Resultaten voor het trefwoord maneschijn

waar sterrenstelsels wolken – c.p. vincentius

In de keuze tussen dienstlift en brandtrap treden
of na het dichtslaan van een vierde portier;
zo verzamelen mannen jassen in de regen.

De auto mikt op het midden van de steeg
en zwenkt stoep op, wiebelt stoep af richting
blinde muur en personeelsingang van de fabriek.

Die wereld was toen zo oud, als ik nu jong ben.

Zonlicht of maneschijn, bij regen of sneeuw;
de aarde wentelt bijna gelijk aan gisteren

en verwacht dat wij, bij toenemende snelheid
ons staande houden, terwijl de sterren trillen
en koortszweet het onderlaken doorweekt.

Zodra een stuk uit de maan op plaveisel stuitert,
en wanneer wind van west naar oost keert,
duizelt het en kotsen zwervers in portieken.

Hebzucht houdt in grijstinten de natuurlijke glans
van illegaal, legt na inval van de duisternis
alom het noodzakelijke roet in neerslag.

beurtzang – jan holtman

naar Dr. J.P. Heije & Fr. Coenen

I

In het groene lover zit een vogelijn;
Onder ’t groen lover zit een maagdelijn;
’t vogeltje zingt boven, ’t meisje in de maneschijn,
Wel gevreeen! En hun zoete stemmen smelten zacht ineen.

   
II

In de kruidjes al het wollig vee.
In de blaadjes fluistert de boer al mee;
’t vogeltje zingt boven, ’t meisje in de maneschijn,
Wel gevreeen! En hun stemmen smelten zacht ineen.

   
III

’t Vogelkeeltje ontglippen lied’ren God ter eer,
En de maagdenlippen danken God den Heer:
’t vogeltje is gevlogen, ’t meisje weer bedrogen,
Wel gevreeen: het meisje, de boer, de Heer.