Posts tagged “joris miedema”.

koude stroom – joris miedema

voor me staat de griesmeelpudding
de schaduw heeft de vorm
van het stijve internaat

de koude stoom beweegt zich
als de platte hand
van de zuster zonder tranen

ik snijd het zwarte gebouw los
eet een voor een de bakstenen op
die nog de hele avond
in mijn maag blijven liggen

kroost – joris miedema

ik vind een litteken
aan de oever van de donau
en zoek naar degene
die hem kwijt is

in de verte ligt een vrouw
op haar zij
ze zegt dat ze een aftakking
van de rivier moet voorstellen

er groeit al wat kroos op haar buik
ze huilt zodat het iets heeft
om op weg te drijven

vatbaar – joris miedema

moeder belde weleens dat de vlam
die mijn ouders
bij elkaar had gehouden
weer zwalkte door het huis

ik ging bij haar langs
en het lontje
stak al uit de brievenbus

ik vond haar altijd
steunend op de tafel
waar ze pillen had geslikt
met ieder een eigen arrangement

vaak was het de geiser of het gas
ik deed haar altijd pijn
als ik de vlam weer uitmaakte

een dubbeltje onder het dressoir – joris miedema

in de huiskamer van mijn ouders
is een fotolijstje
door de vloer gezakt

er zit een diepe put onder het dressoir
en moeder gooit er elke dag
een dubbeltje in

als ze in bed ligt hoort ze pas iets spetteren
ziet ze vreemde herinneringen
onder de slaapkamerdeur stromen

ze kabbelen in haar eigen stemgeluid
en drijven rimpels
over een bekend gezicht

blik in de glasbak – joris miedema

bij het raam zit een man
die zijn verstand heeft ingeslikt
hij staart net zo lang naar een glasbak
tot zijn eigen blik erin valt

soms veert hij even op als hij
het gevoel ziet lopen
dat zijn vrouw kwijt was

hij volgt het naar de ruimte
die hij haar wou geven
een benauwde schuur waar
de verzoening nog steeds niet
op dode lippen ligt

magere heinz – joris miedema

ik schrok wakker met de wetenschap
dat ketchup bloed was
magere heinz stond naast mijn bed
en dreigde een hotdog of drie
met mij te vullen

ik mocht niemand hierover vertellen
en verleerde uiteindelijk
hoe ik praten moest
hield mensen met parkinson vast
bang als ik was
dat ze leeg zouden schudden

kathedralia – joris miedema

al maanden hoort ze klokken luiden
in haar hoofd
met een haardroger
probeert ze de bellen
in haar oren los te blazen

op de wc hoort ze
wat stenen vallen op de bril
ze gaat meteen naar het ziekenhuis
de dokter zegt
dat ze moet bevallen

in een keer perst ze de kerk uit
en de assistente roept
gefeliciteerd mevrouw
het is een geloof

bekommeren – joris miedema

bij het snijden van komkommer
hakte hij het topje van zijn vinger
en zag zijn kootje veranderen
in een baby

hij voederde hem melk
bond een doek om zijn tere lichaam
koesterde hem alsof
zijn eigen leven er van af hing

verrader in het medicijnkastje – joris miedema

telkens als ik wakker word
zit er een roodborstje op
mijn pupil

ik jaag hem weg
en zoek deze ochtend
naar de teek die het bloed
uit mijn fotoboeken zuigt

in het medicijnkastje
zit een verrader
als ik in de spiegel kijk
hoor ik zijn omgekeerde stem

kruik – joris miedema

het was een normale televisieavond
kees zat in zijn relaxstoel tegenover me
en toen ik naar hem keek
zag ik zijn gezichtsuitdrukking
van zijn hoofd druipen
via zijn kruis op de stoel

er zat een man van rubber op zijn plaats
ik pakte snel zijn arm
en gooide hem opzij
om te kijken of ik zijn grimas
nog ergens in de natte plek kon vinden

sinds die dag ligt er een koude kruik
naast mij in bed
en pas ik op met dweilen
bang als ik ben om zijn stervende blik
eronder aan te treffen
of per ongeluk uit zal knijpen

