Wat kon je gemeen zijn, de schijn ophouden.
Wat kon ik boos zijn, bang.
Maar wat maakt het nog uit?
Wat maakt het allemaal nog uit?
Nu je dood bent?
Wat kon je gemeen zijn, de schijn ophouden.
Wat kon ik boos zijn, bang.
Maar wat maakt het nog uit?
Wat maakt het allemaal nog uit?
Nu je dood bent?
schijnen maan
stralen in
het niet van
eeuwig licht
lach en traan
niettemin
blijken dan
uit het zicht
op niveau
hoog en ver
van een ster
uit haar baan
althans zo
kijkt men er
her en der
tegenaan
ik kom er nooit meer uit
ik ook niet
Ik weet dat liederen schuilen in mijn aderen.
Ze tollen in het duister van de stroom.
Tot nu kan ik enkel huilen.
Ik wacht nog op het kloppen van de klonters.
Het losbarsten van mijn tong.
Zonder te bezinnen.
Spat open lyrics.
Ik sta hier niet voor niks te borrelen.
Guts de gloed over mijn lippen.
Begin te bezingen.
Zodat ik even schuilen kan.
In een hoek van mijn leven.
in een broekzak zat een stukje touw
of ik het hebben mocht
want in de hemel was toch
touw genoeg
vader zei dat het goed was
maar moeder zei niets en
liep de kamer uit
Ik gooide een bal
er kwam een klaaglijk geluid uit
ik wist dat een bal
je wezenloos kan laten schrikken
maar dat hij zijn bek niet kan houden
dat hij zijn ware aard niet toont
is ongehoord.
met botte bijlen
noest & bezig
zijn bomen gerooid
en schaduwen geslecht
die niet langer velden omzomen
om voor vlakheid te waken
uit de ondergrond
van de kantelbedding
vloeit een gedicht op commando
woest & snedig
zodat rivieren omhoog stromen
en als oprisping uit monden braken
tart uzelf
blijf schudden
doorwaak gewraakte braafheid
vals & lenig
blijf in staccato klaarkomen
om heilige hoeren te raken
Het regent
pijpenstelen in de goot
verzopen katten
doordrenkt met hemelwater
Acht maal gesprongen
tevergeefs van haantjes
vooraan de weg
lopend met een flauw bochtje
uit het zicht
Uit de kelk
slokjes melk
nog eenmaal
Uit al hetgeen met verderf is bezaaid,
Prijkt uw schoon enig tegen jaren aan
Dat oogst fijner dan het jongste graan
In bloei hult waarop oneindigheid laait.
Want als des levens komst u zal verzuren
Of de dood in u zoet een tombe delft,
Zal een helle schim ons als wederhelft
In plaag dopen tot het vergane der uren.
Ik zeg u, liefste, met nederige toon
Dat dit schouwspel u in mondain vertoon
Nimmer naar plotrede zal bezingen,
Want aast aarde op mens als sluwe rover
En laat wereld geen vernuft van zich over,
Toch blijft u erfgoed zijner wentelingen.
Recente reacties