schijnen maan
stralen in
het niet van
eeuwig licht
lach en traan
niettemin
blijken dan
uit het zicht
op niveau
hoog en ver
van een ster
uit haar baan
althans zo
kijkt men er
her en der
tegenaan
schijnen maan
stralen in
het niet van
eeuwig licht
lach en traan
niettemin
blijken dan
uit het zicht
op niveau
hoog en ver
van een ster
uit haar baan
althans zo
kijkt men er
her en der
tegenaan
de old school
koffiemolen
van mijn moeder
geript op een
zondagmorgen
uit de rommelkast
ik weet het nog
ik was 15 & transporteerde
tranen via sluiproutes
naar de overvolle maan
lichaamskoelte
verrust mij
die zon
achter wolken
mijn ingebouwde
wifi-ontvanger
draait volle toeren
detectie van menselijkheid
staat ingeschakeld
tot nu
een paar stellige
verre signalen
maar ik weet
de wachtwoorden niet
Ik heb vandaag weer niks gedaan.
Ik heb vandaag weer van alles gedaan.
Ik deed het allemaal met volle overtuiging halfslachtig.
Ik lachte, maar met reserve.
Ik zat, maar niet erg rustig.
Ik legde me neer op de bank, mijn hoofd bij onaanzienlijkheden.
Ik koester – ziehier, het bewijs – de zegenrijke toestand van de irrelevantie.
Ik koester het bijbehorende gevoel uitgerangeerd te zijn.
Ik ben dat ook werkelijk en zoek slechts het succes
één verdwaalde fan te hebben.
Ik doe mijn best voor dat specifieke succes.
Maar ook weer niet té…
Dat komt: die ene fan is verzot op mijn nonchalance.
In die nonchalance wil ik tot mijn laatste snik betrouwbaar zijn.
Mijn handje slap over de leuning hangend, mijn ogen lodderig.
Kop in een wolk van vage zegetochten.
wie slaapt
zolang het licht is
wie ziet
wanneer de nacht verschijnt
de volle maan
de ronde borst
van houder ontdaan
wie lest zijn grote dorst
wie komt zulks
en meer nog toe
god ik ben het
dromen
moe
Doe mij nog maar zo’n nacht.
Een naam om te bewaren. Drank
genoeg verpest. Ik wil alleen
nog warmte drinken. Slapen doe
je overdag. Blindeer de ramen
tegen overlast. Het regent wat,
het schijnt en straalt en zingt
ook vast de hele dag, dus heel
die dag maar voor het breekt.
Er is een week van jou gemaakt
en alle dagen dragen namen zo
als ik jou ook noemen zal,jij
met je volle maan en sterrenrug
jij bent de tijd zo vast als lucht.
vlees dat zich zo verzoveelvoudigd heeft
gedoemd tot geen beweging meer
dan doodgaan
is
bed dat volstroomt met obees die zich
voor wat nooit zijn laatste maal is legt
een mens die uit zijn huis gehakt moet worden
is
spektakel op tv
we voelen oh wat voelen we
maar net niet vol genoeg ontzettend met hem mee
of haar
als er geen zwaartekracht bestond op aarde
stegen zij vermoedelijk tot hoogste hoogten
passeerden zij gemakkelijk de volle maan
uit de overvolle hokkenwagens
steken dierendelen
krulstaarten en bleke oren — kale kippenhalzen
elkaar tot bloedens toe naar onze kroon
ironisch is het woord allang niet meer
het is het mededingen
waarin de hoon zich zegt
de dithyrambe ongehoord is en vergaan
De hoer met het roze haar
kennen doet niemand haar
ze fietst de straatweg van waardering
maar al het vuilnis verspert de weg
De zwerver met zijn vieze dreads
kennen doet niemand hem
ze kennen alleen de opgetrokken knieën
de capuchon die voor de Aldi zit
De volle straat die leeg is
daar wonen deze twee
je kent hem wel
alles zoeft er en blikken bestaan niet
hij is niet onvindbaar
hij is overal
Als in een lomp leeuwenpak gehesen
loop ik door een volle straat
waar alles knippert
en waar blikken schichtig zijn
De blikken zijn identiteiten
samen opgesloten in een kooi
Ik ben eruit ontsnapt
Maar ontsnappen betekent
constateren
dat er simpelweg niet te ontsnappen valt
Ik wil een vreemdeling zijn
maar ik heb een geldig paspoort
het versleten papier vertelt
in Times New Roman van gekooid zijn:
Uw wereld: een gebroken plaats
Uw nationaliteit: egoïst
Een vis zwom zomaar een blokje om, voelde al
aan zijn water dat het stormde, zwom en zwom.
Hij werd licht zo licht, opgetild licht werd de vis
en zijn kieuwen begonnen te spartelen en al niet
helemaal meer bij zijn volle verstand smakte hij
met zijn volle visgewicht met een rotgang neer
op de kade, waar de meeuwen aanvlogen en de
vis leegpikten, nog levend aan de andere kant.
Recente reacties