Resultaten voor het trefwoord weerstand

ons buiten – martin m aart de jong

Er gaat niets boven deze grond.
Zwaar en nat vandaag keer ik om
en om en om. Het valt allemaal mee
wanneer je bezig bent. Het doen
en de weerstand voeden en voelen.

Je raakt de aarde aan; een klomp
zware nattigheid waaruit straks
alles groeien gaat. Moeder zeg
je zacht, inwendig, heimelijk.

Je wilt niet dat ze je horen.
Er zijn er voor minder opgepakt.
Ze willen het liefst strakke regels

een rijtje bloemen langs een recht
tegelpad. Een strak gestreken vlag
voor het geliefde vaderland.

ons huis – bennie spekken

wij kregen het
koude huis
met onze liefde
niet ingewijd

je stond op
een nacht
in de deur
niemand

sprak ooit zo
alom afwezig
niet mis te verstaan
je naam uit

er kwam een geest
gevoelige vriendin
met spookverhalen
aan te pas

en ja hoor
die zag dat
hier heel wat
gaande was

gedwee ging je
hierin mee
hing salie op
in alle kamers

er is nog één ding
fluisterde dat mens
waar duidelijk iets
mee aan de hand

was dat bureau
daar voel ik nog
enige weerstand
ik zei maar niets

david – eelke van es

De steen is weggeslingerd
met de afgerukte arm en
tekent om ons heen een harde baard,
aaneengevlochten op stille zondagen,
gekamd door gebeden van een kleine
groep mensen die knielt en gaat staan.

De botten gloeien in overwinning.
De ellepijp zindert als twee
slangen door de atmosfeer,
ploetert zonder weerstand,
immer aangedreven
door die ene noodlottige worp
waarvan hij nu de kracht moet dragen
tot de doodzwijgende sterren aan toe,
verder nog, tot bij de stem van een priester
die zijn zoons aanmoedigt
naar de lucht te kijken
terwijl hij hen bewerkt:
‘Kijk, en geef jezelf te eten.
Alles wat zich nog aandient
ligt in de greep van de getijden.’

* – danny danker

de nacht ontfermt zich over mij

en na verstilling tot aan onder
de wijzers van de zon
geef ik aan hem te kennen
zoals hij mij

maar ken jij ook de dageraad
vroeg hij en wuift loom wat blauwe fotonen
en verwachte weerstand weg
nog voor de komst van robijnrode uren

het afgeworpen zwijgen het begin
van weer een ander licht op theorie
en met in een tik en tel terug bij af
gaat deze verstrooiing tegen

want ook de nacht mint het licht
en meer nog het doorbreken