Resultaten voor het trefwoord pannenkoeken

de werkende mens – gerardus

en ze zullen…

godverdegodver

help me nou eens
nee, niet lachen

je weet best
dat als jij lacht

je broer nog erger
en papa dan…

hou er mee op

ik heb al gevloekt
godverderderder

ik ben niet boos
woest ben ik

en dan kan je wel gaan janken

hou daar alsjeblieft mee op

neeeeeeeeeeeeeeeeeeee
mama is aan het werk

dat weet je best
en ik hou van jullie

hou op met huilen

hoe kan ik je troosten

zal ik pannenkoeken bakken

je hebt het niet verdiend

je bent wel lief
en je broer ook

het manifest van de spontane stad – nanne nauta

(te lollig)

In levende lijve kwamen Amsterdammers
de Sint nooit tegen.
Het was een nieuw fenomeen.
Hij kwam als zestienjarig jongen
in het gezin de helpende hand reiken,
ging op zijn step helemaal naar Abcoude
om pannenkoeken te halen.

Je zal zelf zo’n jaar of elf geweest zijn.
Je maakte voor het eerst kennis
met de theorie van het kruipen
van de rode bloedlichaampjes.

Ach, waar het hart van vol is.