Resultaten voor het trefwoord rianne oosterom

schroeven aan elkaar – rianne oosterom

Wat als jij nu een deel
van mij meenam
en dumpte langs de weg

Je weet wel
dat deel dat rot is
en nooit ver van de boom valt

En dat ik dan een stukje
van jouw been afzaag
zodat je eens hinkt
op één gedachte

en bij me blijft

Ik zou ook wel wat willen schuren
rond die neus van je
zodat de zalm eens overblijft
ook al is ‘tie in de bonus

en wij samen als in water

Als jij dan wat van mijn haren afknipt
dan zit ik er misschien iets minder
met mijn handen in

En dat ik een opvangnet maak voor je ogen
zodat ze niet telkens uit hun kassen vallen

En dat ik je armen ombuig
zodat ik ze open kan ontvangen

– Dan beloof ik dat ik dat ik geen gat zal boren
in dat hart van je

kussen – rianne oosterom

Heb jij weet van hoeveel kussen
er tussen ons zijn
als jij weg bent
geloof je daar geen snars van

weet je dan niet kleingelovige
dat mijn lippen je overal vergezellen?
als de onzichtbare meisjes die broertje vroeger
doodschoot
ben ik levend naast je
en kus je
een soort apocalyps van eeuwige lips
je komt er nooit meer vanaf

zoveel kussen zijn er tussen ons
en je weet het nog geeneens

demente wijsheid – rianne oosterom

Geluk?
Daar is het leven niet voor
zei ze tegen het huis
en tegen de papegaai
bezaaid met rimpels
in de stoel van eenzaamheid

Wat ze was?
Een onleesbare blik
met vergeten ogen
in een sluier van sigarettenrook

Geluk?
vervolgde ze: dat is niet de bestemming
Verlang niet
Dorst niet
Anders ben je veroordeeld tot
eeuwige teleurstelling

De bestemming is
je kruis te dragen

En ik?
Ik heb geslikt en haar Mara genoemd

bouwkavels – rianne oosterom

Stilte heerst er
geen geluid van hamers
maar een schreeuw van
onvermogen

Vijf maanden ligt hij er al
in de kamer met
de oranje muren
En hij kijkt erop uit

Ingevallen wangen
als bouwkavels
gegrepen door onmacht
zijn leven verder te bouwen
omdat er geen kracht is
de toekomst te timmeren

daar waar wij leven – rianne oosterom

De hoer met het roze haar
kennen doet niemand haar
ze fietst de straatweg van waardering
maar al het vuilnis verspert de weg

De zwerver met zijn vieze dreads
kennen doet niemand hem
ze kennen alleen de opgetrokken knieën
de capuchon die voor de Aldi zit

De volle straat die leeg is
daar wonen deze twee
je kent hem wel
alles zoeft er en blikken bestaan niet
hij is niet onvindbaar
hij is overal

mijn duiven – rianne oosterom

Er leven twee duiven
op mijn balkon
ze doen de hele dag tikkertje
tussen de huizen

Buurman diplomaat
spiekt vanachter
zijn gebloemd gordijn
gefladder, gezwier,
hij kan het niet hebben

Buurvrouw Yoga
zit als werkloos kleermaker
achter glas in lood
gefladder, gezwier
ze kan het niet hebben

Ik lekker wel
ik noem ze mijn duiven
ze vertellen: vrijheid bestaat wel
hier tussen de huizen

stuk – rianne oosterom

Geef de liefde wat ze vraagt
gebiedt hij zingend
met zijn grijze krullen

wat ze vraagt
volgens jou
zijn duizend kussen
duizend glimlachen
en driekwart hart

maar wat ze echt vraagt
is opoffering

spook dat je bent – rianne oosterom

Als een spookbeeld
dans je door mijn gedachten
terwijl ik zakdoeken
in zessen vouw

Als een spookbeeld
wandel je door mijn heelal
en stoot je je hoofd aan de lamp
zoals je altijd deed

Alle geluiden vervagen
want ik vecht met mijn eigen hart
en mijn gedachten met zwaarden
voeren een burgeroorlog
want de liefde
begrijpt nooit iets

de zaterdagavond in mei – rianne oosterom

Amsterdamse vreemdeling
in je armen leefde de leegte
als je praatte klonk er een echo
die de pijn in mijn hart bereikte

Toen ik mijn gezicht maar afwendde
werd jij boos
omdat leegte dan geven zijn zou
en ik jou dat niet bood

Toen je me achteraan kwam
praatten we over Eline Vere
over het lot wat haar omving
toen je me weer kussen wilde
wist ik dat het me net zo verging

bus van gedachten – rianne oosterom

De zon kruipt langzaam omhoog
dat is zo’n afgezaagde zin als het om de vroege morgen gaat
ik heb vandaag een paardenstaart ingedaan
eentje die me terug bracht naar vroeger
naar het zwiepen als ik op de schommel zat
vandaag waait het hard
en de weilanden zijn bevroren

Rook komt uit de schoorstenen,
ach arm milieu.
Ik zou bijna ’s bus uitlaat vergeten
die is net zo erg
en ik werk eraan mee
“Save the planet”
staat dan ideologisch op mijn hemdje

We rijden weer,
al die file in de ochtendspits
al die 21ste eeuwse proletariërs
niet bezweet van het fabriekswerk
maar keurig in kapitalistisch pak

al die idealen
de lente is er ook een
vandaag vecht ze met de winter
narcissen tegenover vrieskou
ook al zo’n cliché metafoor
ik weet dat de lente winnen zal
op een dag
nog even wachten, alleen.

Het goede overwint altijd,
daar geloof ik in.
Naïef zullen ze me noemen,
scheelt me niets
een dromer zullen ze me ook wel noemen
veel leuker dan een realist
De zon kruipt nog steeds
en mijn gedachten ook