uitzicht – jan holtman
hoe zou het zijn om een kinderkeeltje door te snijden
in naam van de liefde of een kussen op een mondje
te drukken en na wat epileptische bewegingen van de
voetjes het raam open te zetten voor het uitzicht
hoe zou het zijn om een kinderkeeltje door te snijden
in naam van de liefde of een kussen op een mondje
te drukken en na wat epileptische bewegingen van de
voetjes het raam open te zetten voor het uitzicht
in het belang van de meisjes
was ik al vroeg voor de Indianen
omdat meester Bos links was
en tegen geweld en Margriet
net als ik een mooie naam
voor een meisje vond
van Ry Cooder en Jesse James
had meester Bos nooit gehoord
wat valt er
op nee na
nog te zeggen
regen
tranen
tuiten
dat gras, dat
eeuwige gras
dat
het huis, de
tuin, de appel-
boom
dat gras
het begon allemaal onschuldig
met paardrijden, ik hield van de geur
de pijn, haar vet geworden haar
toen wilde ze meer
yoga en haptonomie
de klankschalen vielen stuk
en niet alleen dat
hier draait nog verlicht
in een vitrinekast
appelgebak
draagt de kelner
nog een schort
speelt de pianist
geen spel, is het
tafeltje van Poesjkin
gereserveerd
je zou de kerkklok niet meer horen
en niet meer weten wie er dood is
lang leve de unie van Utrecht
en dood aan Noord-Korea
wanneer gaat de klok vooruit?
elke dag mevrouw
een mooie dag, schreef ze
toen haar vader
schaatsen kocht
en geen ruzie maakte
ze bracht menig dichter
buiten en tot zinnen
haar uitgesneden decolleté
werkte zeer poëtisch mee
De beste poëzie is volgens mij niet elitair of academisch. We moeten af van het idee dat dichters voor dichters schrijven. Onconventionele poëzie is slechte poëzie, want ook vrijheid luistert nauw naar de wetten. Het is schier onmogelijk om die wetten te beschrijven, want ze zijn er niet.
We kunnen na een studie theologie of letterkunde symboliek gaan duiden in een historisch perspectief en daarmee het gedicht proberen te verklaren. De schoonheid van een gedicht ligt echter niet verscholen in de verklaring, maar in de tekst zelf.
Wanneer een gedicht de schijn wekt dat het uit verveling is geschreven, kan het niets zijn. Een dichter die zich verveelt is niet aan het schrijven.
Een belangrijke voorwaarde voor poëzie lijkt mij dat het naast verwondering ook onbehagen moet scheppen. We willen niet in slaap gewiegd worden met antwoorden of verklaringen, noch deelgenoot gemaakt worden van het gevoel van de dichter. De tekst die iets anders is dan het gevoel van de dichter , moet ons raken. Een goed gedicht schept echter ook zo veel onbehagen, dat we als lezer blij zijn de dichter niet te zijn. Het gedicht jonge sla van Rutger Kopland heeft ons geraakt. Maar wie de documentaire gezien heeft, waarin de dichter in een tot schrijfhok omgebouwd kippenhok zit te mijmeren en te werken, kan toch niet anders dan concluderen dat er nauwelijks sprake is van identificatie met de dichter?
Een bevriende dichter verwoordde het zo: “Met het schrijven van poëzie benadruk je de beperktheid van taal, die bij goede poëzie althans, ruimte creëert voor beleving bij de lezer.” Ik deel die mening niet!, maar kan haar niet meer om uitleg vragen. Zetten we haar axioma in versvorm dan staat er wat:
met het schrijven van poëzie
wordt de beperktheid van taal
in vorm gebracht
Onopgesmukt! Geen hulpmiddelen! Geen geschreeuw! De taal, hoe beperkt dan ook, doet zijn werk! De bron van alle poëzie is lijden of verlangen. Is dat niet zo dan is er geen sprake van poëzie!
met het het schrijven van poëzie
wordt de beperktheid van taal
in vorm gebracht!
voor je het weet
ben je een aardappel
per 100 gram onbereid
35kj/84kCal, 19 gram
koolhydraten, 2 gram
eiwit, 2 gram vet
en word je koel en
donker bewaard
geen haas of ree verscheen
aan mijn alziend oog
wind is meer dan
verplaatsing van lucht
een hand
die werd gemist
(met dank aan en voor S.)
