Resultaten voor het trefwoord ongelukkig

cirkelkinderen en kringkrengen – delphine lecompte

De kinderen zitten in een kring
Ze zijn ontelbaar
Want je begint bij een jongen met een rode kraag
Maar je vindt hem nooit terug
Hij heeft zijn kleren misschien gescheurd
Of zijn ze gewoon van kleur verschoten?

Je telt opnieuw
Begin nu maar bij het meisje met de hazenlip
Maar je wil haar niet terugvinden
Misschien heb je de verminking gehallucineerd?
Of anders hebben de andere kinderen de zwakkeling geëxecuteerd
Dat kan ook, alles kan in deze cirkel.

Kind 1 wordt imker, kind 2 ongelukkig
Kind 3 wordt visser, kind 4 verzamelaar van vingerhoeden
Kind 5 zal zijn ouders vermoorden met voorbedachten rade
Eerst zijn moeder met een camouflageplant
Veel later zijn vader met zijn moeders tuinschaar.

Kind 6 wordt grafoloog, kind 7 geniaal
Kind 8 morgen dood, kind 9 valselijk beschuldigd
Van 33 paardendiefstallen en vandalisme in een kerk
Kind 10 probeert straks een Mongoolse stam wijs te maken
Dat hij sjamaan is, de echte tovenaar is ziedend
En maakt hem onomkeerbaar potdoof.

Kind 11 zal zijn vrouw bedriegen met een dermatoloog
Kind 12 wordt taxidermist ondanks de bezwaren
Van zijn bipolaire schoenmaker en diens teckel
Kind 13 zal glas blazen, kind 14 hoog van de toren
Kind 15 zal zich specialiseren in de vervalsing
Van amfibische amuletten en krokodillenbroches.

Kind 16 zal verdrinken vóór hij ‘BOEI’ kan spellen
Kind 17 zal wanneer hij 50 wordt wensen
Dat hij een viriele sterrenkundige was
Kind 18 zal 2 miljoen winnen
Met een vraag over Neptunus
En kind 19 stikt hier en nu in een bij.

i’m sorry hero – calvin smith

Een autoflits kraakte achter mij maar
mijn beste vriend sprong er liefde voor
heel zijn leven in een rolstoel
slikte hij alleen en ongelukkig door
mij verdwenen zijn vrienden en dromen
kon ik nog wel al was ik het vergeten

De pauze brak met drie schoten aan
twee in de lucht en één onder zijn kin
had hij genoeg, waardeloze contacten maar
niets kon ik terug draaien
mijn benen in een koude storm
spijt het me al was ik mijn hero vergeten

een mooie dag – rino feys

ik moest denken aan de dag
toen we een klapband hadden op de snelweg
(het was voor beiden onze eerste lekke band)

het verkeer vloog ons voorbij en de wind
rukte aan ons haar en we waren de wanhoop nabij
toen we het reservewiel ontdekten

met hernieuwde moed vertrokken we
waarna we hopeloos verdwaalden

(we bevonden ons nog in een tijd waar
iedereen dacht dat Orwell’s
1984 science fiction was)

het werd de ergste ruzie tot dan toe

niet die lekke band of dat verdwalen
maar dat we daarna zwegen
een paar uur lang
diep ongelukkig werd ik daarvan

daar moest ik nu aan denken,
aan die dag

dat was een mooie dag

suppletie – efce

In de verte zie je een werkboot die blubber verzamelt – en onder hoge druk in een roestig maar nog solide ogend buizenwerk perst. Suppletie. Het zal dáár wel een rotlawaai zijn, maar hier aan wal geeft het juist een geruststellend, bijna liefelijk geluid. Zachtschurend schieten tonnen zand langs je heen, naar een bestemming buiten je blikveld. Zo nu en dan wordt de monotonie onderbroken. Al van verre hoor je dat er iets komt. Iets dat holderdebolder meegevoerd wordt met de stroom. Een steen, denk je. Of een groot, ongelukkig schaaldier. Of die mobiele telefoon of die sleutelbos. Je bent hier al zoveel verloren. Je tante Leun, bijvoorbeeld, die iets verderop is uitgestrooid. Niet ondenkbaar dat ze nu wordt opgepompt, langs komt suizen en strand wordt. En weer wegspoelt. En weer strand wordt. En zo verder.