de vingers vast in de geldautomaat
de kaart afgebroken, geen service nu
patat koud, de sokken nat, tas gestolen
de zinnen losgeweekt uit een kroeg
ik kan mijzelf niet meer bewijzen
existentieel van het papier afgewaaid
bestolen in een draaideur, geen bereik
apps schieten te kort, waar ben je?
help mij, geef een dollarteken herken
mijn spelling, de dictie van de wanhoop
geef me je code, ontruim me dan
geklinkerd, gestrand, ingepakt, verpand
vouw me open als een biljet, weet me
zoals ik jou weet, laten we feiten zijn
je laatste sigaret? geef me die dan
neem mijn vlees en eet, ik ouwel jij geest
lief ontsporen, val zonder eind, ver land
herinner mij, stel me voor zoals ik hier
kijk mijn ogen ze staan los van mij
ze dwalen af, je verlaat me al, ik voel het
spijt, bitterzoet in de zon, rauwe huid
van het zout, de aarde staat op springen
en nog verga ik niet, het blijft wringen
je brandend haar, je handen in een sopje
klaar om gelukkig, waren we maar
een oogopslag gevuld met de geschiedenis
je reinste, alles, ook je haarkleur,
het verschiet, waar ben je, maak me los
vergeet mij niet…
Resultaten voor het trefwoord sigaret
geef mij wat zuurzand
laat het glippen door mijn vingers
steek een sigaret op en bedenk
dat zandgebakjes echt verleden
sinds jaren pissen katten
zandbakken vol geneugten
geven grenzen aan bestaan
waarvan mensen soms geen weet
zandkastelen heb ik afgeleerd
ze bieden enkel uitslag
maar wacht de echte zomer
zij maakt droog achter de oren
pak je zeef en schep de bovenlaag
van eerstgeboren korrels
zij poederen gedachten fijn
waar hersenzuur verdwenen
de banjo werd op de knie gelegd
in tweeën gebroken
en aan een wilg gehangen
een storm stak op
de takken van de wilg
tikten tegen het vel van de banjo
het ritme van de regen
de slisser sliste en de spleet
tussen z´n tanden
leek wel een meter breed
Belinda stak een sigaret op
belde Irene en zei
ach die bomenpraatgroep
het lijkt me zo’n gedoe
de dagen werden schaars
de banjo bleef te horen
het blauwe gras wuifde
Ieren zongen
en de bergen keken toe
In mijn zuiverste streven naar stilte
laat ik de kat door het raam naar buiten,
voorkom de val van de deur in het slot,
een sigaret steek ik op bij de vlam van
een kaars, de aansteker raak ik niet aan,
het glas zet ik steevast op een riem A-4
de kringen daargelaten, het geluid gedempt,
de wijn nog slechts met schroefdop,
geen kurk zal knallen door dit huis.
Mijn stoel verschuift niet, mijn vingers raken
zo nu en dan een letter aan, mijn voeten doen
de planken niet kraken, heb wollen sokken aan
alleen de vaatwasser en wasmachine doen
zich nog gelden, nachtstroom legt mij
het zwijgen op.
(Taaltheaternacht, Emmen)
een monotoon
sonoor neuriënd
koor op de gang
de drempel over
de tocht door
de catacomben
mijn oog valt op
een motvlinder
tegen de lamp
geen weg terug
het is te laat
voor uitvluchten
mijn stem stokt
achter de deur
de zaal op zijn hand
raast de nacht
burgemeester
van rotterdam
romantiek is uit
den boze hier
komt ellende van
het lijf zucht
een laatste sigaret
ik weet niets meer
z’n broek op half elf
in de ene hand een blikje
en andere een sigaret
lult hij een eind aan de brij
van men, fuck, en veel vet
aan zijn lippen hangt
een jonge brunette
die breezend op
geixte benen balanceert
haar geringde navel
en veevorm van de bilnaad
zijn door tattoos opgewaardeerd
hij noemt haar slet
Klasgenoten. Facebooks uit een verleden toekomst
toen we nog wisten wie we later gingen worden.
Je herkent gezichten waar geen naam aan herinnert,
of andersom. De meesten zijn ook heel veel dikker.
Ze hebben kinderen die ze nooit zouden krijgen.
En werkroosters uit industriële productietijden.
De rector met zijn eeuwige Barbie-Ken glimlach
die jou opnieuw betrapt met een sigaret.
De leraar die zei dat je zou kunnen excelleren,
maar ‘enig besef van richting’ totaal ontbeerde.
Ze hadden gelijk. Je bent de weg hier kwijt.
De bel gaat. Gillend ren je de school weer uit.
Een engel stormde op mij af
toen ik mij in het park waande
met vijf jongens en een sigaret.
Ik schreeuwde hem toe
mijn meisje terug te geven.
Het vuur kraakte in mijn jas,
mijn zakken vol met vocht
en vreselijk stille overmoed.
Toen vervloog het tafereel
als kille blauwe
lucht om tien uur.

Recente reacties