Resultaten voor het trefwoord willen

bovenwindsliedje – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

tillen en billen óp de antillen
óp de antillen trillen billen
tillen billen óp de antillen
trillen tillen en billen óp óp óp!

stille billen gaan bovenwinds
stille tillen gaan bovenwinds
benedenwinds willen billen
benedenwinds willen tillen
trillen trillen óp de antillen

billen willen op de antillen
óp de antillen tillen en trillen
tillen willen óp de antillen
óp de antillen gillen tillen

stille billen gaan bovenwinds
stille tillen gaan bovenwinds
benedenwinds willen billen
benedenwinds willen tillen
trillen trillen óp de antillen

passaat, passaat, kijk hoe die gaat
passaat, passaat, kijk hoe die laat

stille billen gaan bovenwinds
stille tillen gaan bovenwinds
benedenwinds willen billen
benedenwinds willen tillen
trillen trillen óp de antillen

samenwonen – pallas van huizen

Over verliefd zijn en huishouden
tussen de tussendoortjes door
nee sorry, ik begrijp het
je bent bezig

verwachten doen we niet
de meeste mensen praten er niet over
maar wij zeggen gewoon hoe we het willen
goede voeding en bewegen
niet sporten, maar bewegen
niet diëten, maar beleven

daarna ontspannen
zonder iets te moeten
jij gaat jou weg, ik de mijne
we vinden elkaar wel weer

mijn kussen ligt naast die van jou
we accepteren de verschillen
jouw liefde is als hartdrugs
van mij mag je van iedereen houden
ik wil alleen maar meer

en meer, en meer, en meer

al die willen te kaap’ren varen – maaike klaster

Hoe ik ironie moet spellen, weet ik nog wel,
maar dubbele ironie, die van de Grapjas, Palsjas en Jeruzalem,
gaat mij iets te ver. Is dat niet illusie van de 1- of zelfs
0-dimensionele graad?

De man met de kleine baard die regelmatig met Odysseus uit
varen gaat, lijkt weinig op te hebben met verre horizonten of
hoge bergtoppen die de hemel raken, zit liever pindarotsjes
weg te kauwen met een goede video.
Ja, sorry hoor, dat kan ik ook, het moest eruit. Een inkoppertje,
zullen we maar zeggen. Volgens mij kun jij veel beter als jij
niet steeds de tieten van de meisjes scheidde, je handen af wist
te houden van krap volwassen anorexia patiënten. Een arts
hebben ze niet nodig en een vader hadden ze als het goed is al.
Ik houd van jouw stijl, maar jouw klasse staat mij niet aan.
Misschien dat vechten niet jouw sterkste kant is, mannen in
zwarte pakken het beter kunnen. Ik denk aan twee langharige,
Maleisische broers van Amsterdamse bodem die het nodig
vonden om, met ruisende broeken en wapperende manen, over
mijn solar plexus (vertaal dat maar) te komen stampen. Toen
was ik dertien; nu roste ik ze zo in elkaar. Hoewel ik moet
toegeven dat zij uitermate lichtvoetig waren, hun vechtkunst
haast een dans was. Daarom bleef ik kijken.

als je alleen maar nette woorden gebruikt, ben je een goed mens – maaike klaster

I.

Je vrijwillig tot bloedens toe in je reet laten neuken
en dan roepen dat je – boeh boeh – pijntjes hebt.
Smerig wijf.
Niet de seks is vies, maar jij.
 
 
II.

Je zit recht voor m’n neus in je broek te schijten,
terwijl de w.c. hier op de gang is, en zegt dan ook nog
achteraf dat ik degene ben die jou moet helpen je reet af te vegen,

weigert te luisteren naar mijn verhalen terwijl je opzichtig ongemakkelijk, expres zit te persen, laat weten niet te willen weten wie mij zojuist de tanden uit m’n bek heeft geslagen. Juist, dat was jij.

wat we in alle ogen willen lezen – b.m. van hulst

Elk gezicht een belofte, een ansichtkaart
een foto van het kleinste stukje van het
grootste land, een deur naar een gang naar
een huis waar de wind ver
achter geplooide gordijnen raast.

Een huis uit rommelige kamers, souvenirs uit
landen vol paspoortstempels, een geel doekje
hangt uitgeput om de hals van een kraan
houten planken krommen zich krakend een
trap naar een kamer met een raam en het kleinste venster
op het grootste landschap.

Eens kijken wat de wind zoal doet.

de dagen zijn van steen – martin m aart de jong

Wie legt ze uit in straten, op de knieën

om ze in zand te slaan, breekt ze door

midden, gooit ze op een hoop, wie?

Wie voelt de regen, wie drinkt koffie

achter kleine ruiten van een houten

huis op wielen wie brengt papieren

nieuws rond, wie klimt op ladders

om het uit kijken naar morgen

van een frisse blik te voorzien?

Wie haalt de zakken op,

wie knipt de bomen bij?

Wie zorgt dat de dagen

tellen op de maat zoals

wij willen en onze succes

agenda’s sluiten en kunnen

knikken van Ilja, ja, ja.

rue de paris, temps de pluie – bert bevers

Er zijn de brandende blikken, het kader uit. Op wat
ze willen, op wat er niet is. Het gemis van verbanden
schroeit als het herkennen van oprecht geloof. Dat
weten ze best daar, onder hun paraplu. Herkenning

is immers een vorm van plaatsbepaling. De middag
is evenwichtig vastgezogen over zichzelf, en aan alle
kanten tracht men droog te blijven. Uit de ronde
worden geruchten te weinig terug gewezen. Volle

kranten zwijgen tussen de regels door. Achtergrond
wenkt. Onder de tucht van schoorstenen in streng
gelid waren in hoge kamers oude dromen. Verbeten

verschanst achter luiken het gistend verraad van de
ontwarring uit logge omhelzingen. Van vaders het lot
zijn de dochters. Er valt een natte, natte regen.

wat vrouwen willen – ellen vedder

Een echte vrouw shopt niet op het web
zij schenkt zichzelf een porn dag
in de bouwmarkt met XL vlag
het passieklussen als uitlaatklep

Ze wiegt heup door schaduwrijke gangen
laat handen over muren dwalen, verlangen
om te kroelen in real life borsthaar
gereedschap smeekt om handgebaar

Daar lopen kerels die zware arbeid willen
die niet terug schrikken voor geurend zweet
en met 2 vingers een voorhamer tillen

Leve de afplaktape en zilverspray
er is altijd iets te doen by selfmade
YIPPIE JAJA YIPPIE YIPPIE YEAH

soms denk ik – gerda blees

Dat alle mannen mij graag willen
Duh
Dat zou ik ook
Als ik alle mannen was
Zo’n ding tussen mijn benen had
En ik, die voor mij vreemde jonge vrouw
De laatste op de aarde was
Of grote borsten had

Dan denk ik later weer

Dat geen man mij graag wil
Waarom zou hij
Als ik geen man was
Viel ik op het innerlijk
(Als ik geen vrouw was trouwens ook)
En maakte van een cupmaat nooit een halszaak

Ten slotte denk ik

Aan mijn oma’s appeltaart
Het kind onder de evenaar
Mijn purperen push-upbeha

En als allerlaatste

Dat er ergens iemand
Die kan spellen
En een wasbord heeft
Naar me toe komt op zijn witte paard
Met zwarte krantenletters
Als hij aangekomen is
Scheurt hij me uit mijn gedachtenslaap
Neemt me mee naar –

(Denk nooit verder dan tot daar)