Hubert Klaver wordt de nieuwe minister-president en tuinverlichting verboden. Gehandicapten gaan de straat weer uit en Palestijnen krijgen meer spreekrecht dan Joden. De homoparade wordt afgeschaft en de wandel en handel der Chinezen in kaart gebracht. Er komt een minister van orde en veiligheid. Personeelsfeestjes worden verboden. Vleesoor amputatie verplicht, doch gratis. Er komt een baby- en peuterverbod voor openbare gelegenheden, alsmede een winkelverbod voor incontinente bejaarden. Rond campings komt een hoog afsluitbaar hek en alle haptonomen worden het land uitgezet. Bij ongeregeldheden worden tanks ingezet. Er komt een rijverbod voor invalidenauto’s tussen 12.00 tot 10.00 uur en alle fonteinen worden uit vijvers verwijderd. De dierenambulance wordt afgeschaft…
Maar dat niet alleen! Alle alternatieve geneeswijzen worden verboden alsmede straatreclame en samenscholing in de bredere zin des woord. Kunst ontstaan uit verveling of vrijdenkerij verdwijnt, maar oude beroepen herrijzen in het straatbeeld: De SRV-man komt terug! Het ontslagrecht voor rouw- en cliniclowns wordt met spoed versoepeld. De Drionpil komt in het ziekenfonds. Ter vervanging van de mobiele telefonie krijgt de stadsomroeper weer recht van spreken. Windmolens worden vervangen door kerncentrales en er zal nog maar één tv zender zijn! Bladblazers en zuigers worden met uitzondering voor gemeentepersoneel verboden. Letsel veroorzaakt door sport wordt niet meer vergoed. Op straffe van kielhalen zal het therapeutisch zwemmen met dolfijnen verboden worden. Nudisme eveneens. Een beoordelingscommissie zal de voortplanting gaan beoordelen. Er zal nog maar één open podium zijn: Het schavot op het marktplein!
als twee vrouwen zich
op dezelfde dag afvragen
of ik nog leef
en een parkeerprobleem
oplossen dan moet ik toch
van enige betekenis zijn
RECENSIE /. Windjammer
1)
Wie geeft er nu een boek, c.q. poëziebundel, de titel Windjammer? Dat is toch niet commercieel verantwoord? Noch aantrekkelijk. Laat staan uitdagend. Gemiste kans…
Op de achterflap van het door uitgeverij Het Drentse Boek uitgegeven boekje staat:
…
De titel Windjammer is ontleend aan het gelijknamige gedicht, waarin meteen de kern van de bundel wordt blootgelegd: achter verraderlijk eenvoudige bewoordingen en beelden schuilt de weemoed, de walging en de hartstocht van de dichter.
op een klein zeilbootje lichtblauw
geverfd zag ik windjammer staan
afgemeerd aan een steiger
en keurig afgedekt
…
Naar weemoed, walging en hartstocht ben ik nooit opzoek. Het zijn voor mij geen aantrekkelijke zaken. Hartstocht is een ander woord voor aanstelleritis. Toch?
Omdat ik toch graag wil weten waarom ‘Windjammer’ wel een, voor mij, goede titel is, ben ik het woord windjammer maar eens gaan googlen. – Natuurlijk weet ik dat de windjammer een zeilboot is… -
a) Met de term windjammer worden uitsluitend koopvaardijschepen aangeduid, de grotere zeilschepen, die eind negentiende en begin twintigste eeuw werden gebruikt.
b) De term windjammer zou een verwijzing kunnen zijn naar het typische geluid dat ontstaat, wanneer sterke wind door een tuigage van staaldraad waait.
c) Windjammer of eigenlijk Jammer werd ook wel gebruikt als scheldwoord voor een slecht onderhouden schip.
d) Een ander verwijst naar de Engelse term ‘to jam the wind’ voor het beter benutten van de wind door verbeterde zeilvoering.
e) Windjammer is een Engels scheldwoord voor een homoseksuele man.
In eerste instantie dacht ik, toen ik het gedicht ‘Windjammer’ las, met de kennis van de betekenissen ‘koopvaardijschip, groot zeilschip’ en ‘slecht onderhouden schip’: “grappig gedicht. Schitterend.” Maar nu ik me realiseer dat het dus ook kan duiden op ‘to jam the wind’ verliest het gedicht duidelijk kracht. De dichter zat er naast… Maar het leuke is dat de titel van de bundel extra wind mee krijgt. En het idee dat de naamgever van het schip misschien een fanatieke zeiler is…
Een geheel ander, nieuw, geluid klinkt er niet uit de bundel van Jan Holtman. Er worden technieken gebruikt, die reeds bekend zijn. Er worden geen onbekende en vreemde gevoelens opgeroepen. Ook kijkt men met de bundel niet naar voren, de toekomst in. Grote inzichten, diepe verontrustende voorspellingen, rare bezweringen… Ik zie ze niet. We kunnen niet alles krijgen?
