wanneer word je opnieuw kwetsbaar? – delphine lecompte

wanneer word je opnieuw kwetsbaar? - delphine lecompte

wanneer word je opnieuw kwetsbaar? - delphine lecompte

mijn ontreddering is banaal – delphine lecompte

mijn ontreddering is banaal - delphine lecompte

mijn ontreddering is banaal - delphine lecompte

nachtzicht – anouk smies

Mijn frons achteloos gevaar
Rood de wangen van het wajang meisje
dat sluimert in mij

De nacht draagt een sleehak
glijdt nabij

Een vraag brandt op lippen
van de maagd die ik was

Verleden om op te kluiven

De zon heeft de maan
om een komma gevraagd

Het luik vannacht
niet te gretig dicht te schuiven

zestienjarig bloed – anouk smies

Ik zag je direct
Je biogenetisch lijf
pulserend
bij het electriciteitshuisje

Een huid van gedichten
en maar lullen
over zingevingsproblematiek

van je lippen
Ik wou aan ze nippen als Turkse thee
de exotische print
op het roestvrijstalen opbergblik

Geen kik gaf je trots
Zacht als stukgelopen schoenen
mocht ik ezelsoren
in je mondhoek vouwen

Het kwam niet van zoenen

starenderwijs – anouk smies

Vooropgesteld
dat missen kunst is

Het figuurzagen van dageraden
tamponeren van een vraag
op mijn tong

Obese vogel plus tak
en ik brak
nog voor je je uit mijn leven wrong

Restanten:
theekop bewaart gezicht

en in een vreemde taal
lacht
je handschrift me uit

op het plafond

barfly – benne van der velde

barfly - benne van der velde

barfly - benne van der velde

the thing – stefan van hoek

Stoïcijns in de rij blijven staan als er een extra kassa opent, is zeg maar helemaal
mijn ding.

Oliemaatschappijen benaderen om ze aan te bieden tegen een marktconforme prijs oplaadpunten voor elektrische auto’s te saboteren, is ook best wel helemaal mijn ding.

Een dag op een metrostation verblijven en telkens als er een metro arriveert mij per roltrap naar beneden laten transporteren, is gewoon een guitig ding.

‘s Ochtends een Brabantse streekbus binnenstappen, salueren, ‘jij zult je principes nooit verloochenen’ tegen de chauffeur gillen en doodgemoedereerd zo ver mogelijk achterin gaan zitten, is een keileuk ding.

Dagelijks 12 maal dierenleedlijn 144 (een gros) bellen als ik aan mijn dozijn oesters bezig ben, is zeg maar voor alles een culinair ding.

Resterende teentjes knoflook omdat een recept gebruik van één half teentje knoflook vermeldde aanbieden op www.marktplaatsvanhalveteentjesvoorburgeroorlog
slachtofferkindjesdietoevallignogeenhalveteenkunnengebruiken.com
is zeg maar een digitaal in plaats van analoog ding.

Mensen charmant uitmaken voor ‘stuk uitgekotst halal vlees van Turks varken’ zonder dat op het Nederlands Koningshuis te betrekken, is gezien de samenstelling van voornoemd koningshuis zeg maar ook wel een beetje een Argentijns ding.

Tournedos Rossini met truffels en een fles Domaine de la Janasse – Châteauneuf-du-Pape – Chaupin uit 2007 bestellen bij de shoarmazaak om de hoek en onverrichter zake keihard lachend huiswaarts keren, is zeg maar meer een Nederlands dan een Turks ding.

Mijn shariarecht misbruiken door met een levend biggetje aan de lijn islamitische slagerijen binnen te gaan en te zeggen dat ik de Arabische lente kom vieren, vormt een waar spektakel, maar is uit diervriendelijke motieven slechts voor de helft mijn ding.

Pogen met biljarten one hundred and eighty te stoten is vanwege mijn in de weg hangende bierpens zeg maar bepaald niet mijn ding.

“Regelmatig plotseling ‘Rita Corita’ typen tijdens vergaderingsnotulen is een uiterst aparte, zelfs prijswinnende variant van het syndroom van Gilles de la Tourette”, fluisteren in het oor van meisjes met wie ik in de bioscoop vertoef, is zeg maar enigszins mijn ding.

“Wat een fantastische poëzie. En hoe is het verder met je dyslexie?” mededelen aan Dichters des Vaderlands is zeg maar voor 99 procent mijn ding.

Als recensent humoristen die op de lach mikken compleet afserveren, is zeg maar voor 100 procent mijn ding. (Er staat toch compleet?)
 
