Resultaten voor het trefwoord zonlicht

stoflicht – martin knaapen

Zacht praat de vloer
bleek van ruimte en zon

de wind schuurt de planken
met silicium lifters

zonlicht breekt lignine
waar cellulose rest.

Spinnen vingen ooit de dagen
in fraaie ronde wielenwebben

die als zeilen van stof en rag
voor de getaande ramen hingen.

Nu hangen aan de droge draden
nog zwarte vliegen en grijze motten.

Het stoflicht valt in delen
op de oude beelden

vol rust en nostalgie
die zware arbeid en bittere armoe verzachten.

En in elke reflectie
werkt de mens van toen

aan onze welvaart
van haat en vuil en spoed.

waar sterrenstelsels wolken – c.p. vincentius

In de keuze tussen dienstlift en brandtrap treden
of na het dichtslaan van een vierde portier;
zo verzamelen mannen jassen in de regen.

De auto mikt op het midden van de steeg
en zwenkt stoep op, wiebelt stoep af richting
blinde muur en personeelsingang van de fabriek.

Die wereld was toen zo oud, als ik nu jong ben.

Zonlicht of maneschijn, bij regen of sneeuw;
de aarde wentelt bijna gelijk aan gisteren

en verwacht dat wij, bij toenemende snelheid
ons staande houden, terwijl de sterren trillen
en koortszweet het onderlaken doorweekt.

Zodra een stuk uit de maan op plaveisel stuitert,
en wanneer wind van west naar oost keert,
duizelt het en kotsen zwervers in portieken.

Hebzucht houdt in grijstinten de natuurlijke glans
van illegaal, legt na inval van de duisternis
alom het noodzakelijke roet in neerslag.

verhalen van de derde etage – maaike klaster

1.

De zee is er bijna.
Zie je!
Er zijn vliegtuigpassagiers die het water al kunnen zien liggen.
Wij zien hun kerosinestaart, zwaaien de piloot gedag:
Dag meneer in de cockpit daarboven!
Hij laat op die ene witte streep na ons uitzicht blauw achter.

Wij wachten op de zee, die nu bijna hier is,
het strand door de wind vooruit heeft laten blazen.
Nog even en we duiken vanaf het dak in haar onbezorgde golven,
wrijven de slaap uit onze ogen, de laatste korrels van Klaas Vaak,
groeten de morgen.


2.


VENICE BEACH

 
Alles is omgekeerd.
Gisteren ligt voor me als een geïnverteerde woestijn –
nergens zand te bekennen.

Op t.v. zie ik L.A.,
die oceaan, die zee, de kustlijn die altijd een film blijft

en ik wil in dat water zwemmen, uit golven opstaan,
mezelf op het scherm tevoorschijn zien komen,
aan land gaan, in haar beloftes baden,
dromen achter me laten, alles waarmaken,
vanuit de stad het strand zien liggen en
nooit meer om zand hoeven vragen.
 
 
3.

Shampoo tussen mijn haar en hand.
Het parfum verdampt,
een vleug van een droom uit mijn jeugd.

In Italië op het strand
met mijn handdoek bijna in de branding
en de geur van zonnebrandolie op een gebronsde huid.
Dit is hoe vrouwen in bikini ruiken
als zij iedere dag in zonlicht baden – en de zee ruist.

Hier sta ik op een granito vloer
met de zee weer aan mijn voeten.
Het water dat langs mijn roze huid stroom, schuimt
en ik weet dat het niet te laat is,
dat er een branding in mij huist.

huishoudelijke mededeling – martin m aart de jong

ik lepel iedere dag wat havermout
naar binnen. slik liters zonlicht
in en peins een hagelbui.het stormt
soms maar meestal waait het willig

kleine blaadjes. meisjesnaampjes.

overleg. mijn brein breit.schakelt.
concludeert tenslotte. niets.

ik haal het uit.verslind de yoghurt.
fruit. ik ben gezond meneer. er is
niets mis. er is verandering.
het is beslist.

je moet herkenbaarheid in kaart – martin m aart de jong

als trof het een doelwit
van terroristische precisie
waarbij een aantal willekeurige
– mevrouw van Wusterbeen loopt
haar hondje uit te laten wanneer ze plots
met hond en al wordt uitverkoren
en de eeuwigheid opent als een parasol –

als klapten de meeliftbeelden van een raketinslag in Bagdad
waar Achmed in zijn hangmat
blijft hangen mijn zonlicht in

en ik kijk naar een stapeltje
mannen die als kaarten
liggen opgestapeld
in Irak

het is zaak de herkenbaarheid
van de kaart te vegen
en dat zo te doen

dat het merken verspreidt