Resultaten voor het trefwoord arjan keene

de idioot op de dam – arjan keene

Te midden van bedenkelijke stilte –
men houdt de adem in, de houding stram,
is doofstomheid niet de stem van kilte? –
was er de idioot, daar ergens op de Dam.

Aan wie denk jij, als je denkt aan doden?
Aan gesneuvelden, abstract, concreet,
aan troepen in een land met verre goden,
aan iemand die onlangs nog overleed?

In hoeken van het plein koeren de duiven,
die, dakloos, hun terrein wel kunnen afstaan.
En dan een schreeuw, een klap, mensen stuiven
naar god weet waar maar hier vandaan.

Als pleinvreesvee vertrappen we elkaar
om ons eigen lief en leed te redden.
Zelfs zonder vijand zijn wij kwetsbaar
als lichtgestoorde pissebedden.

De daklozen, de junks, paupers, criminelen,
we staan al met een passend label klaar.
Etnische zuivering kan dan niet schelen,
geef ons die twee minuten stilte maar.

We willen hem meteen een naam geven.
Pepe David Adam, alias ‘De Rabbijn’.
In een andere tijd, een beter leven,
kon hij misschien wel een profeet zijn.

De vrijheid leeft in christelijke normen,
vive memor leti, in memoriam.
De oorlog leeft in ondergrondse wormen,
als idioot zullen zij schreeuwen op de Dam.

zo wordt het nooit wat met dat dichten – arjan keene

Ik ben bijzonder gelukkig getrouwd,
met een vrouw waar ik enorm van houd.
Ik heb drie werkelijk geweldige kinderen
die ook best wel gelukkig zijn, tenminste,
dat zeggen ze na een pijnlijke marteling.
Ik heb een baan, ga fluitend naar mijn werk,
kan op de fiets zelfs, maar doe dat niet,
want vind dat zielig voor mijn auto.
Ik word voor die baan heel goed betaald,
en dat voor het schrijven in een taal
die alleen door apparaten wordt verstaan.
Ik ga zelfs naar een sportschool toe,
ben opgeruimd, netjes, goed geluimd,
je zou zeggen, maar waag het niet.
Dus waar moet ik in godsnaam rake beelden,
fraaie metaforen, merkwaardige woorden
en klinkende zinnen vandaan halen?
Hier wordt Sinterklaas niet gelukkig van.

office space – arjan keene

Wanneer het weer stormt in mijn hoofd
dan moet ik altijd aan oktober denken
tijdens de workflow van het binnenwerk
dat de formulieren steeds doet opwaaien.

Dan weet ik niet meer of ik nu vooraan
of ergens in het midden moet beginnen,
waar ik in het touw moet inspringen,
welke ballonnen ik moet doorprikken.

En vouw ik vliegtuigjes van printpapier
dan weet ik dat ik kind aan huis blijf,
en op de roes van arbeidsvitaminen
waai ik weer met alle winden mee.

duiding – arjan keene

De kerk laait op in groene vlammen.
Boven de synagoge hangt een gele ster.
De tempel schroeit in opium en wierook.
De moskee verspreidt een blauwe gloed.

De heidenen lopen ongelovig langs,
de humanisten staan hier buitenspel.
Populisten schreeuwen moord en brand,
zien hoofddoekjes gedrenkt in bloed.

Kerk en staat zijn nooit gescheiden,
de kiezer heeft de politiek verketterd.
Wie luisteren wil wordt gek verklaard,
de middenweg komt hier niet meer goed.

De taal is aan de straat verpand.
De zuilen schuiven naar de rand.

hun krijgen gelijk – arjan keene

Als Plasterk boe roept weet ik nu al:
daar komt geen donder van terecht.
De goedgehoede taalbemoeial
riep dat het pleit nu was beslecht.

Dat ‘hun’-geroep van taalmalloten
moest nou toch echt eens over zijn.
Ja, dat maakt indruk op idioten!
Ze krijgen nu mijn oorschelppijn?

Ik denk aan drastischer methoden,
aan ducktape en metalen krammen,
aan pallets potloden, vette, rode,
om in hun achtersten te rammen.

We komen er nooit meer vanaf.
Mijn headset moet maar mee in ’t graf.

goldbach vermoedt – arjan keene

Het laat zich eenvoudig zeggen:
elk even getal groter dan vier is
de som van twee oneven priemgetallen.

Andersom is triviaal: de som van
twee oneven priemgetallen is
natuurlijk altijd even.

Dat is ook makkelijk in te zien:
ieder mens is, zoals bekend,
namelijk zelf een priemgetal.
Stel er twee samen in elkaar
en je hebt een even paar.

Maar neem nu elk denkbeeldig paar,
dan, zegt dus het vermoeden,
zijn er altijd twee mensen te vinden
die daar precies in passen, bij elkaar.

Kijk om je heen. Bewijs het maar.

socrates blogt – arjan keene

Socrates hield van de knusse oorlog,
maakte graag amok op straat.
Vandaag de dag zou hij zich mengen
in debatten op het internet.

Hij zou blootvoets de vloer aanvegen
met de hordes forumzwetsers.
Zijn dialektiek blijft onbegrepen,
alle democratie ten spijt.
Zijn weblog werd een verzamelplaats
voor slechte raad en dijenkletsers.

U denkt toch niet dat ik hier
filosofie ga staan bedrijven?
Ik maak graag ruzie, dat is al,
verwacht van mij
geen wijze lessen meer
na talloos domme eeuwen.
Nou, de gifbeker maar weer,
was getekend, Socrates.

keene kruipt – arjan keene

Ik kruip op mijn knieën door de kamer
en zoek weer naar een godsbewijs.
Ik schuif de meubels aan de kant
en gooi met de pet van Feyerabend.
Anselmus, Van Aquino, Locke, Hume,
Descartes, noem ze maar, die mannen
wisten er allemaal ook geen donder van.
Het onweerlegbare bewijs is ergens,
net als de rhinoceros in Russell’s kamer.
Het zit verstopt tussen de priemgetallen
of misschien in Char’s letterleesmethode.

Er komt een dag dat ik het eindelijk vind,
dan zoek ik door naar een nieuwer begin.

boekdicht – arjan keene

Geen grotere, diepere, luxere pijn
dan het oeverloos leed der poëten.
Paria’s van het literair magazijn,
kleinzerige jankende proleten.

Als Atlas torsen ze de tranenbol,
wentelen zich in morsige verzen,
waarin ze, nota bene voor de lol,
hun miezerige kronkels persen.

Kan iemand ze in godsnaam zeggen
dat er meer is dan die kutgedichten
waarin ze het vadsig lijf blootleggen
en zeker geen wonderen verrichten.

Laat ze allemaal een leven krijgen
en stoppen met dat perverse hijgen.