Resultaten voor het trefwoord zeis

juni – b. vogels

Ik heb door de benen van de lente gekeken.
Wat laag bij de grond, maar met een prikkelend zicht.
Ik wist niet dat hooiland zo hoog kon zijn,
toen haar tenen mijn nekharen streelden.

Zij heeft zich gespreid,
haar goudgeile halmen gebogen.
In de palm van haar schoot heb ik mijn ogen gesloten.

Hier hoort geen zeis bij, geen zwart gewaad,
maar het gelaat van een geliefde.

Zo zacht moet sterven zijn.
Als een lichtende cirkel,
waarin heengaan speelt met blijven.

reacties – b. vogels

hij oogst handen op elkaar
eenwoordzinnen in een open mond

terstond groeit zijn pen
waarmee hij maait en hakt
de inkt druipt van zijn zeis

het is een kind dat zich
nu nog op zijn velden waagt
een dorpsgek zonder klompen