Latest posts.

op een rots – peter van galen

ik bak mijn brood met groot geduld
wachtend op een wonder

worstel met een tros ballonnen
zakken met mijn lucht gevuld
overal een soort van woord

& verder niets

het is geweldig, leven op de rots

& sluipend tussen zonnestralen
ben ik de grote ademhaler

op een dag – peter van galen

ik zat voor een tv met vlammen

dacht wat duurt het leven lang

toen plotseling de wekker ging

& een duif met zeven koppen
scharrelde bij picknicktafel

stap na stap naar buiten, ik

maar was er niet, het was er niet

aan de eendjes – eelke van es

Stap voor stap lopen de eendjes
het water in. Toe maar jongens,
elke rat hier in de buurt sla ik weg.
Ik ben niet sterk maar ik kan heel
boos worden, vergif valt altijd wel
aan te schaffen, toe maar jongens.
Het water is hier niet diep.
Weten jullie veel, weet ik
veel, laat me dit zeggen:
ik bescherm jullie wel.
Mijn tenen mogen ze hebben.
Mijn vingers mogen ze afkluiven.
Mijn horloge mogen ze verknoeien.
Maar met hun gore tengels
blijven ze bij het riet vandaan.
Kleine eendjes, vertrouw niet
op je moeder. Ze snatert lief,
ze let meer op broodjes dan
op haar kroost. Kijk maar naar mij,
blijf uit de buurt van de open lucht.
Soms laat een reiger zich als een
laken zwaar over het water vallen.
Duik desnoods onder als de avond komt.

creatie – eelke van es

Heil! Heil!
Schreeuwden wij allen
tot de wonderlijke architect
 
die ons in allerijl
en in gulheid vervallen
uit het dodendom had opgewekt.
 
Hij was een man bovendien,
dat kon je wel zien,
zijn broek stond op half 7.
 
Hij liet de dromen lopen,
loosde een lummelend verweven
melodietje en is weer weggeslopen.

zo kan het ook – eelke van es

Wij zijn de vogelkijkers
die liever thuis blijven.
We tellen de bromvliegen in het raam.
 
We wonen in een straat van naam,
onze werksters zijn lekkere wijven,
op een tijgervel spelen zachte strijkers.
 
Voor ons is dit een fijne vlucht,
gewoontegetrouw de benen strekken
terwijl de avonden vertrekken
uit een noodgeboren klucht.

vorm über alles – gronama

ik heb veel uit dit
gedicht geschrapt zodat het
in een haiku past

een spel van vlees en bloed – gronama

Twintig peperdure mannen
draven toerloos heen en weer
en tot groot vermaak van velen
suist er soms één als speer.

Twee staan blaffend tussen palen
aan beider einden van het veld
woest hun netje te bewaken
als die leeg blijft blijkt men held.

Bloedend trappen zij elkander
ziekenhuizen in en uit
dwars door elke tegenstander
lonkt de felbegeerde buit.

Oh’s en ah’s en harde kreten
heel het stadion ruikt vlees
snuift tot eindfluit is geweest
helft vloekt luid en helft viert feest.

bezoek – richard kamsteeg

(voor Linda Knopper)

Meestal als ik even langskom
sta jij op punt van weggaan.
Je gooit wat spullen van een stoel
en zet toch maar even koffie.
Wat we zeggen zegt niet veel,
bepaalt nog slechts de grenzen
van wat onuitgesproken blijft.
Tot de koffie op is en
de laatste spullen die je kwijt moet
in de stoel ploffen
waar ik zojuist nog zat.

bezijden het gelijk – richard kamsteeg

Het lichaam ligt met vol gewicht
en geeft de geest
de ruimte:
ik bouwde je er op uit momenten,
aaneengesloten en vertekend
door het waas van te dichtbij,
denkend dat afstand niet bestaat,
dus nul is en samen één.
Maar vol gewicht werd lichter,
de geest bezwaard:
liefde werd een asymptoot
en gelijk onzijdig.

tempel – harry van de vijfeijke

Hij weert in de zachte tropenzon
nog altijd zijn verleden
-deed hetzelfde met de
toekomst waar hij kon-
maar nu gaat hij per slot het
waarlijk heilige betreden.

