Resultaten voor het trefwoord en

adder in knopenwinkel en op picknicktafel – delphine lecompte

We negeren de dode adder die op de picknicktafel ligt
Naast de dode adder liggen er twee telefoonboeken
Jij neemt het meest recente en ik blader in het oude
In het oude telefoonboek leeft mijn grootvader nog
Zijn minnares ook, ze had rode haren en ze pelde garnalen.

Ze had rode haren en ze kon een struisvogel in existentiële nood imiteren
Pas vele jaren later besefte ik dat ze eigenlijk de spot dreef
Met het orgasme van mijn grootvader, de ondankbare teef
In jouw telefoonboek staan een schrijnwerker en een oncoloog
Die dezelfde voornaam en familienaam dragen als je enige schoonbroer.

Je zegt: ‘Ik ga iets eten achter die boom daar. Die boom met de gekerfde initialen
Van je hatelijke moeder die mij gisteren in de knopenwinkel straal negeerde…’
‘Wat deed je in een knopenwinkel? Ben je opnieuw verliefd op een knopenverkoopster?’
Vraag ik ongerust, maar je bent al verdwenen met de laatste sandwich achter de stronk
Ik eet een augurk met lange tanden en achteraf pook ik met mijn zure wijsvinger in de adder.

Hij wordt levend of hij ontwaakt
Hij is vrouwelijk en zij bijt mij
Ik krijs hoger dan gewoonlijk, maar je blijft verscholen
Een normaal gezin dat net is toegekomen snelt ter hulp
De blakende moeder voert mij naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

Onderweg vraag ik haar of schijn bedriegt
Of de gezinsleden binnenshuis manipulatief, rancuneus en giftig zijn
Of de normaliteit een dun laagje vernis is
De blakende moeder snuift misprijzend en sist:
‘Dom wicht, we zijn geen gezin; we zijn een toneelgezelschap. Maar jij krijgt geen vrijkaarten.’

je bent jarig en je koopt een zakmes – delphine lecompte

Ik ben jarig en ik koop een zakmes voor de vroedvrouw
Die pas volgende week jarig is, ze wordt jonger dan ik
Ze blijft mooier, en grappiger, en opgewekter, en vlijtiger, en edelmoediger
Ik denk aan de dag waarop ze mijn leven heeft gered
Ik denk dat ik al bij al blij ben dat ze toen toevallig in de buurt was om mij te reanimeren.

Ik ben jarig en ik hou het zakmes voor mezelf
Je kunt er van alles mee doen: ontkurken, aborteren, amputeren, verlossen
Je kunt zelfs gedichten opslaan en een lobotomie uitvoeren
Of ik mij oud voel? Ik geloof het wel, ik vrees dat het er niet meer van komt
Een kind, mijn kind, mijn zoon, ik mis hem alsof hij vorig jaar is verdronken.

In een kerk vind ik geen troost in de kleine onuitgeslapen oogjes van Jozef
Dus wend ik mijn blik af van de beelden en bekijk ik de andere kerkbezoekers
De twee andere kerkbezoekers zijn ouder, veel ouder dan ik
Ze lijken niet achterbaks, ze lijken niet hardvochtig
Ze horen bij elkaar en de dikste vrouw laat een knallende wind.

Ik ben jarig en ik heb de slappe lach in een kerk
De vrouwen lachen niet, ze sissen dat ik mij moet gedragen
Ik moet helemaal niets
‘Ik moet helemaal niets, dwaze achterbakse hardvochtige winderige pseudodevote geiten!!’
Schreeuw ik, hoewel niet alle verwijten kloppen voel ik mij opgelucht.

