Vannacht dacht ik nog even om tijd
te overleven om de spijt te wassen
van mijn lijf mijn laatste flessen
leeg te drinken en te zwijgen tot
het krijt zich los zong van mijn
botten. Vogels daalden op mij neer.
Ik kon niet schieten dus ik floot
alsof ik een van hun was en we
stoven op omdat het zo was
afgesproken, zweefden rond
boven de stad in felle
vluchten door de lagen
van de hemel pikten fluks
wat kruimels brood
en eindigden de dag
in bomen. In mijn boom
hing een gedicht.
Resultaten voor het trefwoord vannacht
je kroop onder mijn haar
vlijde je tegen mijn nek
zo zachtjes lag je daar
je borstkas zwaar je
ademde nauwelijks nog
toch bleef je maar en
zoog mijn warmte op
je laatste ademtocht
viel vannacht toen
ik niet bij je was
Mijn frons achteloos gevaar
Rood de wangen van het wajang meisje
dat sluimert in mij
De nacht draagt een sleehak
glijdt nabij
Een vraag brandt op lippen
van de maagd die ik was
Verleden om op te kluiven
De zon heeft de maan
om een komma gevraagd
Het luik vannacht
niet te gretig dicht te schuiven
Ik tokkel dit lied dagelijks
ontwaak met fluorescerend gezicht
Verzwijg Ach. De strijd is al begonnen
De ochtend kriekt wel
Ik tel twee woorden
die kleven aan je baard
Aard van het beestje
denk je me tot
mijn laagste vrouw
Vannacht vochten we nog
cilindrisch
Ik brak als chocola
zonder harde wil
Een fotonegatief ons verbond
denk jij
Ik lach verschil
schiet dood
in drie d
sluit zich op
sluit zich af
vloog vannacht
tegen de muren op
schreeuwde
van de daken
sluit nu aan
in de rij bij
het vitrinevlees
excuseert zich
met stijf op elkaar
geklemde kaken
zijn systeem
liep vast
Er is een prijs voor alles, ook voor zwijgen en het lam
dat ritueel aan mootjes wordt gehakt en opgestapeld in
snackbar Shalom aan het spit rond draait om de as
van het kwaad langs het vagevuur wentelt en ziet
dat het goed is hoe alles overloopt in elkaar
begoten met knoflooksaus, gegeten met gebroken
brood weg gespoeld met cola door het lijf
dat hunkert naar de poëzie van Augustinus
de clown met de zeven wonden, terwijl Judas
door de speakers schalt: neem dit brood neem
dit lichaam, neem plaats in snackbar Shalom.
Er is een plaats voor wijzen aan de bar
en voor dwazen aan het raam. Ik doop
mijn frietjes in onschuld. Ik betaal
voor mijn zonden ik bedank Maria
en offer mijn dagen ik sluit mijn maag
af met zoute yoghurtdrank ik weet
dat alle leven leven is ik zal spellen
hoe de letters langs het raam geslingerd
zijn zoals ik tussen hoop en vrees en bid
dat er ook nog ooit een gerecht
mag zijn maar weet wel beter hoe
de wereld draait aan het spit.
Dit is zoals ik het bedoeld heb.
Ik geef het over in uw handen.
Deze stad die sleutels heeft
zal vleugels vinden om te vliegen
te ontsnappen aan dit lijden
deze spelfout van de tijd
het zal heel en zwijgend zijn.
Wat denk ik aan jou vannacht Herman Gorter
want ik liep over de stoep vandaag
met een kater, schuldbewust kijkend
naar de volle maan.
In mijn hongerige moeheid
en winkelend naar beelden
ging ik de fruit verlichte
supermarkt binnen,
dromend van jouw vergelijkingen.
Wat een perzikken en penumbra’s
hele families uit winkelen
vannacht. De paden vol echtgenoten
vrouwen in de avocado’s, kinderen
in de tomaten! –en jij Vincent van Gogh
wat deed jouw neus in de watermeloenen?
Ik zag jou Herman Gorter, oude
starre saloncommunist,
porrend met je paraplu
tussen de kippetjes in de vriezer
je blik op de verse meisjes.
Ik hoorde je vragen stellen. Wie houdt
er van bananen, wie eet er een hapje mee vannacht,
ben jij mijn engeltje?
Ik zwierf tussen torens van kleurige blikken
ik volgde je en mijn verbeelding werd achterna
gezeten door de winkelbeveiliging.
We liepen gebroederlijk tussen de schappen
in onze gedeelde eenzame liefhebberij
proefden we artisjok, bezaten we al
de ingevroren lekkernijen
en kwamen we de kassa niet voorbij.
Waar gaan we heen, Gortertje? De winkel
sluit binnen een uur. Waarheen wijst je vinger
vannacht, naar links of naar rechts?
(Ik raak Mei aan en droom van onze
zwerftocht in de supermarkt, ik voel me gestoord)
Zullen we de hele nacht door eenzame straten lopen?
De bomen stapelen schaduwen op, de lichten gaan uit
in de huizen. We zullen allebei eenzaam zijn.
Zullen we verder dwalen, dromend
van het vergeten Nederland van netheid
en orde, liefde voor de natuur
voorbij rijen auto’s op parkeerplaatsen
op weg naar ons lieflijke bungalowtje
in het groen?
Ach dichtertje, mislukte politicus
met je rijen vol vergelijking
wat voor Nederland had jij
toen je van de bergen in elkaar stortte
en je er vandoor ging, met pijn
in je hart op weg naar dit land
en je verdween met al die ongeschreven maanden.
* vrij naar “a supermarket in California” – Allen Ginsberg
je mist geen treinen. Je veegt de slaap uit je gezicht,
maar mist geen treinen. Waar deze trein naar toe
mag gaan dat weet je niet. Je kent de namen,
de gezichten niet van mensen om je heen je ziet
geen tranen. Het is een vreemde treincoupé
het lijkt zo wel alsof ze vee hier hebben laten
slapen. Waar deze trein naar toe mag gaan
dat weet je niet. Je kunt het vragen, maar
dat durf je niet. Je denkt aan hoe je wakker
werd vannacht, je lag te slapen. Er werd niet
eens eerst aangebeld, er werd geschreeuwd
en met geweld werd je je met je moeder,
vader en je zus een auto ingeladen. Waar
deze trein naar toe mag gaan dat weet je niet.
Niemand heeft de kaartjes, of vertelt je iets.
ik droomde vannacht dat ik een gevierd schrijver was
een rijk oeuvre bij elkaar had geschreven, vooral veel
proza, een enkel toneelstuk, meestal een bewerking van
en met de poëzie kon ik met de besten mee. Ingewijden
bejubelden me of waren juist uitgesproken kritisch. Toch
spraken ook zij nog respectvol mijn pseudoniemen uit.
Op het punt door te breken ook bij het grote publiek
Stond ik, omdat ik zojuist mijn eerste thriller had af-
geleverd. Ik ging casual gekleed, ik zat aan bij links
Nederland waar ik de kots halfhoog in mijn wangen
een enkele Spaanse dichteres aanhaalde met zinnen als:
“mijn honden rukken rode kabels uit je gronden”. En
met links en rechts nog wat ge-ici voor de heren (vooral)
critici, die me minzaam maar geconcentreerd aanhoorden
was mijn hachje gekocht, mijn bedje heerlijk gespreid
Ik kon mijn geluk niet op, zelfs die ene, verwoestende
Meid, jij, beminde me.
min acht vannacht
ik zie haar
uit haar panty gaan
minacht vannacht
ik zie dat alles
nuchter aan

Recente reacties