 
Van die dingen, van die dingen.

impressie van een rijke jeugd – jan holtman

ik lurk aan de fles omdat mijn moeder
geen borstvoeding gaf , allergisch
voor dat bruin omrande roze, en de
schijn van een gelukkig huwelijk:

een Mercedes van de zaak, een vader
die graag rondjes door het dorp reed

bos – b. vogels

klankjes rollen
van een tak
bellen bengelen
aan twijgen

in het dak
zitten gaten
waarlangs regen
bogen sijpelt

elfen spijbelen
op bankjes
zwammen inspecteren
schors
varens morsen
met de sporen

ik geloof mijn oren
er groeit poëzie
onder het mos

bevroren – b. vogels

het water heeft me niet geraakt

de duik werd rimpelloos bevroren
bevangen door spartelende ogen
een kluwen van luidruchtig bloot
golvend in een overvolle kom

ergens
tussen maagdelijke heuvels
wacht een stille waterplas

kinderzeer – hanny van alphen

het kind kijkt beteuterd
naar zijn wapperende handjes

zwaaien, had oma gezegd
pappa en mamma
verdienen een vakantie

nachtcafé – hanny van alphen

melkwitte schuimvlokken
drijven uit elkaar

een dronken man
legt zijn hoofd ertussen

steun zoekend aan de bar

zijn magere vrouw
met zware weduwekuch
slaat achterover

achteloos wordt ze opgedweild

ik wankel naar buiten
en weer
ligt de nacht op z’n rug

stem – berrie vugts

Ik wil je stem horen
Niet wat je me zegt

Ik wil je stem horen
Uit je tong en lippen

Uit steen opgestaan
Wil ik je stem horen

Ik wil je stem horen
Hoe ze zich uittrekt

Hoe hard gesmeed
steen zich uitdrukt

genealogie – peter wullen

“for my dear son sean lost
somewhere in the foggy dew
between county donegal
and west flanders”

de mythe wil

dat de keltische vorst milesius
in 45 voor christus vanuit spanje
het bevel gaf tot invasie van ierland
en er de oorsponkelijke inwoners
de fomoren verjoeg

in de eerste eeuw
van onze jaartelling voltooide
conn of the 100 battles zijn werk
en onderwierp het zootje ongeregeld
dat het smaragden eiland toen bewoonde

daar begon je naam
en nu lig ik in bed
met een koningskind

dochter van de goedmoedige cannanán
van tír áeda in mag seired
die de dichter flann mac lonáin
uit munster aan zijn hof ontving
en vijfde was in afstamming
van de mythische flaitbertach
koning van tara

ruairdí ua cannanáin heerste over cenél conaill in 937
in die hoedanigheid versloeg hij máel ruanaid mac flainn
in de slag van tracht muga
hij vestigde zijn heerschappij in het noorden
en versloeg in 945 congolach en zijn vikingtrawanten
in het westelijk gelegen meath

in 948 uitgeroepen tot koning van ierland
werd hij een half jaar later door de vikings vermoord
in muine brocáin in meath
een andere ruaidrí werd in 1188
op de brug van sligo verslagen door zijn aartsrivaal
flaithbertach ó mail doraid

volgens de heroïsche overlevering was het deze ruardí
die zich hevig verzette tegen de overdracht
van zijn machtige lordship aan de engelse bezetter henry II
pas 5 eeuwen later werd de clann
in ere hersteld door queen elizabeth
maar in 1641 leidde dermot o cannon van de baronie kilmacrenan de rebellie
tegen het despotisme van de engelse kroon

geen drop brits bloed in je aderen dus
maar je huid gewassen en gebleekt
door 1000 jaar zilte regenstormen
in de woeste heuvels van je rebelse koninkrijk

tír conaill

woordbeeld – rinske kegel

woordbeeld - rinske kegel

woordbeeld - rinske kegel

manas – peter wullen

reikend met mijn rechterhand

greep ik de zon
strekkend met mijn linker
stal ik de maan

mijn rechterhand hield de zon vast
mijn linker de maan

ik nam de zon
en zette die op de plek van de maan
ik nam de maan
en zette die op de plaats van de zon

samen met de zon en de maan
vloog ik door de hoge lucht

de weg naar naaman – peter wullen

voor arman

“never say: ‘to naaman don’t go”
(Manas, part II, line 405)
 
 
honderd duizend
krijgers als gras
wuiven wanneer jij
wuift

vragen
wanneer jij vraagt
wat is goed
en wat is euvel

uit welke moeder
kwam ik voort
van welke vader
werd ik geboren

neem het platgereden
pad naar naaman
plant hier je karmijnen vlag

mama, ik verveel mij – delphine lecompte

mama, ik verveel mij - delphine lecompte

mama, ik verveel mij - delphine lecompte

de brutale pimpelmees en de zee in het frans – delphine lecompte

de brutale pimpelmees en de zee in het frans - delphine lecompte

de brutale pimpelmees en de zee in het frans - delphine lecompte

the end – elize augustinus

Het is de sfeer
Je hebt het gevoel
Alsof je er deel aan hebt tot

The End.