Aan de uitgang van de kerk word ik opgewacht
De oude kruisboogschutter geeft mij een armband voor mijn verjaardag
‘De armband is Vietnamees!’ Zegt hij vreemd uitgelaten
Ik kus hem, hij is beter dan ik.

de hardnekkige kennelhoest van rené de touwslager met de wezelerectie – delphine lecompte

De oude kruisboogschutter klaagt: ‘Je schrijft constant over fellatio,
Maar het komt er nooit van.
We leven als onincestueuze imkerweduwnaar en nukkige imkerdochter!
In je gedichten pijp je touwslagers bij de vleet. Het is niet eerlijk…’
Het is waar, ik pijp de oude kruisboogschutter niet meer en het is harteloos van mij
Ik pijp niemand, ik bid en ik schrijf over fellatio in de geblokkeerde lift van een bakkerijmuseum.

Of in de geblokkeerde lift van een struisvogelkwekerij
Maar de ontvanger is altijd een touwslager
Wie zal hem verklaren? Hij heet alleszins René
Hij leest waarschijnlijk zelden het proto-evangelie van Jakobus
Hij kan niet goed een spaniël met hardnekkige kennelhoest imiteren.

René de touwslager kan niet goed een spaniël met hardnekkige kennelhoest imiteren
Maar hij doet het toch, wrokkig en verbeten
De erectie van René is groter dan een geïsoleerde wezel
Ooit of nooit werd ik door een geïsoleerde wezel gebeten
Natuurlijk gebeurde dit niet in de geblokkeerde lift van een bakkerijmuseum.

Het bijtincident vond plaats op mijn zeventiende verjaardag
In de geblokkeerde lift van een struisvogelkwekerij
Ik was niet aan mijn proefstuk toe, ik bedoel:
Net voor de wezelbeet had ik twintig pijpbeurten uitgedeeld aan twintig verschillende touwslagers
Het spijt me dat dit een vulgair gedicht moet zijn, het wordt erger.

Net na de wezelbeet heb ik nog eens twintig pijpbeurten uitgedeeld aan twintig vernieuwde Touwslagers, ze waren ongelovig en ze wisten niets
Ze wisten niets af van mijn verjaardag
En ze negeerden mijn bloedende hand
Omdat ze tijdelijk vergaten dat ik besmettelijk was.

de blijde boodschap en de aardbeiconfituur – delphine lecompte

Tegenover mij zit een kaarsrechte windhondenfokker
Op zijn schoot ligt een prentenboek over De Blijde Boodschap
Deze trein heeft als bestemming Zwolle, maar het wordt Tilburg voor mij
Omdat daar mijn dadaïstische adoptievader woont
Hij is eerlijk als een meikever, hij zal mij nooit ranselen met een dorsvlegel.

De kaarsrechte windhondenfokker tovert een boterham tevoorschijn
Rijkelijk belegd met aardbeiconfituur is het een provocatie
Maar er valt geen klodder op Maria, noch op de verrassende engel
Ik vraag de windhondenfokker waar hij naar toe reist
Hij zegt: ‘Naar Nijmegen om mijn zuster te vermoorden, dat heeft ze verdiend.’

In de stationshal van Tilburg bots ik tegen de verende borstkas van de stadsdichter
Hij stelt asperges voor, ik hap toe
In de hoop dat er weldadige seks van komt
Er komt weldadige seks van, maar net niet woest genoeg
Om mijn dadaïstische adoptievader uit te wissen, zelfs niet even.

Ik neem afscheid van de stadsdichter, hij geeft mij nog vlug een briefje en een zaklamp
De avond valt en de zaklamp werkt niet zonder batterijen
In het licht van een gesloten zuivelzaak lees ik het briefje
Het is hartstochtelijk, maar net niet pervers genoeg
Om te zwichten en naar de stadsdichter terug te keren.

