Resultaten voor het trefwoord kathedraal

mijmering – joost de jonge

Wat mij raakt is jouw lach
die als een afgevallen blad op het water
rust op jouw tragiek

Als een kathedraal
majestueus geheven
grijpen takken in elkaar
een Gotische boog beschrijvend
die zich tot in de verte uitstrekt

Ik ben een dolende
terwijl God slaapt
zijn wij wakker in de droom van God
wanneer hij wakker wordt
zal hij zich niets herinneren
en ons onze dromen teruggeven

Donker en stil
gefilterd licht valt
op het voetpad
boven mij is het bladerdek
nagenoeg dicht

groene kathedraal – pj sas

de taal is een groene kathedraal
waarin ik afdaal, ik laat mij zakken
door een bladerdek van letters
langs katrollen van grammatica
en verder langs knoestige vertakkingen
van onderwerp en gezegde en nog verder
langs formele bomen als pilaren
op pilaren, als kolommen op kolommen
tot ik kom bij de aarde in het duister
en ik luister naar de stilte, de koralen
van de vogels hoog in het groene glas in lood
en ik ruik de dode bladeren en ik weet
hoe de wortels wortelen in de dood
in massagraven van uitgestorven beschavingen
hun humus voedt de bomen zoals onze woorden dat ooit
ook zullen doen

it’s all in the mind – mattijs deraedt

Er groeit een gelaat op zijn blanke hoofd.
Zie de pracht van deze kathedraal!
Van mij wordt verwacht dat ik er één bouw in mijn geest.
Jammer dat niemand haar kan bewonderen.

De krasser draagt nooit een trui
maar laat in zijn kaarten kijken.
Door het venster zie ik de versteende eekhoorn in de boom
en in het station de eenoog met het gezwollen lapje.
Het levend stripfiguur spreekt
een welbepaald deel van je hersenen aan
en lijkt te wuiven vanuit de Ideeënwereld.

Hier hangen de geslachte fietsen te drogen in de regen.
Hier beweert men de werkelijkheid te vangen met gebroken netten.
Hier lag ik in het gras onder een zware zon.
Hier is het waar alles begon.

rennen om stil te staan – anouk smies

Nu we samengaan, als schoppen en hurken
een opgejaagd begin
sla de bladzij om

die mijn lichaam heet
Plaats een kandelaar
in het rattennest, mijn haren

Spreek in de tongen van een vreemd gehucht
Ontkleed een gebouw

of verbrand de kathedraal
van het doofstom opnieuw beginnen
De vogel in zijn eeuwige lucht

de liederen zijn uitgezegd – harry m.p. van de vijfeijke

De plavuizen zijn al eeuwen
uitgelegd, de pelgrim rest het lopen,
de liederen zijn uitgezegd. Het boek rept
van een voorportaal, het landschap is
de kathedraal. Licht valt alom door het glas,
wij gaan uit het dagelijks lood,
de meidoorns tonen zich als witte bogen.

Geur zweeft om de meibloem heen.
Wind vlaagt langs de rand
van voorjaarsheuvels. Zon zingt
aan de huidzijde, van kruin
tot pelgrimsbeen.

Dan sta jij daar voor de witte sprei en je neigt
naar omarmen. Ik verlaat het pad, zie
de genade van je bronzen kont, hoor je
voorjaarsklokken trillen.

Gebed:
de aankomst van de pelgrim in het gewijde vat.
Zacht de dompeling en het vingerkruis,
het ultieme onderweg, voor even thuis.

coventry cathedral – eelke van es

Een kathedraal nog zwartgeblakerd
door de vieze kladden van de nazi’s –
eerst eten, dan bommengooien en
nooit eens de handen wassen.
Verbaasde vogels op de resten,
nog steeds onwennig na ruim 60 jaar,
elke dag opnieuw een nest aan het zoeken
(duiven, te stom voor woorden).
En de nieuwe kerk
stammend uit de jaren 50,
opgewreven tegen de restanten.
Glanzend metaal,
boodschap van de Heiland in bruine
opzichtige letters, en een Duitse mijnheer
in het zwart, die vertelt over de atoombom
in Japan – hoe mensen werden herboren
met open ruggen, zonder moeder in de spanne
van een moment. En grijze wolken om de toren,
mensen in te grote kleren die de klokken luiden,
een monotoon gemompel dat hoog schelt,
blijk gevend van verbijstering en eindeloos begrip.

(Heer, ontferm U over ons)