Resultaten voor het trefwoord rivieren

meander amoris – rob van de zande

In het eden ontspringen drie rivieren
Met elkeen hun voordeligste vloed:
De eerste doet jouw praal zegevieren,
En watert met kroon Iduna tegemoet.
De volgende rivier, vertelt mijn naam,
Licht kabbelend over leem en rots;
En de laatste mengt jou en mij tesaam –
Liefde stelend van het zachte geklots.

turbulenties – iniduo

Stoelen in opstaande positie,
vastgesnoerd met losse pols
en quick release. Hoge hakken,
uniform qua strak gelid.
Eigenlijk ga ik nergens heen,
ben ik dolende tussen de wolken.
Zoek ik een horizon die nergens
was en toch weer altijd en overal.
Vlucht ik over heuvels boven
gepeupel en glimmende rivieren.
Ga ik door ijle leegte met mijn witte
staart tussen de benen.
Of nee, de leegte zoekt mij;
het schept een band.
Als verbond tegen volle gedachten
die als Joviaanse wervelwinden
nooit gaan liggen.

rivieren en zijarmen – elsje de wit

hoe blank haar huid ook bleek
hoe heet de thee die jullie dronken en al
het moois dat ze je te eten gaf rond dat uur
de rebel lacht goddomme, slaat duizend nieuwe wegen in
met genoeg geld en lef in zijn zakken
de maan boven alles en een kop vol vuur

ik heb de rivier op de voet gevolgd
smeet zesendertig stenen in het gras
pas nu mijn vinger over de landkaart glijdt
weet ik dat de man die mij de tiende steen gaf
onbetwist
de rebel was

heil – b. vogels

ik wens je geld zoveel
dat je het niet kan tellen
handenvol bergen
te veel om op te noemen

een onoverzichtelijke heuvel
een miljoenenoceaan
zuigende korrelstromen
stortvloeden gulden regens
glinsterende rivieren
zilverberkenwouden
slikken zilverreigers
bronnen bubbelplassen
moerassen goudplevieren
fonkelvalleien
rollende gletsjers
klinkende massieven

en een woestijn
waarin niemand je komt zoeken

koorts – stijntje van der wal

na vier dagen viel ik uit
een weerbarstig bed,
stond plots in een labyrint
peuterend aan watermuren.
schreeuwde naar schelpen
en wonderlijke wieren, want
instortingsgevaar loerde.
het regende in mijn hand
levenslijn rivieren braakten
zilt zure golven, terwijl
schapen sneuvelden op de dijk.
wazige witte lijnen trokken
langs zinderende rode luchten,
iemand bracht de maan
liet sterren achterwege
waardoor willekeur bleef.
alles kan gezegd zonder tong
alles kan gezien zonder oog
alle blatende beesten
pasten in een blauwe emmer.

hollandse regen 13 – jos van daanen

Tijd troost. Ze strijkt als een lauwe ademtocht
door de sterkste biezen langs het water.

Van de rivieren zijn de dijken ingeklonken, wit
uitgeslagen, als de vlekken tegen de gevels,
van het zout dat van uitgezwete woorden is

‘cogito sine qua non’, aldus het stoklopertje aan
de rand van een plasje hemelwater, bedekt
met schubben, ‘al dat glanst moet wel schoon zijn.’

Het voert de polonaise aan, voor de soort
uit de buik van de stad, vol dromen en verlangens
over het bestaan buiten het brakke vruchtwater
dat vol meconium door de riolen stinkt.

Op zoek naar leegte op zinvolle grond.

Maar vol is alleen het licht van de zon en leeg
ogen de barsten in het zicht van de Uitgedroogde,
de priester en de burgemeester, de notaris

en het troosteloze klootjesvolk dat het rulle zand
onder de boze voeten vertrapt tot bloedeloze hoop
op regen, niets dan.

terug naar de platte grond – hanny van alphen

ik trek het niet meer
die wijde wereld
in godsnaam
laat haar krimpen
tot wat zij was
een platte schijf, net groot genoeg
voor hier en daar een stam
bossen bomen en struikgewas
wat rotsen en rivieren

een simpele grot om in te wonen
een krijtend kind
en een god die verwondert

gare de bercy – bert bevers

Hier kom je aan voor de nachttrein naar Milaan. Voel je
dat de reiziger geoefend in begrijpen is, maar ook dat niet
iedereen paraat voor later is. Op perrons passeren immers
schimmen vol zichzelf, met weinig woorden. Hun blikken

zijn van melkglas, ongewis als dagboeken die geschreven
werden met terugwerkende kracht. In onze coupés gaan we
over tot ontrafeling. Van vreemdelingen de naam, van buiten
de huiver. En dan is er de cadans van slaap, een lichte want

we sporen door de bergen. We sommen daarin dingen op
die nergens toe dienen. Hinkelen met niemand anders dan
jezelf. Mussen tellen. Struiken strelen. Rivieren vol water

benoemen. Een hoorspel voor doven schrijven. Ik droomde
dat een farao mij schouderklopjes voor mijn fluiten gaf. Ik
weet dat ik mooi fluiten kan. Ik lijk dan wel een Engelsman.

* – diana hoogenraad

ik hoor de stilte
het raakt me
jouw bloementaal
beweegt tussen vlinders

geuren…O, Valantie
je mond
tekent mooie lijnen
uit een hemellicht

fantaseer ik het gezicht
van puur goud
doen vlammen spreken
trekken tegenpolen
de diepblauwe zee

raakt mijn oever
een purper reiger
kijkt extase
ik leef in twee werelden
ondergedompeld in rivieren

iedereen is moe – paul blok

Iedereen is moe
De kinderen zijn moe
ouders zijn moe
oma’s en opa’s zijn moe.
God waar is het vuur
God waar is het licht
Of bent U ook soms moe?

Alles is moe
De bomen zijn moe
De bloemen zijn moe
De vogels zijn moe.
De rivieren zijn moe
De omgeploegde aarde is moe
God waar is de kiemkracht?
Zelfs de regen is moe.
God waar is de vrede
God waar de wijsheid
Of bent U ook soms moe?

Alles is vervuild
De mensen zijn vervuild
De aarde is vervuild
De rivieren zijn vervuild
En de regen is vervuild.
God waar is de schoonheid
God waar is de zuiverheid?
Is de derde wereldoorlog som
Spelen Uw Goddelijke vingers
Ctrl+ Alt + Del?
Ik begin iets te vermoeden.