Resultaten voor het trefwoord vergeet

duoleed – martin m aart de jong

toch mis ik ze
de schapen in de wei
de bloemen en de opgaande
zon boven hun esoterische
wangen waarmee ze zeeleeuw
verdrongen van de eerste plaats
der onhandelbare dieren ze schreven
toch ook niet onaardig hun naam
in de lucht en ook de psychiatrisch
verloskundige had er een boterham aan
en een wand vol schilderingen. Ach
het kan zo hard gaan in het leven
dat ik soms vergeet om dood te gaan.

partnershipdotcumonatowel – andré dunner

ik doe me best je
niet te herkennen
aan saai voorkomen

waar een wil is
daar is geen plaats
voor mensen als ik

wellicht is het de start
van een unieke combinatie
jij die jezelf speelt

ik die zich gedraagt
zoals het behoort
een schoonzoon

met begrip voor
en verstand van vrouwen

vergeet dat ik dat dacht

een man gokt nooit
op één paard

omheining – ellen vedder

Het meest van alles haat hij coniferen
hij rukt direct die jaren 50 symbolen uit
‘t strookje grond op de rand van zijn perceel
dat de erfgrens vormt met jawel: de buren.

Partij hekken erin, stekken er tegen aan
door de mazen weeft hij teder de takjes
van deze groene wezens die vreemd genoeg
vrouwelijk aandoen. Groei, schatjes, groei!

En floreren doen ze, sneller nog
dan het stugge schaamhaar van zijn vrouw
dat zij steeds vaker vergeet te scheren
(maar laat hij hier geen beeld bij vormen).

Hij is liever bij dit veelkoppige klimop beest
vol eerbied hoe hij, nee zíj, de armen kruist
in afweer, hoe zij zich in elkaar vlecht,
één weelderig schepsel vormt. In haar

lommerrijke schoot kan hij zichzelf zijn.
Soms loert hij door een gat naar de tuin
van die stadse lui, hij ziet graag hoe zij
ook daar haar grijpgrage vingers legt.

rantsoeneer de koffie – lieve de vos

na het rigoureus vermijden
van alles wat des vlezes is
gecensureerd tot op ons bord
heeft men zich vergrepen aan de haren
tot bij de wortels van het verlangen

aan banden leggen, die handel!
bedekken met kappen, pruiken
en windsels, van tonsuur jazeker
tot en met kaalscheren op het bot

toch wint waar de wind onbestendig is
hij rooft na de zotskappen van de
maatschappij nu ook de kopdoeken
van het geloof – hun zwerfvuil geland in
een donker bos, bij weggeworpen
heiligenbeeldjes en verroeste kettingen

intussen wij weer eens door de mazen geglipt
ons gezicht in de ochtend zonnegebaad
gretig beboterd een boterham
met dubbele ham en koffie fors
niet die afkooksels van regels en waarden
uit strakke adamsappels en dito pakken

zie de krijtlijnen van een nieuw stramien
hen op het lijf geschreven als
tuinwijken naar amerikaans model
rijstvelden die harten verblijden en
monden voeden, de tirannie van rechte
lijnen, fijne puntjes op een rij
dertien per lopende centimeter
wat zich niet schikt?
verdrinken in een zwart bad

vergeet het!
de volgende hittegolf komt eraan
we schenken ons nog een kop koffie