Je drukt zacht op
De knop van illusie
Dooft kaarsen

Hij ligt naast
Je in het donker
Slaat een arm om je heen

Terwijl hij
Droomt
Haar naam mompelt
Voel je

Het is de sfeer
Je hebt het gevoel
Alsof je er deel aan hebt.

vooruit met de geit. – martin m aart de jong

We moesten maar eens zwijgen dat
teveel van jou verdelen onder
zwijnen. Ik hou zoveel van
dieren dat ik toch, nee toch
maar niet. Je hebt als kind
vast wel gespeeld met ego.

Je bouwt zoiets toch op. Nu
is het tijd voor renovatie
of voor hergebruik. Is er
een bouwbesluit, een sloop-
vergunning? Kan er iemand
iets doen aan die woorden
er toch niet een verbod,
een therapie, of op zijn minst
een heel groot bord voor dat
andere voor jouw kop? Je bent
zo vast gebonden als een geit.
Je staat voor paal en wacht
het feest af. Maar wie wil
jou als offer?

moeder – b. vogels

ze doet niet meer mee
bekijkt het spel vanop afstand

toen had ze nog kinderen om handen
om te zoeken in alle hoekjes
en al wie niet weg was
was gezien

nu horen we haar voorbijgaan
zonder af te tellen

en haar ogen vertellen
ik kom

veldboeket – ellen vedder

Ik neem die gele bloem en zo’n bol
vol pluizen, voorzichtig plukken, ojee

toch weer een steeltje met kale kop
het is net ‘t geheime heertje, paars
bloempje erbij en drie kleine witte

ma de liefsten heten ze, nog wat
van die plofdrollen op lange stengels
en ook dat dode boompje daar, als laatst

schep ik moedereend en haar donsjes
uit de vijver, ik prik ze op de takken

voor in haar allermooiste vaas

moeders – ellen vedder

Krullende lippen, glimlachen, grijnzen
gestifte monden, kraakhelder gebit
bloot tandvlees, gewoon al ’s ochtends
gorgelende kersenmondjes, zachtaardig
geslobber uit vlezige lippen compleet
met een vleug zelfgebakken brood

Verbeugelde tanden blikkeren licht
door alles heen, ik denk: hyenageschater
zij vullen de gangen
happen de luchtstroom aan flarden
een ijle tunnel door de drukke gang
troep lachende monden, meedoen

Niet buitengesloten, erbij horen
de spieren boven mijn mondhoeken
verstijven – negeren – kirren
en koeren moet ik, mijn tanden tonen
ten allen tijde lief van me af bijten
Zie mijn kinderen of ik verscheur je

bloem – ellen vedder

bloempje meisje vrouw, roze tutu
vervangen door nagellak en All Stars
Een knuffelbuikje van witte chocola

eten, iedere dag prikt vinger in de keel
Schoon is haar facebookfoto, onschuld
weg geknipperd met die filmsterogen

Eén hand is een vuist, de andere verft
trefzeker een laag glossy verlangen
op haar bloemblaadjesmond

vintage – stefan van hoek

Studentenhuisachtige pan aangetroffen.
Etensresten er kwalijker aan toe dan vermoed.
Dunne, witachtige schimmels als laaghangende bewolking boven zweem van mix voor spaghetti bolognese.
Hier en daar het zwerk al zwanger van richting groene schimmel geëvolueerde materie.
Alles geurloos.
Slechts één maal ten prooi aan niet te pareren oprisping half verteerde Whopper.
Nu ook resten ijsbergsla aan het zwerk.
Afwassen fluitje van cent, want derrie nergens vastgekoekt.
Integendeel: genadig vochtig.

Een man kan best een paar dagen uit logeren gaan. Maar afwassen gaat vóór afreizen, zo luidt hier zowel de algebraïsche als meteorologische regel.

beter zo – bob elias

in de nacht
breekt het kind
het verlaat de kamer
steeds dieper
de donkere gang in
de wegtrekkende schaduw
van het bekende
achterna

warmte – jan holtman

daar is warmte
maar warmte is

ook al iets dat
het druk heeft

en vluchtig is
als gas

verfgedicht 17/01/2012 acg vianen

verfgedicht 17/01/2012 acg vianen

verfgedicht 17/01/2012 acg vianen

stille vriend – debby visser-neale

Ik jaag de vogels weg die jouw graf bevuilen
jouw naam staat er geschreven, mijn ogen neer
geslagen, met gevouwen handen blijf ik staan.

Jouw steen van blauw graniet doet me huilen
ik buk om dichterbij te komen
en zie hoe
vies, de vogel poep op alle zuilen,
zich ingevreten heeft.

Achter jouw steen een omgekeerde emmer, een
harkje en borstel voor de schoonmaak, een
gieter voor de bloemen, er zit modder op mijn
schoenen.
Ik ga wat water halen uit de kraan verderop
en geef jouw bloemen leven.
Jij was mijn geluk.