Eindelijk vind ik het huis van mijn dadaïstische adoptievader
Er branden geen kaarsen, noch lampen
Breek ik binnen dan vind ik op de tast batterijen
Maar de zaklamp ligt nog op de drempel van de zuivelzaak.

verdwijnen, vasthouden en terugvinden – pallas van huizen

Wees gewaarschuwd
zelfs de barbaren lopen in pakken,
vergeten te vragen,
zakken al bij hun eerste woord of daad.
Windstoten stompen in mijn gezicht,
ik word geduwd door kinderen van bijna vijftig,
geschopt en geslagen door jonkies van tien,
vrouwen van veertig negeren me en verjagen me,
overal ben ik een eerlijke hinder,
maar niet voor jou.
Het kleine stukje beschaving op aarde,
daar waar we rust hebben
zonder elkaar echt te kennen.
Het is hier, ergens hier, ik weet het zeker,
gisteren nog kon ik het vinden,
en vandaag herken ik het weer

geruchten en verbeelding – martin m aart de jong

Soms doorloop je de tijd in de stad
trek je weer aan. Koop je wolken
in de winkel voor meisjes die van
wanten weten; meet je stappen op
straat en brult dat je de grootste
bent. Je hijst een moeizaam beeld
van verontwaardiging briest speeches
de raadszaal in en benoemt open deuren
tot vondsten van krakende antiquiteit
-wat dat ook moge betekenen- woorden
hebben hun betekenis jij spelt alles
fout omdat je het zo niet bedoelt. Jij
schrijft alleen als het uitkomt dat je
schrijver bent. Het werd al lang
gefluisterd, zeg je dan.

er is een verband tussen nachtelijke yoghurtpotten en wildebeesten – delphine lecompte

Er is een verband tussen nachtelijke yoghurtpotten
En nijlpaarden
Ik zal het uitleggen:
Er is een fotograaf in mijn leven gekomen
Toen zijn moeder nog leefde was hij avontuurlijk
Hij trok naar het Zuiden van het meest letterlijke continent.

Zijn moeder vergezelde hem
Ze werd verliefd op een cobraschilder
Die eigenlijk een kind was
Ze werd vermoord door zijn vader
Die eigenlijk zijn pooier was
Met een kaasschaaf werd ze vermoord
Het was een cadeau van een diplomaat.

Na de moord op zijn moeder
Met de diplomatische kaasschaaf
Keerde de fotograaf terug naar Deerlijk
Het klinkt poëtisch
Maar het is vooral saai en hard.

In Deerlijk verzorgt hij overdag
Zijn bedlegerige vader
Zijn vader heeft een kunstmatige opening
En drie muzikale sondes
Zijn lievelingssonde noemt hij Zazie naar Queneau.

’s Nachts werkt de fotograaf in een zuivelfabriek
Zijn collega’s lachen hem uit
Omdat er in zijn kledingkastje foto’s hangen
Van uitgemergelde wildebeesten
En provocerende meerkatten
‘Rira bien qui rira le dernier,’ prevelt hij wanneer de rijstpap passeert.

In mijn leven is een fotograaf gekomen
Ik hoop dat hij ophoudt
Met het trekken van mijn boller wordend gezicht
Bol en bitter spuw ik yoghurt
Naar de lens
Hij heeft de yoghurt niet gecreëerd.

de kat, de zondebok, de schuldige schoenen en het ovenpapier – delphine lecompte

In het huis van mijn moeder zinken mijn schoenen
In een cementlaag
Nat cement en het is duidelijk
Dat ik voor altijd schuldig ben.

Ik kan de vloer niet gladstrijken
Mijn moeder loopt rond in mijn geboortestad
Ze is niet alleen
Naast haar loopt een fotograaf
Die ’s nachts onmagische yoghurt maakt.

Het is mijn fotograaf
Mijn moeder heeft hem afgepakt
Hij trekt geen foto’s van haar
Ze zitten nu op een bankje
De fotograaf staart naar een schokkend sensuele profeet
Die het Bulgaarse woord voor zuivel
In huidkorsten op het gras legt.

De fotograaf noch mijn moeder kennen Bulgaars
De profeet is een prepuberale celliste
Ondanks haar huidaandoening
Is ze gedisciplineerd en benijdenswaardig.

Ik jaag de kat door het cement
Er is altijd een kat
Die de schuld op zich neemt
Is het geen kat dan is het een boxer
En soms is het een stier met heimwee.

Met een rugzak vol ovenpapier
Verlaat ik mijn moeders huis
Ik hoop dat ze de kat intact laat.