Resultaten voor het trefwoord regenwater

* – berrie vugts

Ik fietste over het Varkenoordseviaduct en zag een zwarte paraplu
klemzitten tussen de spijlen, met zijn gebogen geraamte verweerd

klapperend tegen spijlen. Het was een soort morse: drie keer lang
Een keer kort. Ik ging rechtdoor, ik dacht er verder niet meer aan.

Een week later, voorbij het Varkenoordseviaduct, op de stoep bij
Een getralied hek voor het braakliggend terrein van een bouwput

lag de zwarte plu, verder geschopt, verwaaid, gescheurd in zijn
lakense pak, zijn geraamte als losgeslagen wieken verroest van

het lange liggen in het natte regenwater. Er was duidelijk iets mis.
Hij klapperde niet langer maar het klopte van binnen en ik seinde

Een keer lang drie keer kort.

lokroep – gronama

Regenwater sijpelt naar beneden
vanaf dak boven de stille grijpers,
die als stalen handen hangen boven
nog te vangen zachte mooie dingen
en schoon als ~Lorelei~ naar alle
kleine, grote, kermisgangers zingen.

Zoveel kindertranen hier ontsproten,
als felbegeerde toch nog donderend
ten valle kwam, vlak voor het blije
uitgestoken kinderhandje, door een
venijnig tikje naar benee verdween,
sereen, vanuit een hart van steen.

liefde – eelke van es

Wat mijn meisje toch doet met haar snor,
ze draait er punten aan,
ze wrijft de stoppels tot pulp,
als ovalen momenten in haar gekromde vingers.

Haar voeten, sierlijk scheef gelopen,
vertrappen bessen, bramen, rotte pruimen
tot de meest heerlijke slinkse dranken.

Haar broek is zwaar van regenwater,
haar mond is langgerekt en zoet.

Zo haak ik aan in haar vacht:
mijn huid staat open van verlangen,
vet als een beek in een honingvallei.
Er boomt een beer in mijn Schlagersongs,
zwierig bij de glans van oude klokken,
haar jong werd geschoten voor een kathedraal.

Een priester hield de wacht.
Hij rukte wild aan de scharnieren
om het brullend beestenjong te breken.

Het lukte wonderwel,
zoals het ergens staat beschreven.