Resultaten voor het trefwoord 's avonds

requiem voor een vogel – b. vogels

vandaag heb ik een vogel gezien
met opgeheven kop
de tegenwind stond schrap

ik heb mensen getrotseerd
op de dansvloer van de storm
ben ik blijven buigen

op een dag zuig ik
stenen uit hun geraas
blaas de deur uit van gebral

en ga slapen met de élégance
van een zwarte vogel in het licht

onderbelicht – iniduo

ik hou van het geknepen licht dat niet alles onthult
van de sluier, de nevel, de hunkering
die nooit alle wensen vervult

ik vervaag
ik volg de schemer
die ’s ochtends het verlangen naar licht bedekt

die ’s avonds zweemt naar de diepte van duisternis
bloemen sluit, ogen opent
zich tot oneindige verten strekt

de schemer, die woorden in half beschenen wolken leest
maar nog genoeg onbesproken laat
voor het volle licht
dat niettemin het duister vreest

yperiet – jan theuninck

yperiet - jan theuninck

‘s avonds laat
vult een mist
de vallei
zonder te beseffen
verstikt hij ons
als een duistere macht
op de velden
liggen onze lijken
en onder het gras
een bruine aarde.

loyaliteit – ellen vedder

Het oude liedje
die ouwe schopte
ik werd geen gulden
en voilà

Vandaag ben ik groot
ik timmer op deuren
doe een dansje, desnoods
in mijn blote kont, neem me
alsjeblieft mee naar binnen

Ik weet hoe het hoort
mijn lasagne brengt ‘s avonds
genadig licht in zijn ogen
en met zijn goedvinden
poets ik onze kinderen
tot glimmende munten

beklag – fred tak

te huur
een lint verdriet
van zeven meter lang
voor in de tuin
geleverd met
een bonte streng van kleine lichtjes

om ook ’s avonds
de schittering
van tranen te laten zien

van nood en ziekte
met verderop een uitgang
zeg maar grote centenbak
om kilo’s meelij in te werpen

rozen en zweet – c.p. vincentius

Eens roken de rozen mensenwater
en fleurden op in pis en mest.
Mos bedekte al onze rieten daken;
toonden sleet in sterfelijk bestaan.

’s Avonds stond werkkledij stokstijf
bij ‘t voeteneinde van het alkoof.
Elk kwartaal weekte sop het zweet,
verloor ‘t goed vertrouwde stank.

Alleen kop en handen aan de pomp;
de rest aan ‘t einde van de week.
Zo roken wij rozen ’t mensenwater
en fleurden op bij zichtbaar naakt,
dat op de buiken ‘t zout van zweet
in alle liefdesspel bleef proeven.