trekdrop uit koude grond – joris miedema

er is een stad uit de lucht gevallen
overal om ons heen
zien we de schaduwen
die het gedragen heeft

op een plein liggen de wijzers
van een kerkklok stil
een man rolt de schim
van een pastoor op
welke constant aan zijn voeten ligt

brengt hem naar zijn vrouw
zodat zij overdag samen
koffie kunnen drinken
ze luistert naar de zweem
van zijn stem

winterdip – joris miedema

ik heb de radio aangezet
hoor noten tegen muren ketsen
net zo lang tot er een gekraakt
op het parket valt

mijn oma kruipt eruit
in haar mooiste avondjurk
haar mond een kommetje winterdip
waar muziek om speelt

haar ogen
twee druppels water
in de mijne

we serveren de postbode – joris miedema

nadat hij een telefoonboek
bewust op hun chiwawa
had gemikt

serveerde ze de postbode
als Tompoes
op haar high society party

een vrouw had een stukje
belastingaanslag
tussen haar tanden

haar man hield een chirurgenhandschoen
voor haar mond
waarin ze het uit kon spugen

mein kindf – joris miedema

ik heb een houten kruis op zolder gevonden
en vraag aan vader of hij
het in kleine stukjes wil zagen

met een zakmes schaaf ik ze bij
zodat de plankjes op mensen beginnen te lijken
ik kerf een logo in hun ogen
en degene die mislukken
zet ik neer in een kijkdoos van droogijs

alle ongelijke doe ik in een pan
en moeder kookt ze voor me
net zo lang tot er een karikatuur
van een geloof door de afzuigkap verdwijnt

ik woon tussen de bomen – joris miedema

in het park staat onze voordeur
tussen twee bomen
het grasveld daarachter zonder doel
is de vloer waar wij op lopen

iets verderop in een meertje
drijft de huiskamer
moeder gooit er emmers water uit
om het niet te laten zinken

mijn slaapkamer hangt aan een tak
die op elk moment kan breken
vader is de groene bak
naast het bankje en zegt
dat alles wat in hem zit verrotten kan

meisje van lawaai – joris miedema

ze is een meisje van lawaai
draagt haar rokjes hardop
haar gezicht een gebalde vuist

de bas is een poppenspeler
pakt haar benen als marionetten
ze danst met de pingpongballen
van de nacht

de ochtend knipt de touwtjes door
haar tanden klappen voor de muziek

lucifer en ik – joris miedema

in de spiegel
zie ik nooit mijn gezicht
altijd een blauwe vlam

moeder is een wasmand
vader de geur
van terpentine

alles staat in brand
als ik door de straat loop
een lange gang met tekeningen

er loopt een man
zijn hand rookt
en voetstappen sissen

hij draagt vergrootglazen
en zijn ogen
gloeien in mijn broekzak

meningen tussen de randen – joris miedema

mijn oom bewaart zijn meningen
over de jaren heen
in een koekblik

zoekt ze met een aansteker
tussen de randen
en probeert hun lontjes
niet aan te steken

de meeste slaan op hol
botsen tegen elkaars reflecties
een enkeling probeert zichzelf
warm te houden in de vlam

bolletje wil – joris miedema

toen oma muizenvallen
spek begon te voeren
hebben wij haar
een bolletje wol gegeven

toen we op visite kwamen
had ze het al geleerd
om op breinaalden te lopen
en enkele zinnen uit te spreken

“kinderen komen en gaan”
“opa is al dood”
“vergeet je pillen”
“je moet niets eten”

aan de wieg van de wereld – joris miedema

de man zit aan tafel met zijn ouderdom
een half leeggelopen opblaasbare
schildpad

hij kan elk ogenblik beslissen
het ventiel op zijn voorhoofd los te trekken
maar pompt hem langzaam op met zijn ogen

samen kijken ze naar buiten
waar de wereld zachtjes slaapt
in een grote kinderwagen

het gedrag van vissen – joris miedema

ze is een kom
trekt lantaarnpalen aan als waterplanten
volgt de kleur die haar het beste staat

haar gedachten zijn vissen
eten algen van haar slapen
en zwemmen voor haar ogen als de drang
om te zoeken

