Resultaten voor het trefwoord weken

geblazen glas – jos van daanen

De dagen trokken voorbij. Een bonte optocht
van geleedpotigen, gehoefde gewervelden,
gezoogden en ongezoogden. Koudbloedigen.

Op de voet gevolgd door de weken. Gebochelden,
genodigden, gelovigen en argelozen, gearmden,
gepensioneerden en genezers. Aanverwanten.

En maanden, maanden en jaren langs mijn raam
alsof het geen tijd kostte, geen toekomstvisie
en geen geduld te wachten op een lege straat.

leef zorgeloos – joost de jonge

Ach, ik denk, het is
Toch slechts een woord
Niet mijn verrijzenis
Ook als het bekoort

Hoog in de lucht klinkt
Het kloppen van een specht
Hoe hier het blad in mij verzinkt
Tussen bomen hoog en recht

Meisjes van vroeger nemen plaats in
Hoewel, steeds minder
Het leven wist mijn herinnering
Ik fantaseer nu zonder hinder

Het woord is een wonder
De motoriek van mijn weken
Omar, Zie je de koe
Jij die in de diepte dook
Hol en met frisse tegenzin

Kan een steen die daar
Zo zwijgend ligt
Dromen over zichzelf
Door duisternis gebonden

Een deksteen wordt geplaatst
Waar een nieuw leven begint
Is het hogere soms een muzikale allegorie
Waar meisjes van vroeger dansen

Het woord is een wonder
Ze laten je vallen als een baksteen
Die wondere woorden
Blijken dragers van licht

Ik fantaseerde mijzelf
Lief en zacht als elf
Een bloeden dat nooit stopt
Een niet bestaan tot gewelf

Ach, ik denk wat het is
Toch slechts een woord
Tot mijn ontsteltenis
Blijft de ware zin ongehoord

magenta – maaike klaster

De weken zijn van steen. Vandaag
ligt Italiaans graniet aan
mijn vingertoppen. Ik sla mijn
vuist erop kapot.

Wat glad was, barst. Het tijdsbeeld
spat tot gruis uiteen, wordt
nacht. Kogelronde, roze
korrels, tollend om hun eigen as,

snellen op een driekwartsmaat
door het gapend zwart. Mijn hart
pompt magma door haar kamers,
geeft zich vloeibaar over zodat

mica kan zwemmen als ionen in bloed,
de stonde bezaaid raakt met gloednieuwe sproeten.

taxidermie en goudontginning – delphine lecompte

Om middernacht begint woensdag zonder klokslag
Mijn polshorloge ligt batterijloos op de linkerpoot
Van een opgezette meeuw
Hij is geringd
Mijn polshorloge doet al twee weken alsof
Het al twee weken kwart na twee is.

Kwart na twee is niet ondraaglijk
’s Nachts slaap ik meestal
’s Middags kijk ik naar mijn muze
Die iedere dag van twee tot drie
Mijn zakdoeken strijkt.

Ik kan niet slapen
Omdat ik verkouden ben
Omdat ik denk dat ik onverbeterlijk ben
Ik vraag mij af hoe dik de taxidermist was
Die mijn geringde meeuw heeft opgezet.

Woensdag gaat hardnekkig verder
De merels zingen
De gepensioneerde stierenvechter tiert
Tegen een vuilniszak
Dat zijn zoon ‘een ondankbare, gokverslaafde,
nierfalende bastaard is’.

Alle zoons zijn gokverslaafde bastaards
Voor ze zelf vaders worden
Worden ze geen vaders dan volgen ze
Een avondcursus taxidermie
Als ze slagen worden ze alsnog vaders
Tegen beter weten in noemen ze hun dochters Brigitte of Nicole.

Ik denk dat de taxidermist
Die mijn geringde meeuw heeft opgezet
De graatmagere vader is
Van een Nicole zonder betrekkingswanen
De moeder van Nicole heeft in Utrecht zelfmoord gepleegd
Na een symposium over goudontginning
Ze was de op een na belangrijkste spreker.

uitzicht II – frido welker

rijen auto’s de verbeelding van dagenlang willen,

gordijnen voor kamers dichtgetrokken, niet dat
er geslapen kan worden maar er moet wel
terugbetaald worden straks,

een prachtig veld met prachtig groen gras en
lauwe bomen met zachte schaduwen om je handen
in te laten liggen
daar kan het maar is het leeg alle weken lang,

het ongeluk samengevat van de maatschappij

de beste wensen – martin m aart de jong

Er gaat iets om in dagen waar geen mens
een weet van heeft. Hoe tijd vermalen
wordt met stof en zand, en water opdat
het niet te dik en traag door weken

ploegt. Wie woont er nog in weken,
wie wil nog weten waar hij woont
als wijken in de winter niets weten
van kou, sneeuw zorgvuldig uit

gestrooid rond kerstmis nieuw
jaar ontdooit en lente door
dubbele beglazing stroomt.
“Ik weet van geen tijd”
zei Japi en hij sprong.