elke dag wrijf ik op mijn handen
werk hard en luister naar de stilte
ik ben je aan het verliezen
of ik ben je al kwijt
ik zie dat je daar gelukkig bent
wat moet ik dan verder nog?
dat wat wij nog hadden
of nodig hebben
het is aan het verdwijnen
niet van binnen
niet van binnen
maar van buiten
we zien elkaar niet meer
praten niet meer
teren op herinneringen
op iets dat was
zweven ondertussen in een eigen leven
geen dag dat ik niet aan je denk
het leven, het leven
de dood, een eigen leven
mijn hart, ik mis je
ik denk niet
dat het ooit nog went
Resultaten voor het trefwoord we
Schitterend zijn we het mooist.*
Peter de Groot
*Free Nelson Mandela!
Betreft: Winstverbod en 50% belasting op alles wat men ontvangt en uitgeeft, voor iedereen.
Geachte lezer,
Naar aanleiding van het feit dat men in Nederland 5 tot 6 procent rente over de hypotheek op de woning betaalt en dat de hypotheekrente bij de belasting aftrekbaar is, schrijf ik u.
Het is alsof god en de duivel elkaar de hand hebben geschud en ergens op aarde ooit een muntje hebben neergelegd en met elkaar de weddenschap hebben afgesloten dat de mens wel of niet verantwoordelijk met het geld om kan gaan. De duivel zei dat we het niet kunnen en god zei natuurlijk dat we het wel kunnen.
Het huidige economische systeem zit scheef in elkaar, we weten niet eens hoeveel geld er daadwerkelijk op de wereld aanwezig is en er blijft veel geld bij de banken steken waar eigenlijk de gemeenschap recht op heeft. Rente vragen mag, louter en alleen om de kosten te dekken.
Doordat banken winst maken op de rente en dat geld niet terugkomt bij de gemeenschap ontstaat er een financieel gat die de dingen duurder maken en de lasten zwaarder. Zo kost een woning in Nederland door de winstmakende rente van de banken vaak meer dan dat de woning daadwerkelijk waard is, waardoor scheefwaarderen ontstaat en mensen als slaven moeten werken om het hoofd boven water te houden.
Om deze vorm van moderne slavernij door de banken tegen te gaan stel ik voor dat er een winstverbod komt en dat iedereen 50 procent belasting gaat betalen over alles wat men uitgeeft en ontvangt, zodat het geld wat aan de gemeenschap toebehoort daadwerkelijk terugkomt bij de gemeenschap, mensen gezond en opgeleid zijn, mensen in een schoon en veilig milieu leven en mensen gewoon genoeg inkomen hebben om te kunnen leven en niet te hoeven overleven, en dat het geld van de gemeenschap weggehaald wordt bij de banken die dat geld nu hebben door de veel te hoge rente die zij rekenen, die veel meer is dan de daadwerkelijke kosten van het uitlenen van het geld alleen.
In afwachting van uw antwoord hoop ik u hierbij voldoende geïnformeerd te hebben.
Betreft: Verbod op het nemen van waardigheid.
Uitkleden met de ogen.
Steken onder water.
Praten achter de rug.
Vloeken, intimidatie.
Vuil praten, vreemdgaan, schofferen.
Haat zaaien.
Een onbehagelijk gevoel.
Dat,
dat zou allemaal verboden moeten worden,
maar dat kan nu nog niet,
want we leven in een zogenaamd vrij land.