andere liggen stil op de bodem
laten zich meevoeren
met de stroming in haar onderbuik

de grom van een slapende hond – joris miedema

haar kinderen wonen tussen de wanden
waar zij waarheid schreeuwen in glaswol
net zolang totdat de platen versteend
in de huiskamer vallen

moeder veegt de brokken de kelder in
voert ze aan de grom
van een slapende hond

er prikken wijzende vingertjes
door het plafond
ze knipt ze af met een snoeischaar

er ritselde iets door de slaapkamer – joris miedema

Pa was gebeten door een slang
die niet bestond
we zochten op internet naar
slangen die niet bestonden
en google zei
je moet niet bang zijn
voor het ontbreken van ledematen

toen vader begon te vervellen
zijn arm bij het doortrekken van de wc
was kwijtgeraakt
kwam de dokter
hij schreef hem pillen voor tegen stress
en bracht zijn huid weer aan
met een nietmachine

hij lag die dag op bed
moeder hield zijn laatste arm
op de juiste plaats en ik zijn benen
we fluisterde in de gaatjes
waar zijn oren zaten dat de pijn loog
en de dood niets anders was
dan een masker dat je af kon graaien

er ritselde iets door de slaapkamer

het jongetje uit de schoolmelk – joris miedema

het jongetje naast me in de klas
komt uit de schoolmelk
zijn gezicht en handen blijven nat

ik probeer me altijd
op de droge hoekjes
rond zijn mond te richten

hij tekent een balk
op een leeg vel papier
en zegt

dit is papa in ons oude huis
hij hout van mij
van mama mag ik een keer per maand
het nummer op zijn steen bellen

matrjoschka’s huis – joris miedema

niemand maakt meer ruzie
met het enige huis
dat nog opstandig
in zijn gevels staat
glazig uit zijn lood kijkt
over een plein
van kruit en puin

het lijkt op een gaard
want er liggen mannen
en zij doen de planten na
hoeveel tuin moet een
mens nog worden

de bomen marcheren
als Matrjoschka’s
de verte dichterbij
soms schommelen of vallen ze
als te dunne planken
voor een massagraf

verrevader – joris miedema

vader was doorzichtig
hij diende een tijd
als verrekijker

toen hij thuis kwam
was moeder hem vaak kwijt
ze maakte een masker van ijs
zodat wij hem
ook konden zien

vaak zat hij in de stoel
sneeuw lag op zijn wangen
en voedselpakketten
hingen stil
in zijn gezicht

op tafel stond
een glas wiskey
al jaren
dreef daar zijn lach in

een hoofd vol honing – joris miedema

ik ben vier muren begonnen
contouren van een korf
staan nog in mijn hoofd

noem het huis
dat vol is van zichzelf
slik glas
om helder te blijven

ik lieg een vriendin
zet haar keurig om mij heen
en als zij bloemen
met mij praat
komen de bijen vanzelf

kinderbouwpakket – joris miedema

er zwerft al maanden een zucht
door haar lichaam
zo sliep ze luchtig het bed zacht
tot het vijver werd

met kikkerbeet en karpers
die de kreukels in het hoeslaken
verder door de war kabbelde
een ooievaar deed een stapje terug

toen de deur wind binnenwiegde
boertjes door de brievenbus vielen
en een hoofdje uit de oven groeide

ze opende de koelkast in haar buik
er stond een man in
hij gaf haar een handje

amandelboom – joris miedema

er hangt een leugen in de boom
takken kijken bedrieglijk
over het pad
onder elke steen
schuilt een mening

een oorworm verliest zijn oor
kruipt de grond in
kraaien vliegen uit als strop
en pikken zijn schelp geluidleeg

achter bladeren
zitten beschuldigingen verstopt
de wind blaast ze alle kanten uit
maar ze houden hun nerven stijf

opa doet een speeltoestel na – joris miedema

opa doet een speeltoestel na
ligt op zijn buik
in de tuin

tussen zijn ribben
zit al jaren een kind
dat niet meer
terug kan klimmen

hij hoort een ontsteking
in zijn oor als moeder
naar hem toeloopt
hem wat aarde voert

zijn hart is net een vetplant
als er weer oorlog
door zijn polsen stroomt