Resultaten voor het trefwoord slechts

compositie – iniduo

ik bezit geen letters maar
er is mij verteld dat ik woorden
kan bezitten als ik deze
in mijn volgorde aaneenrijg

ik bezit ook geen kleuren
maar er is mij verteld
dat ik coloriet kan bezitten
als ik verf op mijn doek aanbreng

ik bezit geen geluiden
maar het schijnt dat men
spraak als mijn mening opvat
nadat ik gesproken heb

laat ik zwijgen over noten op de zang
ik ben slechts boodschapper
en hoewel ik ook geen leegte bezit
zijn brein en maag behoeftig
het is tijd voor een feestelijk maal

de verjaardag – peter heuveling

Verzin voor mij wat onzin
Laat me zachtjes zuchten
grijnzend glimlachen
Neurie onnodig om niets
wieg lachend om heel weinig
vier haar verjaardag mee

Wees de verwaande waanhoop
een nietszeggend iemand
De ondeugdelijke oom
die tergende tante
die ik diep dankbaar
slechts jaarlijks hoef te pruimen

* – juvu de ruiter

Door het donker lopen wij langs de waterkant,
voelen het stuk touw naar het fuik, maar
vinden slechts de voorplecht van een schuit.
Dat water zacht zou zijn,
zwemmen zonder boot en schipper.

Terug bij de weg zien wij mensen rijden met
glimmend zwarte doodskisten op hun dak.

aderlating – jan bontje

ik heb zojuist het potlood herontdekt
en schrijf nu dit gedicht
het is gewillig
en laat zich braaf schrijven
zoals ik dat wil (denk ik naïef)
in werkelijkheid
schrijft het gedicht zichzelf
dien ik slechts
als doorgeefluik en instrument
van woorden die eeuwenoud zijn
maar door en in dit vers
een nieuwe inhoud krijgen
nieuwe woorden worden
zoals massa moord mooie mens
moeder natuur
is onverschillig
de mens denkt
dat hij belangrijk is
maar in feite is hij
rijk aan belangen
dus slaaf
: of lijfeigene
zoals nu (tijdens dit gedicht)
van dit potlood
waarvan ik me bevrijd
door het weg te leggen
afstand te nemen
met aderlating van dit gedicht

ma=altijd maaltijd – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

in ’t kwaak[bewust is de onder]kaak
ook ’t ge[deelte van diens mijd]taal
en de maal[tijd plus ma= altijd]
is ’t fy[siek proces volledig] bewust

& ’t zolder[bewust is ’t gedeel]te
op de achter[tong, slechts met ma]te
in ’t be[perkt bewust in de tong]riem

van ’t kelder[bewust is echter] meer
dan ’t ver[zamelen van gedach]ten
op schep[pende manier van wens]pakket

van ‘’t zolder[bewust is de boven]kaak
ook ’t onder[deel van diens wens]taal
en de paal[tijd plus pa=altijd]
richt ge[dachten op de vervul]ling

trilt ’t huig[idee in manifest]eren
trilt de sp[linter in ’t wrak]hout
en t[rekt de mond van binnen]uit
tussen maal[stenen van ’t honger]leven

er staat een naakte kaarsenmaker op de snookertafel – delphine lecompte

Wat doet die blote kaarsenmaker op de snookertafel?
Niemand weet het, zelfs de jongste zoon van de taxidermist
Kan slechts gissen naar de beweegreden van zijn oom
Het lijkt van ver op plat exhibitionisme
Maar dan ken je de kaarsenmaker niet.

Ik ken de kaarsenmaker een klein beetje
Drie jaar geleden heb ik eens een kaars van hem gekocht
Een kaars in de vorm van een rammelaar
Tussen zijn oren ontsproot de wiek
Na vijf seances met Tolstoj was hij gesmolten.

De blote kaarsenmaker kerft in spiegelschrift
Een anagram van OLIELAMP in zijn buikhuid
Wanneer de psychiatrische beulen met visnetten arriveren
Probeert de jongste zoon van de taxidermist hen tegen te houden
Ze nemen hem ook mee, o wee.

Een week later mogen beiden bezoek ontvangen
Ik bezoek eerst de kaarsenmaker
Hij draagt een geruite pyjama
Die ruikt naar de vorige 100 gebruikers
99 van de 100 vorige pyjamagebruikers waren imkers.

Dat wist ik niet, het verrast mij
Dat imkers zo gemakkelijk ten prooi vallen schizoïde betrekkingswanen
Ik heb kersenbonbons, een houten nijlpaard, en ‘Oorlog en Vrede’ meegebracht
De kaarsenmaker is dankbaar
Omdat hij dankbaar is krijg ik een kus op mijn clitoris.

