Resultaten voor het trefwoord gele

­­gele auto – pallas van huizen

Telkens stond die gele auto voor zijn deur,
eerst dacht hij laat maar het zal wel
maar de volgende dag en de dag erna, en erna, en erna, etc, etc.­
steeds die gele auto
nu haat hij gele auto’s niet
maar als ze elke dag voor zijn deur gaan staan
ja dan kan je er wel eens last van hebben
dus op een goeie dag zat er een kras op…­
met een briefje
die gele auto staat er niet meer
de schade was verwaarloosbaar

de andere auto’s laat hij met rust.­

profetieën over het kind van de zeemeermin – jacob van schaijk

Een zwangere zeemeermin zit op de bovenste trede van een trapleer en bidt een rozenkrans van doodgeboren kinderen. De trapleer heeft toebehoord aan een blinde huisschilder die jong is gestorven aan de vlektyfus. De broer van de blinde huisschilder is ook blind, maar zal sterven aan de gele koorts.

De zwangere zeemeermin wacht op stormvloed. Als die komt, zal haar kind geboren worden. Volgens de profetieën zal het opgroeien tot het kindeke Jezus van de zeven wereldzeeën. De zwangere zeemeermin wil haar kind kruisiging besparen en zal het daarom drie dagen na de geboorte door verwurging om het leven brengen.

De zwangere zeemeermin beweert zwanger te zijn van Poseidon. In werkelijkheid is ze hermafrodiet en heeft het kind bij zichzelf verwekt. Dat ze een erectie heeft, verbaast mij niet.
 
De zwangere zeemeermin weet niet, dat de wereldzeeën zullen droogvallen als zij haar kind om het leven brengt. Mogelijk is echter nog dat deze profetie alleen zou uitkomen als het kind werkelijk van Poseidon was.

Het wordt stormvloed en de erectie van de zwangere zeemeermin verslapt. Het kind wordt geboren en blijkt het syndroom van Down te hebben. Ondanks zijn afkomst kan het niet zwemmen en verdrinkt.

moordwerk – jelou

de betonschaar doorklieft hout
mijn moordwerktuig verzet
beloofde gouden bergen
ik dwing het hout terug naar daar
waar schorre kinderkeeltjes ooit
dwangarbeid verrichtten door
het bakken van wat cupcakes

ik knip en schrob een zaag lam
verdwijn in muggenzifterij tot
gele slakom mij alarm
hier ligt kat drie ontbonden
dan moet daarnaast de bruine pot
ons moederpoek markeren die
bedekt met eikenhouten plank
mijn massa kan hanteren

het komt wel goed, roep ik omhoog
een treurlied tjilpt de vlieren
het zwarte merelpak meldt rouw
om grof vervreten nageslacht
ik hoor twee eksters honen

de brandnetels heb ik gekeeld
hun meters dominantie stil
nu enkel nog de esdoorns
mijn voet de zandbak in als schraag
springen ontwaakt wat kikkers
mijn tenen als een trampolien
ik hielp hun huis om zeep

vergeef mij, prevel ik hardop
ik creëer opnieuw een veste
als deze staatsgreep straks voorbij

* – berrie vugts

In een rechtopstaande metalen cilinder in mijn keuken zitten
een zwarte, gele, lichtgroene, lichtblauwe, rode en mauve mok

Die mauve mok is veruit mijn favoriete mok en berg ik
na de afwas altijd onderaan op

De rode is voor wie ik heimelijk liefheb.

Ze passen perfect in die cilinder, mijn mokken, in elkaar.
Mijn mauve mok heeft een oor als de andere, toch is het

Mijn favoriete oor. Ik praat ertegen, tegen dat mauve oor,
dat niks hoort maar nauw luistert.

Niets dan een gat is het waardoor je alle kleuren kunt zien die
je maar wil, een gat als een oor van een mokken mauvehoofd

met witte bovenrand, gewoon een reusje in mijn hand. De visite.
De visite krijgt nooit de mauve mok, ik geef ze allemaal namen,

die andere mokken die mijn bezoekers dragen.

Als iemand stout is geweest sneuvelt er tijdens de afwas wel eens een mokje
Vanochtend was het de rode en bleef ik achter als geboren met mijn mokken

Op een goeie dag schilder ik ze allemaal mauve.

pop voor meisje – hanny van alphen

meisje lacht

ze krijgt een pop
een jongetje
hij ruikt naar rubber
bah, ze maakt een bad

kom pop, uitkleden
benen eraf
kop eraf
armen eraf

meisje peinst

tussen de gele eendjes
drijft een roze kop
en wat benen

pop kan praten
help, meisje, help
kijk, meisje, kijk
ik loop vol water

meisje huilt

pop ontleed maar
meisje kan niet lezen

veldboeket – ellen vedder

Ik neem die gele bloem en zo’n bol
vol pluizen, voorzichtig plukken, ojee

toch weer een steeltje met kale kop
het is net ‘t geheime heertje, paars
bloempje erbij en drie kleine witte

ma de liefsten heten ze, nog wat
van die plofdrollen op lange stengels
en ook dat dode boompje daar, als laatst

schep ik moedereend en haar donsjes
uit de vijver, ik prik ze op de takken

voor in haar allermooiste vaas

strepen – nic castle

Strepen wezen op
dagen gevangenschap
meten, kindervrezen,
hongersnood. ’s Avonds
gevangen vissen los-
laten op de koudstenen vloer
en dan nogmaals vangen,
nog een keer. En hoe we

keer op keer

mannensnorren maaiden
rebelse makkers opfraaiden
met rode kinnen, blauwe
holtes, gele vlekken, ze
flikkers noemden.

’s Ochtends woorden zoeken.
Vrouwenfoto’s aan de muur.
Langer moeten werken
voor je sigaretten
dan je nog te leven hebt.