot hebt en zet zeker niet te zwak in, het is meer een kwestie durven
(die koude plens water over dat ei uitstorten) dan van denken, want je weet
als die laatste kaart er nog niet ligt en het binnenhof is nog veilig
– dat je niet hoeft te verliezen als het op de laatste kaart (de confrontatie)
aankomt daarom is wat dat betreft verdediging je beste wapen om op te eisen
waar je recht op hebt.

(realiteit)

Overigens is de dag dat het pas echt gerechtvaardigd is om het kraken van
huizen te verbieden ook een dag dat er niet meer geruild hoeft te worden,
geen bloed met bloed vergolden meer wordt en de oude wet: oog om oog,
tand om tand vervangen wordt door de wet: gelijke voet, gelijke munt.
Op dit moment nog een utopie voor het grootste gedeelte van de wereld
en dus ook Nederland, helaas.

iedereen loopt langs huizen – jessica bakker

Iedereen loopt langs huizen,
langs enkel steense buitenmuren
De haard is warm
en houdt vast aan zijn plek
-er valt zoveel-
te beschouwen

Wel, ik zelf zat vol
gedachten. Uren van een langer leven
verzon ik
onder jouw blauwe regen

Tot jij kwam
Ik zoog en overwon
mijn kinderangsten
Wees, maar niet meer bang

het laatste nieuws – jan van heemst

Tezamen met het avondeten,
wordt alles op mijn bord gesmeten:
van vrouwen die zijn aangerand,
tot huizen die zijn afgebrand
en een failliete winkelketen.

Dan vloeit er bloed uit verre landen
dat ik verwijder van mijn handen
met het servet dat naast mij ligt.
De wereld wordt nu doorgelicht
op muiterij en wantoestanden.

Maar ik heb smakelijk gegeten
en krijg pas last van mijn geweten
als ik het eten aan laat branden.

meester zonder gezicht – joost de jonge

Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij
Rijen huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Achter de huizen liggen bergen van stralend groen
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

Steentjes in allerlei zachte schakeringen bruingrijs liggen in een bed van zand
Ik loop hier lachend door groen golvend land
Boomblaadjes dansen in licht dat al twinkelend de kloof van mijn verlangen dicht
Ik loop hier lachend door groen golvend land

Een geluid dat mij lijkt te doen draaien, grind knarst onder mijn voeten
Gelijk de bal van mijn voet bij iedere stap die ik zet in het uur van mijn stilte
Een streling van koude lucht kleeft als een zuigzoen onder mijn jas
Zand stuift op boven het smalle door braam en brandnetel overwoekerde pad
Enkele wandelaars lopen achter mij
De afstand tussen ons is groot genoeg om in mijn wolk van stilte te blijven

Glinsterende groene klank van duister blad
Blad dat in de verte met een zeker geweld deint op de aangezwollen wind
Ik lach om het onbekende in de wind die mij vijandig lijkt te zijn
Lachen als een dwaas om een grap die ik niet begreep
Een poets die mij gebakken is, niet door een bekende maar door een onbekende
Een meester die zijn gezicht niet laat zien

Ik ben een verdwaalde dolende ziel in het aardse
Bijna niemand zoekt of vindt echt, het ondenkbaar spirituele blijft onontgonnen
Ons lonkt slechts de consolidering van dagelijkse geneugten
Wij willen niet verlost worden en zouden zeker de verlosser weren

Lag in mijn luide lachen dat helder klonk niet het onbekende besloten
Was het misschien juist dit niet weten dat mij even verhief
Alles is relatief en hoe graag ik het ook wil ontkennen ik heb het leven lief
Dit lijf dat ik ben is niet alleen leeg maar zit vol met bloed en meters gevulde darm
Ik heb geen eigen wil, maar verwerkelijk de wil van de natuur
Ik heb geen eigen geest, maar leef de universele geest van de mensheid

Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij en huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

* – maaike klaster

Mijn vader zwaaide mij uit
voordat ik ja kon zeggen.

Als de auto met de kist ons huis
voorbij komt rijden, jankt de nieuwe hond.
Eeuwig weerzien met haar oude baasje.

Een lijk terug naar huis rijden
om iedereen te laten weten wie er dood is,
zodat wij vanuit de rouwstoet naar buiten
met David Bowie uit volle borst mee kunnen fluiten:

Let’s dance, put on your red shoes and dance the blues,

zodat we weten dat alle huizen zullen huilen,
zij mijn vader de laatste keer thuis zullen wuiven.

babi yar – onbezield

doorheen tijd
pijnt mij het mens zijn
zielen schreeuwen;
vergeet niet!
onze laatste traan was voor jullie!
onze laatste adem was voor jullie!

lopen, lopen
het ravijn…
naakt in de septemberzon
gruwelijk speelgoed voor kogels
Satan is los!
het ravijn…
tot de rand gevuld met bloed
tot kadavers vergane lichamen
huizen van de ziel,
nu verlaten

ik ben er geweest
mijn verstand verliet mij
de lucht bezwaard van leed en pijn
betreden deed ik niet
uit eerbied

honderdduizend mensenzielen vermoord

wees stil
luister naar de vogels

wervelende kracht – elize augustinus

troosteloze dagen
van weleer

ik registreer in mij de tijd van strijd
eeuwig durende omwenteling
kosmos dode gedachten eenzame nachten

ontkomen aan de chaos
waar de huizen
ruimer
en de ramen open

sterke levensstromen waaien
kennis lichtstraal vonk van weten
tussen licht en duisternis

zien wij groene blaadjes trillen
als er wind waait door de populier

crisis – p. droogrek

Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Knappe koppen beweren dat we nog meer spullen zullen kopen.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
kinderen krabben op school in paniek hun dikgeslaapte ogen uit.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Huisdieren kijken verschrikt op nu de gang naar het asiel nadert.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Ouders zijn losers die het allemaal maar goed gevonden hebben.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Knorrende magen kunnen het Afroleed nu even niet verdragen.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Gekken beweren dat ze nu echt voor niemand meer onderdoen!
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Deskundigen zoeken ijverig naar de knop voor na de resetknop.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Aanbiddingen vliegen eruit en verharden tot een chocoladepuur
Verlangen, een verlangen dat we kortstondig moeten resumeren:
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Winkelstraten sluiten en slinken en de rijen van de ontevredenen
Sluiten zich als in een droom aaneen, laven hun dronken blikken
Aan de naaktroze dromerigheid van ochtendlijke etalagepoppen.
Virtuele brokstukken zweven om. We dwalen rond in de ruïnes
Van onze met rode bliksemschichtpijlen bestookte huizen. Onze
Schoorsteen rookt, we glimlachen in het vuur dat ons verteert.

mijn duiven – rianne oosterom

Er leven twee duiven
op mijn balkon
ze doen de hele dag tikkertje
tussen de huizen

Buurman diplomaat
spiekt vanachter
zijn gebloemd gordijn
gefladder, gezwier,
hij kan het niet hebben

Buurvrouw Yoga
zit als werkloos kleermaker
achter glas in lood
gefladder, gezwier
ze kan het niet hebben

Ik lekker wel
ik noem ze mijn duiven
ze vertellen: vrijheid bestaat wel
hier tussen de huizen