toch mis ik ze
de schapen in de wei
de bloemen en de opgaande
zon boven hun esoterische
wangen waarmee ze zeeleeuw
verdrongen van de eerste plaats
der onhandelbare dieren ze schreven
toch ook niet onaardig hun naam
in de lucht en ook de psychiatrisch
verloskundige had er een boterham aan
en een wand vol schilderingen. Ach
het kan zo hard gaan in het leven
dat ik soms vergeet om dood te gaan.
Resultaten voor het trefwoord vergeet
wat is het koud en wat mis ik Alice
ik denk dat ik goed schrijf
vroeger wilde ik geen dichter worden
maar gelukkig
ik doe me best je
niet te herkennen
aan saai voorkomen
waar een wil is
daar is geen plaats
voor mensen als ik
wellicht is het de start
van een unieke combinatie
jij die jezelf speelt
ik die zich gedraagt
zoals het behoort
een schoonzoon
met begrip voor
en verstand van vrouwen
vergeet dat ik dat dacht
een man gokt nooit
op één paard
Het meest van alles haat hij coniferen
hij rukt direct die jaren 50 symbolen uit
‘t strookje grond op de rand van zijn perceel
dat de erfgrens vormt met jawel: de buren.
Partij hekken erin, stekken er tegen aan
door de mazen weeft hij teder de takjes
van deze groene wezens die vreemd genoeg
vrouwelijk aandoen. Groei, schatjes, groei!
En floreren doen ze, sneller nog
dan het stugge schaamhaar van zijn vrouw
dat zij steeds vaker vergeet te scheren
(maar laat hij hier geen beeld bij vormen).
Hij is liever bij dit veelkoppige klimop beest
vol eerbied hoe hij, nee zíj, de armen kruist
in afweer, hoe zij zich in elkaar vlecht,
één weelderig schepsel vormt. In haar
lommerrijke schoot kan hij zichzelf zijn.
Soms loert hij door een gat naar de tuin
van die stadse lui, hij ziet graag hoe zij
ook daar haar grijpgrage vingers legt.
na het rigoureus vermijden
van alles wat des vlezes is
gecensureerd tot op ons bord
heeft men zich vergrepen aan de haren
tot bij de wortels van het verlangen
aan banden leggen, die handel!
bedekken met kappen, pruiken
en windsels, van tonsuur jazeker
tot en met kaalscheren op het bot
toch wint waar de wind onbestendig is
hij rooft na de zotskappen van de
maatschappij nu ook de kopdoeken
van het geloof – hun zwerfvuil geland in
een donker bos, bij weggeworpen
heiligenbeeldjes en verroeste kettingen
intussen wij weer eens door de mazen geglipt
ons gezicht in de ochtend zonnegebaad
gretig beboterd een boterham
met dubbele ham en koffie fors
niet die afkooksels van regels en waarden
uit strakke adamsappels en dito pakken
zie de krijtlijnen van een nieuw stramien
hen op het lijf geschreven als
tuinwijken naar amerikaans model
rijstvelden die harten verblijden en
monden voeden, de tirannie van rechte
lijnen, fijne puntjes op een rij
dertien per lopende centimeter
wat zich niet schikt?
verdrinken in een zwart bad
vergeet het!
de volgende hittegolf komt eraan
we schenken ons nog een kop koffie

Recente reacties