Resultaten voor het trefwoord rivier

ompoling – iniduo

nog glinstert een tegenstromende rivier
de enige die implodeert naar het brongebied

bevangen door water dat lotsbezegeling wist
met wassende dunheid en afnemend debiet

golvend door diepten van laag naar hoog
jij, zuivere eigenheid die geboren wederkeert

in het oeverzand staat geschreven wie je bent
de zoekende rivier die het onmogelijke begeert

rivieren en zijarmen – elsje de wit

hoe blank haar huid ook bleek
hoe heet de thee die jullie dronken en al
het moois dat ze je te eten gaf rond dat uur
de rebel lacht goddomme, slaat duizend nieuwe wegen in
met genoeg geld en lef in zijn zakken
de maan boven alles en een kop vol vuur

ik heb de rivier op de voet gevolgd
smeet zesendertig stenen in het gras
pas nu mijn vinger over de landkaart glijdt
weet ik dat de man die mij de tiende steen gaf
onbetwist
de rebel was

ik wil niet meer horen – kees klok

Ik wil niet meer horen
van dit kolken en verklaren
dit uitleggen
van radeloosheid dit
veronderstellend alles weten.

Ik wil een ommuurde tuin
onder wolken die wij ooit
speels duidden
vers gemaaid gras de
geur van meisjesharen.

Geef mij blues, rebetika of fado
meeuwen boven drooggevallen
schorren, een slikrivier
met vissersboten die alleen
weten van roest en rotting.

Geef mij het schuren van
schepen langs de kade
vervagende letters op
doorweekt krantenpapier
en verstomde microfoonstemmen.

Laat mij het ritme van de rivier
de verhalen
van een grootvader
die beter wist.

zeevlam (fragment) – maaike Klaster

Na alle wegen die ik heb afgelegd
als damp, wolk, regen, rivier,
toon ik mijzelf aan jou als de zee,
rol ik naar je toe als de branding bij vloed
en kus ik jouw blote voeten

meester zonder gezicht – joost de jonge

Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij
Rijen huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Achter de huizen liggen bergen van stralend groen
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

Steentjes in allerlei zachte schakeringen bruingrijs liggen in een bed van zand
Ik loop hier lachend door groen golvend land
Boomblaadjes dansen in licht dat al twinkelend de kloof van mijn verlangen dicht
Ik loop hier lachend door groen golvend land

Een geluid dat mij lijkt te doen draaien, grind knarst onder mijn voeten
Gelijk de bal van mijn voet bij iedere stap die ik zet in het uur van mijn stilte
Een streling van koude lucht kleeft als een zuigzoen onder mijn jas
Zand stuift op boven het smalle door braam en brandnetel overwoekerde pad
Enkele wandelaars lopen achter mij
De afstand tussen ons is groot genoeg om in mijn wolk van stilte te blijven

Glinsterende groene klank van duister blad
Blad dat in de verte met een zeker geweld deint op de aangezwollen wind
Ik lach om het onbekende in de wind die mij vijandig lijkt te zijn
Lachen als een dwaas om een grap die ik niet begreep
Een poets die mij gebakken is, niet door een bekende maar door een onbekende
Een meester die zijn gezicht niet laat zien

Ik ben een verdwaalde dolende ziel in het aardse
Bijna niemand zoekt of vindt echt, het ondenkbaar spirituele blijft onontgonnen
Ons lonkt slechts de consolidering van dagelijkse geneugten
Wij willen niet verlost worden en zouden zeker de verlosser weren

Lag in mijn luide lachen dat helder klonk niet het onbekende besloten
Was het misschien juist dit niet weten dat mij even verhief
Alles is relatief en hoe graag ik het ook wil ontkennen ik heb het leven lief
Dit lijf dat ik ben is niet alleen leeg maar zit vol met bloed en meters gevulde darm
Ik heb geen eigen wil, maar verwerkelijk de wil van de natuur
Ik heb geen eigen geest, maar leef de universele geest van de mensheid

Ik hou vast aan de meester zonder gezicht
Een beeld van stralend helder licht
Ik zie alles in dit licht zonder lichaam
Zwevend over de aarde zijn overal regenbogen
Dit licht doorstraalt mij en huizen rijzen aan de oever van een brede rivier
Trillend in deze regenboog zag ik mijn gezicht
Een beeld van stralend helder licht

oversteken – martin b

dit is de gouden rivier zonder vogels
dit is de gouden rivier het eindigt in het raam
in het raam sta ik te

dit is de gouden rivier
dit is de gouden rivier het is een kasteel
in het kasteel staart een ridder zonder vogels

daar is hij
daar is hij niet
daar is hij niet meer

dit is de gouden rivier zonder vogels
dit is de gouden rivier waarover hij oneindig droomt
de gouden rivier eindigt buiten mij om in het raam

maelstroom – onbezield

de bodem van de rivier
is bezaaid met lijken
de aarde waarop ik loop
is bezaaid met lijken
de lucht zwevend boven mij
is bezaaid met lijken

beklemd hart
zeer
ademhaling stokt
hallucinant

het verleden,
mijn verleden
komt met mach 9 dichterbij
voorbij, haalt mij in
blaast mij omver
vermorzeld mij
schept een toekomst
die niet de mijne is!

middenin die maelstroom
van water, aarde en lucht
zuigende krachten
naar beneden en boven

spreek mij één woord
geef een zicht
laat mij verhalen
schenk het verleden weer
verzeker de toekomst

herfstgeuren – jan holtman

I

het gras doet geen moeite meer
voor de mooiste vrouw
het laat zich haar
gaan liggen en vangt
een zonnebril op die
achteloos van haar hoofd glijdt

en wat blad van de bomen
Het Hof in geuren, herfst
op een blanke huid
 
 
II

de herfst aanroepen en denken
dat het dan wel goed komt
met wat beelden de goden
op goed geluk verzoeken
aan de vooravond
van haar komst

dat het weer om zal slaan
met trek in de schoorsteen
en sissend eikenhout
 
 
III

nat nog van de gekapte boom
die herfst was in blad en bast
de jaarringen nooit geteld
niet het water, noch de wind
aan de vooravond
van het vuur

dat aan mij voorbij zal gaan
omdat morgen zij, omdat
morgen zij een ander zal zijn
 
 
IV

dan klatert water
in het watercloset, geen rivier
met smeltwater en stenen
die onze dranken koelen
naast de tent die de elementen
door haringen gebonden doorstaat

dan klatert water
en sluiten we de ogen met
hoor je de wind, de regen?

druil – lammert voos

de honden dragen mij over
de natte velden door een levend
Voermanschilderij van een verregende
zomer, aan de overkant van de rivier
staat roodbont vee met de poten in
het water, donk’re wolken aan den einder,
scheren boerenzwaluwen laag over de spiegel,
een slecht teken, staat een mottige reiger
te schuilen onder wilgopschot, een haas rilt
in het veld en een schollevaar loopt over
het water en stijgt in slow motion op;
mag ik alsjeblieft met die vogel mee?
Voerman is voor mij reeds lang passé