Resultaten voor het trefwoord schoot

gang van zaken – berry tunderman

Haar borsten te lang niet gestreeld.
Haar schoot behoorlijk roestig.
En elke avond haar gordijnen
Te vroeg dicht.

Hoeveel boten heb ik gemist.
Te lang geen wind in mijn gezicht.
Struinend door de dagen.
Blind voor licht.

Haar tuin ooit met zorg omringd.
Onkruid regeert met vrije hand.
Ze haalt dan haar schouders op.
Wacht voor de nacht.

Haar lege armen steeds meer plooien.
De spiegel, de weegschaal, een wijde boog.
Ze weet wat wacht.

Soms praat ze met vriendinnen.
Een man aan de haal, iets met de kinderen.
Met een half oor klinkt alles zacht.

summertime – mark boninsegna

Het regent
zomerdagen in de polder
grenzend aan de dampende stad
waar erosie de ziel blootlegt
voor ons
die zich onderdompelen in
pompende beats
jazz
poëzie

Cultuur mixen

Een nieuwe inheemse dans
Op maat
Op zwetende lichamen
Op lust en genot

Paaldanseressen zwevend
boven onze schoot
verschieten kleur wanneer
de naaktheid
realisme zichtbaar maakt
in bordelen waar ooit
Chinese rook longen vulde
van hun die ontsnapten

Het hart vangt
het ritme van de stad
Evenwijdig pulserend

Geliefden

juni – b. vogels

Ik heb door de benen van de lente gekeken.
Wat laag bij de grond, maar met een prikkelend zicht.
Ik wist niet dat hooiland zo hoog kon zijn,
toen haar tenen mijn nekharen streelden.

Zij heeft zich gespreid,
haar goudgeile halmen gebogen.
In de palm van haar schoot heb ik mijn ogen gesloten.

Hier hoort geen zeis bij, geen zwart gewaad,
maar het gelaat van een geliefde.

Zo zacht moet sterven zijn.
Als een lichtende cirkel,
waarin heengaan speelt met blijven.

romp – maaike klaster

Scharrelaar, man met de kippenborst,
ik bereid je als een kok zijn hoender.

Dan, bedaard, vanuit de schoot,
kluif ik langs jouw romp naar boven

tot mijn neus ligt aan die kruidige
holte, het zwaar beweende, pezige vlees

en ik met tepelscherpte zie,
mijn tong nog naveldiep,
waar ik nesten wil,

waar jouw huid omsluit,
waar ik veilig ben
en kan bijten.

kleurenblind – bob elias

toen in mijn tuin
de glazen pauw
zijn kleurige staart ontvouwde
schoot je hem dood
voor een caleidoscopisch
mozaïek

moest dat nou?

geestgefluister 2 – monique methorst

Als ik luister naar zijn rake klappen
in de tijdgeest waarmee ik fluister
kruip ik bij de hond op schoot

grijs als de muis die mijn eten deelt
staat mijn hart nog in het rood
en een ouwe draak mij schaduwt

het huist in onuitgepakte dozen
zoals drift op mijn lijf geschreven staat
is eenzaamheid niet uit te spreken

rauw is de stilte van vaders hart
wanneer ik als kind mijn geest hoor breken.

piëta – walmzand

een oerverlangen, hunkering
   als wereldmoeder ontvang ik
   je groeit en ik bereid voor
   het tweede wonder; aanschouw!
   mijn kind, de wereld…

uit mijn schoot ontspringt!

stormen en luwtes doen ons aan
   strijden en overleven eindigen in een zucht…

je keert terug naar je geboortegraf
   en ik ontferm mij met alle moederliefde

kom, rust, het is gedaan…
   weet je veilig in mijn schoot en armen
   slaap, droom en leef voort…

kinderbed – jan holtman

ik zie hoe ze op haar kinderbed
heeft gezeten

in kleermakerszit
een dagboekje op schoot

schrijvend in haar labyrint
snijdend in haar arm

het onrecht ervarend als pijn
die gevoeld moest worden

hoopvol als een kind dat het zonlicht niet kan verdragen – delphine lecompte

Het is dinsdag en de stronk is te mager om mij aan zijn oog te onttrekken
‘Daar ben je!’ buldert de oude kruisboogschutter ritsig
Ik zijg neer, een peer valt in mijn schoot
Geen peer van de tamme berk
Een gebeten peer van een spijbelend kind
Waar is de tijd?
De tijd van spijbelen en lijm snuiven
Godzijdank voorbij
Maar oude paarden gaan nog steeds naar de lijmfabriek.

De oude kruisboogschutter klaagt over zijn zoon die
Op daken klimt om mensen Bulgaarse talkshows en
In het Duits gedubde MacGyver episodes te verschaffen
Nooit komt hij eens op bezoek met kaviaar en trappistenbier
Liever gaat hij naar zijn schoonouders met lege handen
Om geld af te troggelen voor de nieuwe keuken en de reis naar Kenia
Waar hij neushoornpoeder wil kopen om zijn huwelijk nieuw leven in te blazen.

Dan stopt het klagen en
Zakt zijn broek
Zijn scrotum is lichter dan de peer
De peer is gladder dan zijn ballen
Ik zet mijn tanden in de muis van mijn hand.

Het is dinsdag en de tandafdrukken voeren mij terug
Naar De panne waar ik melktanden en een boxer had
Waar is de tijd?
De tijd van marsepeinen heiligen stelen en paardenmolens in brand steken
Helaas voorbij
Maar molens draaien verder en
Mijn grootmoeder snuift nog altijd lijm.

reislust – gerda blees

ik
in jeeps
en kamers zonder ventilator
bruine meisjes op mijn schoot
tv op tien

jij
op fiets
onder tentdoek zonder gaten
zware hellingen in de benen
geen mens te zien

waren we maar aan het zeilen bij Langweer