Daarna bezoek ik in dezelfde kamer met lege handen
De jongste zoon van de taxidermist, hij slaapt naakt
Ik streel zijn penis niet.

see you there – jan van heemst

De stegen naar de hel
zijn bestraat met jonge vrouwen;
de wegen naar de hemel
geplaveid met flauwekul.

Ik ga dus naar de hel
waar ik een feest ga bouwen
en heb geen moer vertrouwen
in dat oeverloos gelul.

Want daar boven is geen hemel
maar slechts het spiegelende zand.
Geen oase met een kemel;
en zonder water, o mijn hemel,
krijg ik dorst en zonnebrand.

leef zorgeloos – joost de jonge

Ach, ik denk, het is
Toch slechts een woord
Niet mijn verrijzenis
Ook als het bekoort

Hoog in de lucht klinkt
Het kloppen van een specht
Hoe hier het blad in mij verzinkt
Tussen bomen hoog en recht

Meisjes van vroeger nemen plaats in
Hoewel, steeds minder
Het leven wist mijn herinnering
Ik fantaseer nu zonder hinder

Het woord is een wonder
De motoriek van mijn weken
Omar, Zie je de koe
Jij die in de diepte dook
Hol en met frisse tegenzin

Kan een steen die daar
Zo zwijgend ligt
Dromen over zichzelf
Door duisternis gebonden

Een deksteen wordt geplaatst
Waar een nieuw leven begint
Is het hogere soms een muzikale allegorie
Waar meisjes van vroeger dansen

Het woord is een wonder
Ze laten je vallen als een baksteen
Die wondere woorden
Blijken dragers van licht

Ik fantaseerde mijzelf
Lief en zacht als elf
Een bloeden dat nooit stopt
Een niet bestaan tot gewelf

Ach, ik denk wat het is
Toch slechts een woord
Tot mijn ontsteltenis
Blijft de ware zin ongehoord

tweestrijd – joost de jonge

Ik verlang door te dringen
In het sappige zwart
Van jouw verleiding
Nu even niets bezingen
Geen bovennatuurlijke tijdingen
Slechts het kneedbare ik
Van een zwart verlangen

De grens liep op
In de richting van de bergrug (met een huivering)
Zoals een arend aanzweeft
Leeft hij in het huis van de ontschoeide
Een weerbarstige zoon
Onder uw voetzool

Er worden prijzen uitgereikt
Bloedend wil ik winnen
Stinkend en rottend
Zal ik het vieren die dag
De dag dat ik in je verdrinken mag
Je kunt natuurlijk
Beter jezelf worden
Maar mijn onkunde belette mij
Ik plonsde er zo in
En zwom (schoolslag)
Vol vreugde de verdrinkingsdood tegemoet
Verder weggezonken
Dan je kunt voorstellen
Door het koud woelende duister
Aangeraakt door een vloeibare hand
Gutsend in mijn lijf
Een hart dat
Altijd kloppen wil
Zal immer vluchten

Hier op de bodem van mijn verlies
Peinsde ik over het al
Het wel en wee
Van jouw hartgrondige nee
Een ontkenning van wie we zijn
Wat we hadden
Je bent niet dood genoeg
Jij symbiotisch gedrocht
Het dierlijke denken
Splijt mij mijn verwarrende ik
Ik ben verwond
Ik blijf hier gewond
Ik zoek je nooit meer op
Ook nu jij jouw dagen voor allen alleen slijt
Hier en nu vond ik mijn eeuwigheid
Eenzaam in genoeglijke gemeenschap
Echte liefde dooft al het licht
Om zelf sterker te branden

love & magic – maaike klaster

Ga je serieus díe truc uit de hoge hoed tevoorschijn toveren:
ik heb iets slechts gedaan, dus nu ben ik zielig?!
Kijk naar Hans Klok. Die laat zichzelf tenminste verdwijnen
om steeds opnieuw als zichzelf terug te keren. Misschien eet
hij niet alles wat jij hem voorschotelt, maar dat is zijn goed
recht. Had je hem maar niet met die addergebroedsoep
moeten foppen. Hans weet wat echt is. Zie die kaarten vliegen!
Dat is pas liefde; dat is magie.

Om terug te komen op het begin: ook ik cijferde mijzelf weg
en de prijs daarvoor heb ik allang betaald. Straks sta ik op The
Strip luidkeels te zingen: Vegas, baby!!!