Stoelen in opstaande positie,
vastgesnoerd met losse pols
en quick release. Hoge hakken,
uniform qua strak gelid.
Eigenlijk ga ik nergens heen,
ben ik dolende tussen de wolken.
Zoek ik een horizon die nergens
was en toch weer altijd en overal.
Vlucht ik over heuvels boven
gepeupel en glimmende rivieren.
Ga ik door ijle leegte met mijn witte
staart tussen de benen.
Of nee, de leegte zoekt mij;
het schept een band.
Als verbond tegen volle gedachten
die als Joviaanse wervelwinden
nooit gaan liggen.
Resultaten voor het trefwoord band
ik zei nog als de dag het doet de dag het doet dan is het goed wat mij betreft er hoeft niets worden recht gezet hangt china scheef dan hangt het maar en hou het op denk aan elkaar je moeder en je vrouw je kinderen zet komma’s neer tegen verval praat door en consumeer hou de tijd in de gaten stop bij tachtig blaas je adem uit ga liggen trek de aarde als een dekbed om je heen dit leven is een maximaal instelbaar streven een dichter heeft een stipnotering nodig om gezien te worden als je opvalt ben je iemand als je door blijft struinen in de ren ben je af naar de lopende band gaat tok je kop eraf je lijf gedeeld en diep gevroren je bent je was je bent je was kies zelf maar maar zeg niet dat ik je niet gewaarschud heb jij kwam hier voor dit leven.
ik moest denken aan de dag
toen we een klapband hadden op de snelweg
(het was voor beiden onze eerste lekke band)
het verkeer vloog ons voorbij en de wind
rukte aan ons haar en we waren de wanhoop nabij
toen we het reservewiel ontdekten
met hernieuwde moed vertrokken we
waarna we hopeloos verdwaalden
(we bevonden ons nog in een tijd waar
iedereen dacht dat Orwell’s
1984 science fiction was)
het werd de ergste ruzie tot dan toe
niet die lekke band of dat verdwalen
maar dat we daarna zwegen
een paar uur lang
diep ongelukkig werd ik daarvan
daar moest ik nu aan denken,
aan die dag
dat was een mooie dag
Op de golven
kon ze niet lopen, ze
keek naar beneden zag dat
het water zwart en diep was,
en de lucht hemelblauw, ze peuterde
de knopen uit m’n veters, vlocht
een lang koord uit Haar.
De brug waar ze Over Heen wilde
lopen is halfverwege gebroken.
Het is ochtend,
de zon schijnt
veelbelovend door de
halfgeopende gordijnen
schittert de schaar diamant:
Op de
kaptafel in het doosje
een mooi souvenir op Brussels kant.
Door hier op jouw begrafenis te spreken
deed ik mijn deel van onze eed gestand.
Ik schilderde met woorden onze band,
je had me anders nooit meer aangekeken.
Zo’n oude vriendschap laat je niet verbleken
denk ik terwijl ik, staande aan de rand,
je dagzeg met een hoopje vochtig zand.
Jij blijft opnieuw stilzwijgend in gebreke.
Je weet dat ik nog één keer op je reken,
al heb ik dat niet zelf meer in de hand
omdat ik vlak daarvoor zal zijn bezweken.
Zal jij die dag, als trouwste geestverwant,
ook laten zien wat ik voor jou beteken,
of komt de vriendschap toch weer van één kant?

Recente reacties