Verwijzingen naar homoseksualiteit en andere aanverwante zaken ben ik in de bundel niet tegen gekomen.
2)
Waarom zou een leraar Nederlands zijn poëziedebuut laten uitgeven door een uitgeverij als Het Drentse Boek? Een vraag die me bezighoudt. Ik bezoek de website http://www.hetdrentseboek.nl/ en kom tot de conclusie…
Ik weet niet waar ik zoeken moet.
De schrijver Jan Holtman komt op Internet altijd zo zelfverzekerd over. Grote mond…
Zou hij dan geen ballen hebben?
Met z’n vieren gebundeld in een bundel, en dan ook nog onlosmakelijk verbonden
aan Drenthe…
Het is jammer dat Jan Holtman niet bij een meer landelijke nationaal georiënteerde uitgeverij terecht is gekomen. Zijn debuut bewijst dat hij een goed schrijver is. Windjammer is een neo-romantische bundel, passend bij ‘de Rotterdamse school’. Misschien minder hard dan bij echte Rotterdammers, maar zeker met een zelfde onderkoelde humor. (Over onderkoelde humor gesproken. Bernlef is dood.)*
Mocht Jan Holtman voor het grote schrijverschap kiezen, weg met de hobby!, en hij durft grote stappen te gaan maken, gedachtesprongen en associaties die niet voor de hand liggen, los durft te komen van wat reeds gedaan en al gebeurt is, dan kan hij een hele grote gaan worden.
…Wellicht moeten de leraar en de neoromanticus in Holtman sterven…
3)
Windjammer kost los maar € 7,50. Dat is in vergelijking met veel poëziebundels niet veel geld. De bundel is een onderdeel van de bundeling Fier. Deze bundeling bevat 4 poëziebundels en kost € 25,-. Dat is best veel geld. Op de website van Het Drentse Boek is niet direct zichtbaar dat de bundel Windjammer ook los te verkrijgen is.
De bundel van Holtman had van mij best iets duurder gekund. Hij is het zeker waard. De basiskwaliteit is hoog. De gedichten kunnen goed als voorbeeld dienen, voor hoe je poëzie zou kunnen schrijven.
Persoonlijk heb ik de neoromantiek wel gezien. Maar ja, het verleden ligt dan ook reeds achter mij.
Ik heb Windjammer met plezier gelezen, maar of ik er ooit aan terug zal denken… Waarschijnlijk niet.
Om tot slot de leraar aan te spreken: Windjammer krijgt een ruim voldoende.
Peter de Groot
*Het motto van Windjammer komt van Bernlef: Wie schrijft blijft niet, maar onderbreekt zijn leven
ze houdt niet meer van mij
na twee dagen facebook
wat ben je aan het doen
vroeg ik nog, maar te laat
overal is het gezellig
behalve bij jou en mij
er zijn geen nieuwe berichten
geen virus gevonden in dit bericht
zoveel wit kan het
papier niet aan
laat staan
de nacht
mijn muze huilt de maan
in de nacht, lacht regen
uit wolken en wil dan
wandelen op rubber laarzen
ik kan ook naar Veendam komen
dan pleeg ik nog 1 keer zelfmoord
we hebben het allemaal wel eens gedaan
maar bij de weemoed zelden stilgestaan
XXI
mensen moeten hun kop houden
en minder praten
en minder schrijven
uit verveling
(tuinfeest Deventer 2002)
jij, in engelachtige verschijning voor de dichter des vaderlands
met in je sproetige meisjeshanden twee glazen bier
één voor jou en het andere voor mij, terwijl hij je opnam
en ik hem, zag z’n duimen draaien, twee handen op de rug
en dan Jean Pierre met z’n Indische kookvriendin, de wijn
of erger, z’n mobiele telefoon en de sms berichten die hij mij
liet lezen, geheime vriendinnetjes in de stad, ik herkende dat
maar voelde mijn dichtersziel ver verheven boven de zijne
‘Trek je d’r maar niets van aan’, schreef hij in Onmogelijk Geluk
jij, de dood nog in gedachten, uitlopers van tranen op je wang
kuste mij en ik dacht: ‘Dit is geluk Jean Pierre en de nacht
zal jouw ogen eerder sluiten dan de mijne.’
XIV
al mijn vrienden hebben nu
een leesbril en beminnen
vrouwen in de overgang
van ondergang geen weet