Achter de IJssel is Nederland buiten westen.
C.P. Vincentius
Achter de IJssel is Nederland buiten westen.
C.P. Vincentius
Ze kunnen van mij diverse onderdelen krijgen, zolang ik er een paar goede voor terug krijg.
C.P. Vincentius
Alweer zo’n vogel die het uitsterven bedreigt.
C.P. Vincentius
Het orgaan trilt, recht uit de borst gegrepen,
spontaan en vol emotie in de groep.
Wijd vertakt grijpen zintuigen en ledematen
naar ieders aandacht en medelijden.
Koppen blikken stil en fluisteren: ‘Schaamte
heeft het mens het nog niet geleerd.’
Haar wijsvinger en stem wijzen en dicteren;
wie niet met haar is, kan zich bergen.
Zij stoot en botst, butst opdoffer na opdoffer
en schramt al doende tot slachtoffer.
’n Dag misdeelt denken in duister,
verlaat de controlepost in regen.
Links langs het kanaal veredelt
een fabriek ’t vet naar behoefte.
Menig geroep uit het oeverriet
rimpelt schuim op het afvalwater
en laat het kolken in zwemslag.
Walm zegt de leek op het strand
en wijst naar lucht zonder stank
en hemelsblauw waar te nemen.
In de keuze tussen dienstlift en brandtrap treden
of na het dichtslaan van een vierde portier;
zo verzamelen mannen jassen in de regen.
De auto mikt op het midden van de steeg
en zwenkt stoep op, wiebelt stoep af richting
blinde muur en personeelsingang van de fabriek.
Die wereld was toen zo oud, als ik nu jong ben.
Zonlicht of maneschijn, bij regen of sneeuw;
de aarde wentelt bijna gelijk aan gisteren
en verwacht dat wij, bij toenemende snelheid
ons staande houden, terwijl de sterren trillen
en koortszweet het onderlaken doorweekt.
Zodra een stuk uit de maan op plaveisel stuitert,
en wanneer wind van west naar oost keert,
duizelt het en kotsen zwervers in portieken.
Hebzucht houdt in grijstinten de natuurlijke glans
van illegaal, legt na inval van de duisternis
alom het noodzakelijke roet in neerslag.
We zopen vooraf de enige kroeg leeg
en liepen in bedauwde uren
onze allereigenste marathon in allengs
soepeler schrede en steeds
toenemende regen, hagel en tegenwind.
Na drie uur draf en vlak voor het hoera
en de hoempa van de finishlijn
waren de schedels vol van helder besef;
het nu kreeg waarde en telde,
zo bleek de volgende morgen ons eerst.
Vervolgens wisten de koppen op de foto
elke twijfel en elke angst weg,
al kwam eenzaamheid amper ten tafel.
Het bestaan bleef immers voortbestaan,
zolang anderen het kiekje zagen
en koppen vol zweet wilden herkennen.
Aan de oevers van de volksaard drijft
de bastaard tussen het riet en zucht:
‘Ik ben al met al meestal het meest
benevelde onechte kind en beweer
met de richting van kreten mee naar
de draaikolk van emoties te drijven.
Zo ben ik één met stromingen en voel
me weggezogen met het gedobber
van al het andere wrakhout rond mij,
die eigen splinters weigeren te zien.’
Tegen de avond veroveren storm en regen
in wolkbreuk en springvloed
landerijen en spoelen have en goed weg.
Land doordrenkt, lagere dijken bezwijken
volk vlucht naar kerkhof en kerk,
terwijl wind toeneemt, doorweekt, verkilt.
Vanaf de terp zien vluchtelingen hun vee
verdrinken, golven stijgen en weet
ieder zijn leven alleen voorlopig veilig.
Zij lijden aan de ziekte van de harige zielen
hun baarden, oksels en snorren hangen.
Na scheren, stoppels van epileren groeien
kuiven zij ondertussen borsten en billen;
horen de anonieme beller zwijgen en hijgen.
Bij doodsbedreiging op bewakingsbeelden;
onjuiste diagnose honderden slachtoffers,
hanteert moeder-overste stuur en pedaal
terwijl intercity spoorwegovergang nadert
waarop de touringcar vol van zusters der
eeuwigdurende aanbidding weer weigert te
starten. Alleen aan de horizon komen rails
bijeen. Hier dragen zij goederentrein, die
op volle snelheid dwars door het obstakel
snijdt, gaapt de invasiediepte, aldoende
‘t idee van ’n geloof bij toeval openlegt,
zodra bij onsterfelijke geesten de haren
rijzen /hun lichamen eeuwig zedig bedekt
/vrede vinden in ongeschoren toestand
/ontbinden bevrijd van inkapselen zonder
/hinder innerlijk verder blijven woekeren.
Recente reacties