bij het havenhoofd dreven woorden
als spiegelbeeld van lome meeuwen
voor mij en de vissen
maar pakken kon ik ze niet
met vier was ik blij geweest
genoeg voor een mooie zomerdag
of een ander leven
ik bleef een vis op het droge
je wees mij een tanker aan en zei
kijk, die komt van waar
albatrossen zweven in de zon
samen gezien in de bioscoop
wat moet ik met albatrossen
en zweven in de zon
als ik met jou zinken wil
naar de diepte van de oceaan
ik knikte en zei: over een kwartier
moeten we binnen zijn
sloeg mijn vleugels uit en zocht
gezelschap bij de meeuwen
je zwijgt het is beter zo en stil
weet ook niet wat te zeggen nu
staren we naar het plafond
woorden zijn verraderlijk
dat je me bedonderd hebt
het kan me niet meer schelen
en je leugens ook geen moer
zou zelf niet graag te biecht gaan
en wat onvergeeflijk leek
dat je jezelf verloochend hebt
blijkt in het vroege licht
de signatuur van ons verbond
Voor altijd volwassen zaten we
beklemd tussen de boeken bijeen,
dichtend de gaten van het verleden,
balsemend de oude gezichten.
En bij ieder lijk dat we
uit het zwarte veen hesen
riepen we: Ach wat is hij dood!
En we probeerden niet te zien
het wurgkoord losjes rond de hals
en het gat in de met leer beklede
schedel, of de in waanzin bevroren
uitdrukking in de voorbije ogen.
En we probeerden een kroniek
te schrijven waarin zoons niet
werden omgebracht door hun vader,
en broers niet door hun broer.
En we probeerden de grote en kleine
botten van deze in vlees geschreven
geschiedenis zo te ordenen dat ze niet
langer verhaalden over geofferde zonen
of eeuwig roependen in de woestijn.
En voorgoed beklemd tussen de
onvermijdelijke bladzijden van de
volwassenheid smeekten we ach
laat ook dit een voorbijgaand verhaal zijn.
Vandaag, vrienden, zingen
we ons naar de vergetelheid.
We reizen tot boven
de pijnboomgrens
en zetten ons neer onder het
licht van een oeroude ster
waar de wereld eindelijk weer
tot rust komt en terugzinkt in
haar natuurlijke, geheiligde
staat van onverschilligheid.
Waar al haar ontroeringen weer
tot alledaags ongemak worden,
haar kalkstenen tranen niet
langer tot museaal marmer
worden samengedrukt,
haar meanderende beken
worden rechtgetrokken
en haar hysterische snik-
blauwe luchten in kalmer
tinten gepuzzelstukt.
Want eeuwig vallen
de regens in Frankrijk,
warrelt de geur van
versgebakken brood
er door leigrijze straten,
krijsen de everzwijnen
in de bossen om manna,
bedrijven stelletjes
de liefde in portieken,
schilderen krankzinnige
schilders blad voor blad
de vurige vingers van de
esdoorns op de hellingen,
speelt iemand Satie op
een Normandisch strand.
En eeuwig tuimel ik,
handenwringend,
in een vrije val
naar moeder aarde,
als Icarus,
als een oeroude ster
zingend,
zingend.
Broer die ik liefde noem,
hoe vaak kwamen we elkaar
niet tegen in de zachte delen
van de nacht, in het craquelé
van oude verflagen en in pas
gewassen winkelruiten?
Altijd als vreemden, omdat
op jou geen naam wachtte
daarbuiten, enkel verlossende
handen om je gruizelig lichaam
van schede naar graf te dragen.
De taart en de slingers, het
gelach en de koekjes met de
tekst ‘U staat op het punt om
een onbekende weg in te slaan’
waren voor mij, je remplaçant.
Een goed moment, leek me,
om zelf eens op te staan uit
dat graf waar ik zolang
in gelegen had,
verstoken van poëzie, de
beloften en dagen tellend
op de vingers van één hand.
Het lot kent mij beter dan ikzelf,
ze lijkt zo anders opeens
zo gesloten
het is nimmer mijn keuze geweest
haar te verlaten
maar dwingen mag ik ook niet
er zullen meerderen volgen
deze oorlog is niet zomaar voorbij
als het zwaard dat ik echt niet wil dragen
het geld met 1 oog wat ik maar niet wil najagen
overal de angst, de grens, het debacle
laat de wereld draaien
geef elkaar een hand
we vragen bij jezelf te raden te gaan
is de grond van jou
of ben ik van dit land?

Recente reacties