Ik weet dat je me trouw bent,
ik weet dat je me zoekt
ik weet, ik weet, ik weet,
ik weet het precies,
maar eigenlijk weet ik niets
Al zolang zonder kus
Al zolang bijna zwijgend
Al zolang
je vriend.
Ik weet dat je me trouw bent,
ik weet dat je me zoekt
ik weet, ik weet, ik weet,
ik weet het precies,
maar eigenlijk weet ik niets
Al zolang zonder kus
Al zolang bijna zwijgend
Al zolang
je vriend.
Ik wil nog allerlei dingen zeggen
maar ik weet niet hoe en niet wanneer en
heel soms weet ik zelfs niet wat.
Dan weet ik dàt er iets is
maar niet wàt precies.
Ik wil nog een heleboel dingen doen
maar de tijd is kort en ik krijg geen tweede portie.
En ik ben niet vrij.
Het pad onder mijn voeten lag er al voor ik er was
en er werd reeds uitgepluisd op welk koord ik zou dansen,
welk papier ik zou kopen en welke woorden ik zou lezen.
Zelfs de woorden die ik schreef zijn niet zuiver.
Maar wat doe ik eraan? Huilen als een hond?
Door de knieën gaan en zwijgen?
Of kleur ik buiten de lijntjes?
En dan is er natuurlijk nog altijd de gulden middenweg:
je bent een slaaf van het geld tot je dood.
Ja, de zanger heeft weer maar eens gelijk.
Daar staat hij nog, in het diepe licht,
met zijn bruine krullen en zijn zonnebril.
Eerst niets en dan de waarheid,
want alles begint en eindigt met niets.
De sprong is de uitzondering,
het foutje, de onregelmatigheid.
Het niets is de donkere nacht, het lange wachten,
de zoete ochtenddauw.
En uit niets komt niets voort.
Het idee is de grootste leugenaar,
het duikt op als een dampend veulen,
net gevallen en verblind,
maar houdt tussen zijn hoeven de waarheid,
de oorsprong, de blinde duif die hij vertrappelt,
sneller dan je kunt zien.
De tijd van liegen is voorbij.
Eerst was er niets.
En dan de waarheid, het vuur, de toorts, de kever.
Het is tijd, alle slapers liggen in hun bed!
De tijd van de wakkeren is aangebroken.
Het is tijd om te schrijven wat nooit gelezen wordt.
Want een doener leest niet, een doener schrijft niet.
Een doener doet wat hij doen moet.
Een doener doet, sterft en maakt plaats
voor een nieuwe doener, een nieuwe leugenaar,
een nieuwe gemaskerde dichter.
De wolf, het varken en de modderman
met zijn korsten en granaten,
zijn oude ogen, zijn nieuwe rimpels,
zijn lange haar en zijn schuchtere baard.
En de bomen en bloemen zullen nooit vergaan
dus waarom ze hier vermelden?
Ga naar buiten en zie:
dit is het forum, dit is het spreekgestoelte,
dit is de toren, dit is de kerk, dit is de long
waar de gevederden wonen.
stel je even voor
een algemene regel
die telt
precies op het moment
dat jij het ware geloof
heb geaccepteerd
dat je waardig bent
ook zo leeft en
wilt leven
stekker er uit
maar dan natuurlijk
door de goden
kom je gegarandeerd
in de hemel
wat zou je doen
en hoelang zou jij
nog zondig wezen
als schrijver
dichter desnoods
doe je maar wat
maakt niet uit
waarschijnlijk precies
volgens de regels
als lezer heb je
altijd gelijk
zeker zonder
empathisch vermogen
volgens mij is er
weer ergens op ons halfrond
een groot stuwmeer bij
de tijd voelt
in ieder geval
anders dan gisteren
Dans met mij, Beëlzebub,
de horlepiep, een zeemanswals.
Laat die klompvoet stampen.
Verschijn jij in fluweel gekleed,
ik als de groene fee, het
dwaallicht op dit boerenfeest,
verleidster van Hij die er
nooit is geweest, de geest
van mijn vader, vermommer van
het allerzachtst gestoofde vlees.
Nu offer ik precies een pond
in ruil voor echte fik.
En als het vuur dooft, zal ik
zingen, zal ik la lo liedjes zingen.
Lanoline zal ik zingen. Voor een
warme nacht.
wat we ook doen
er zijn altijd wel
mensen te vinden
die precies hetzelfde
zouden gedaan hebben
of nog veel erger
wetenschap is
concluderen
dat ben ik
ik noem het
occluderen
zo weinig data
toch weet ik
precies hoe
ga maar weg
ik weet het al
helemaal precies
weet ik het
niet meer
wie ik lag
te neuken
maar
het gaf vast
een goed gevoel
zoals altijd
Misschien lopen er mensen rond op aarde die precies weten
wat ze kwaad doen en daar dan stiekem, als ze denken dat
niemand kijkt, stilletjes om moeten lachen, niet kunnen
stoppen met grinniken wanneer je dan eindelijk tegenover
hen aan tafel zit, die net doen alsof ze een beetje dom,
onnozel zijn. Zelfs met die eed van Hippocrates op zak.
Er was een dag in 2008 dat ik zo verscheurd werd door
emotionele pijn dat ik schreeuwend en kermend op de grond
lag. Eén dag werd twee dagen; twee werden er drie, vier, vijf,
etcetera. Hoewel ik volledig bij zinnen en 100% bij verstande,
toerekeningsvatbaar was, in volzinnen sprak, heel duidelijk
kon uitleggen wat er mis was, vond iemand het nodig om mij
officieel psychotisch te noemen en hij voegde er aan toe dat
ik dat waarschijnlijk al twaalf jaar lang, al mijn hele volwassen
leven was geweest, omdat de pijn waar ik over sprak niet in
mijn lijf zat. Over de complete idiotie van die conclusie zal ik
het hier niet hebben; wel over de slotsom van zijn betoog,
van zijn calculerende beredenering. Die klonk ongeveer zo:
“Als jij nu niet jouw jas aantrekt en de straat op gaat, Maaike,
dan zie ik mij genoodzaakt jou gedwongen op te laten nemen
in een psychiatrische kliniek, dan komen ze jou met een
ambulance en een dwangbuis halen, voeren ze jou af. Dat zeg
ik tegen je omdat ik het allerbeste met jou voorheb; dat zeg ik
met een onhandige, jongensachtige glimlach, zodat jij denkt
dat ik heel lief en jouw surrogaatvader ben; dat jijzelf gestoord
en een gek wijf bent; dat wat ik zeg zo hoort. Jou gedwongen op
laten nemen en plat laten spuiten op de gesloten psychiatrische
afdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis is geen probleem
voor mij, want ik ben een arts met een bevoegdheid en jij hebt
geen diploma. Jou gedongen laten opnemen is het beste voor
jou, voor mij en voor iedereen in deze stad.” Gevolgd door dit
klinkende en met medailles behangen slotaccoord: “Daar wil de
burgemeester graag zijn handtekening voor zetten.” Alsof het niet
om mijn leven ging, maar om een verhaal van Annie M.G. Schmidt
dat hij voor de grap aan mij voorlas. Alleen meende hij het echt.
Dat was het kwaad in zijn zuiverste vorm en door mij destijds en
tijdens vele gelegenheden daarna bij de wortels uitgeroeid.
Dat doe ik nog steeds en dat zal ik altijd blijven doen. Daar wil ik bij
deze graag mijn handtekening voor zetten, want ik heb uiteindelijk
geen universitaire graad behaald, maar ik heb wel een pen.
Was getekend,
M. Klaster
Recente reacties