Aan de voeten van de besneeuwde bergen
Donkere hemel
Donkere foto’s
De verborgen sporen in mijn stilte
Een monnik die zijn lachen vergeten is
In de klaagzang van een oude vrouw
Verliefdheid is een reis
Resultaten voor het trefwoord voeten
om een of andere reden die zo
op het oog nogal onbenullig lijkt
tel ik de tegels van de stoep voordat
de grond onder mijn voeten bezwijkt
ik wijk van diepgezonken wegen
mijd ingesleten, rechte paden
stap door het oog van de naald
wuif takken weg, blijf doorwaden
met spinrag in het bezwete gelaat
met licht tussen gebladerte als respijt
zolang de ochtend van de dag volgt
op de avond van autonome tijd
Onder mijn voeten is een stad gebouwd.
Geen stad waar jij en ik kunnen toeven, geen
supermarkt, geen café, tweede hands.
In deze stad kunnen wij onze voeten dopen.
Een stad om in te verzinken. Je zal
geen mensen zien zoals jij en ik:
geen conversatie over trias politica of kunst.
Je zal de lucht benauwd om je heen voelen drukken,
ademt steeds verder in.
In deze stad wonen mensen met gedachten zwaarder dan koper.
Achter de stad glinsteren de pasgeploegde akkers.
Zwarte zaden liggen er klaar.

Shampoo tussen mijn haar en hand.
Het parfum verdampt, een vleug van een droom uit mijn jeugd.
In Italië op het strand, met mijn handdoek bijna in de branding
ontdek ik de geur van zonnebrandolie op een gebronsde huid.
Dit is hoe vrouwen in bikini ruiken als zij iedere dag in zonlicht baden
– en de zee ruist.
Hier sta ik op een granito vloer met de zee weer aan mijn voeten.
Het water dat langs mijn roze huid stroom, schuimt, en ik weet
dat het niet te laat is, dat er een branding in mij huist.
uit: Verhalen van de derde etage van Maaike Klaster met illustraties van Studio Zoveel.
Als het groenste gras vergeelt onder je voeten
en triomfbogen buigen voor iets onnozels als de tijd,
dan toost ik op des dichter`s glorie
en zijn amuse
de keukenmeid.
ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer
ik had het hele meer wel rond gewild
de vorm die het toevallig had
afwisselend mijn voeten in het water
en over kademuren
langs de oever
het was hier en daar
een boulevard bijna
het meer is groot
maar niet van alleman verlaten
er mag wel wat bebouwing staan
een stad of dorp desnoods
een verdwaalde kroeg
is meestal wel genoeg
misschien wil ik er ook
een herberg bij
ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte
ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer
ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte
Ze staan tegenover elkaar
Handen naast hun zakken,
vingers gespreid, de voeten
wijdbeens, met losse kaken
haken hun ogen zich vast
Ze wachten
op een teken
in het spiegelbeeld van zichzelf
Ze wachten
op die ene wimperslag met losse handen
op de asterix met gespreide benen
Maar die blijft hangen
boven het onuitgesproken woord
De weduwe heeft op handen en voeten
al zijn gedichten bij elkaar geveegd
en afgelopen woensdag met pijn in haar
rug en knieën, drie zakken vol in
de oud papier container geleegd.
Na alle wegen die ik heb afgelegd
als damp, wolk, regen, rivier,
toon ik mijzelf aan jou als de zee,
rol ik naar je toe als de branding bij vloed
en kus ik jouw blote voeten
Ik wil nog allerlei dingen zeggen
maar ik weet niet hoe en niet wanneer en
heel soms weet ik zelfs niet wat.
Dan weet ik dàt er iets is
maar niet wàt precies.
Ik wil nog een heleboel dingen doen
maar de tijd is kort en ik krijg geen tweede portie.
En ik ben niet vrij.
Het pad onder mijn voeten lag er al voor ik er was
en er werd reeds uitgepluisd op welk koord ik zou dansen,
welk papier ik zou kopen en welke woorden ik zou lezen.
Zelfs de woorden die ik schreef zijn niet zuiver.
Maar wat doe ik eraan? Huilen als een hond?
Door de knieën gaan en zwijgen?
Of kleur ik buiten de lijntjes?
En dan is er natuurlijk nog altijd de gulden middenweg:
je bent een slaaf van het geld tot je dood.
Ja, de zanger heeft weer maar eens gelijk.
Daar staat hij nog, in het diepe licht,
met zijn bruine krullen en zijn zonnebril.
Eerst niets en dan de waarheid,
want alles begint en eindigt met niets.
De sprong is de uitzondering,
het foutje, de onregelmatigheid.
Het niets is de donkere nacht, het lange wachten,
de zoete ochtenddauw.
En uit niets komt niets voort.
Het idee is de grootste leugenaar,
het duikt op als een dampend veulen,
net gevallen en verblind,
maar houdt tussen zijn hoeven de waarheid,
de oorsprong, de blinde duif die hij vertrappelt,
sneller dan je kunt zien.
De tijd van liegen is voorbij.
Eerst was er niets.
En dan de waarheid, het vuur, de toorts, de kever.
Het is tijd, alle slapers liggen in hun bed!
De tijd van de wakkeren is aangebroken.
Het is tijd om te schrijven wat nooit gelezen wordt.
Want een doener leest niet, een doener schrijft niet.
Een doener doet wat hij doen moet.
Een doener doet, sterft en maakt plaats
voor een nieuwe doener, een nieuwe leugenaar,
een nieuwe gemaskerde dichter.
De wolf, het varken en de modderman
met zijn korsten en granaten,
zijn oude ogen, zijn nieuwe rimpels,
zijn lange haar en zijn schuchtere baard.
En de bomen en bloemen zullen nooit vergaan
dus waarom ze hier vermelden?
Ga naar buiten en zie:
dit is het forum, dit is het spreekgestoelte,
dit is de toren, dit is de kerk, dit is de long
waar de gevederden wonen.

Recente reacties