Resultaten voor het trefwoord joris miedema

trekdrop uit koude grond – joris miedema

er is een stad uit de lucht gevallen
overal om ons heen
zien we de schaduwen
die het gedragen heeft

op een plein liggen de wijzers
van een kerkklok stil
een man rolt de schim
van een pastoor op
welke constant aan zijn voeten ligt

brengt hem naar zijn vrouw
zodat zij overdag samen
koffie kunnen drinken
ze luistert naar de zweem
van zijn stem

winterdip – joris miedema

ik heb de radio aangezet
hoor noten tegen muren ketsen
net zo lang tot er een gekraakt
op het parket valt

mijn oma kruipt eruit
in haar mooiste avondjurk
haar mond een kommetje winterdip
waar muziek om speelt

haar ogen
twee druppels water
in de mijne

we serveren de postbode – joris miedema

nadat hij een telefoonboek
bewust op hun chiwawa
had gemikt

serveerde ze de postbode
als Tompoes
op haar high society party

een vrouw had een stukje
belastingaanslag
tussen haar tanden

haar man hield een chirurgenhandschoen
voor haar mond
waarin ze het uit kon spugen

mein kindf – joris miedema

ik heb een houten kruis op zolder gevonden
en vraag aan vader of hij
het in kleine stukjes wil zagen

met een zakmes schaaf ik ze bij
zodat de plankjes op mensen beginnen te lijken
ik kerf een logo in hun ogen
en degene die mislukken
zet ik neer in een kijkdoos van droogijs

alle ongelijke doe ik in een pan
en moeder kookt ze voor me
net zo lang tot er een karikatuur
van een geloof door de afzuigkap verdwijnt

ik woon tussen de bomen – joris miedema

in het park staat onze voordeur
tussen twee bomen
het grasveld daarachter zonder doel
is de vloer waar wij op lopen

iets verderop in een meertje
drijft de huiskamer
moeder gooit er emmers water uit
om het niet te laten zinken

mijn slaapkamer hangt aan een tak
die op elk moment kan breken
vader is de groene bak
naast het bankje en zegt
dat alles wat in hem zit verrotten kan

meisje van lawaai – joris miedema

ze is een meisje van lawaai
draagt haar rokjes hardop
haar gezicht een gebalde vuist

de bas is een poppenspeler
pakt haar benen als marionetten
ze danst met de pingpongballen
van de nacht

de ochtend knipt de touwtjes door
haar tanden klappen voor de muziek

lucifer en ik – joris miedema

in de spiegel
zie ik nooit mijn gezicht
altijd een blauwe vlam

moeder is een wasmand
vader de geur
van terpentine

alles staat in brand
als ik door de straat loop
een lange gang met tekeningen

er loopt een man
zijn hand rookt
en voetstappen sissen

hij draagt vergrootglazen
en zijn ogen
gloeien in mijn broekzak

meningen tussen de randen – joris miedema

mijn oom bewaart zijn meningen
over de jaren heen
in een koekblik

zoekt ze met een aansteker
tussen de randen
en probeert hun lontjes
niet aan te steken

de meeste slaan op hol
botsen tegen elkaars reflecties
een enkeling probeert zichzelf
warm te houden in de vlam

bolletje wil – joris miedema

toen oma muizenvallen
spek begon te voeren
hebben wij haar
een bolletje wol gegeven

toen we op visite kwamen
had ze het al geleerd
om op breinaalden te lopen
en enkele zinnen uit te spreken

“kinderen komen en gaan”
“opa is al dood”
“vergeet je pillen”
“je moet niets eten”

aan de wieg van de wereld – joris miedema

de man zit aan tafel met zijn ouderdom
een half leeggelopen opblaasbare
schildpad

hij kan elk ogenblik beslissen
het ventiel op zijn voorhoofd los te trekken
maar pompt hem langzaam op met zijn ogen

samen kijken ze naar buiten
waar de wereld zachtjes slaapt
in een grote kinderwagen