Hij staat stil, zonder oh’s en ah’s
bij de stolling van te veel eeuwen tijd.
Ziet bomen dwars door
tabernakels razen.
Hij tuurt naar de bas-reliefs
van olifantenpoten, vrouwen-
borsten, hardlemen vruchtbaarheid.

Hij snuift in de stille uren
eucalyptusgeur, de wierook
kringelt alom door de tempel-
kieren. Hij voelt adem in schreeuwen
overgaan om de eeuwigheid,
de dag, de nacht bevreesd te vieren.

Zijn God, in kathedralen groot-
gebracht en kleingemaakt, fluistert
hem toe in het uit-
heemse oord op pelgrimsschreden
terug te keren.

dag van een toerist – harry van de vijfeijke

De 1-dollar-fiets tuukt mij
langs kampongs, stuurt mij de
dessa’s in. Ik betrap mij al gauw
op zwaaigebaren.

Ik zie alom het scharrelen en
zie dat de kippen het nog
altijd anders doen dan
de kleine boeren, handelaren.

De kinderen zijn groot in aantal en
zijn overal, hun haren blauw,
hun tanden wit, waarachter zij
hun arme zalige blij-
moedigheid bewaren.

Daar staat waarachtig dan
mijn vader wijdbeens
in ’t natte akkerland, hij plant
zijn rijst in rijstverband.

De karbouw zoekt trouw
zijn voergerief in het
eeuwige karbouwbesef
dat de planter vroeg of laat
haar weer voorspant in de dag.
Een moeder, ach zij telt
per dag de rijst en per jaar
haar kindertal.

oordeel – ibunda

Ik ben ontsnapt. Als laatste eerbetoon
aan de kierende massa die met
opengegaapte mond de schepping amuseert

er zijn halswenders, dwarsgelegen op
een slakkenspoor, ze kermen van
een verwassen kut en hete thee op de veranda

verdwijnen in wit verrimpelde huidlagen
er wordt geraspt tot aan het bloed

deze zondag spreek ik nog,
van moederkoeken en een ontblote borst
ongeschoren met een vuist in mijn mond

wat rest is vergeeld versleten, mijn oog
ziet slechts de blinde trouw

te koop: t.e.a.b. – ibunda

Eénmaal een, door de wol
gewassen dichtersparade

een set wollen koffers met
afgebladderde olifantenhuid

een handvol roffelroddelaars
seizoensgebonden, extra sterk

en een oude vouw in
handgeschreven bladmuziek

Bij voortijdig sterven gaarne verdelen onder belanghebbenden

kutpoëzie – ibunda

Het is niet dat jij de dagen dooft
de muze in haar laatste belofte voorziet
een roze tepel nieuw leven inblaast

dat je klem tussen alles en Godverlaten
lippen zuigt, je ogen naakt
en waanzinnig blasé

dat ik meer dan alleen maar kut
in poëzie verpak, of Franse chansons
drink uit een oud glas

het is niet wat jij belichaamt
in al je pedante vruchtbaarheid

er is iets van alleenrecht
en een beetje meer

poëzietekening 02/02/2010 acg vianen

poëzietekening 02/02/2010 acg vianen

poëzietekening 02/02/2010 acg vianen

bestaan – peter van galen

bij de boodschappen bijvoorbeeld
bevangt me dat gevoel
van ik ben hier, besta
terwijl ik blikken bonensoep bekijk

een donkerbruin vermoeden
dat iemand bij de servicebalie
achterdochtig naar me blikt
en bovendien

bonensoep gekozen maar je bent
en blijft bestaan

en laat ik Benno uit
dan blijf ik staan
terwijl hij zijn behoefte baart
en besef ik ben bezeten

gevangene van angst

bijvoorbeeld

dat als ik straks begraven ben
ik toch nog blijf bestaan

bint – marco geldermans

ik zie je fietsen zonder handen
blonde haren in de wind
diepe blos op beide wangen

er schuilt gevaar in bleke duinen
met het zingen van de kooi
dat het niet zo is ofzo

denken zoals Brouwers
zou ik werkelijk bestaan
of mijn eigen verzinsel zijn

de harde schijf is aangevreten
wilde paarden tien jaar later
onvoltooid verleden tijd

de echte kredietcrisis – joost van gijzen

Een man die het met elke vrouw wil doen -
Laakbaar en begrijp’lijk: ‘t is een beestje, ‘t is zijn aard
De soort in stand te houden. Vrouwen zoeken naar
Een man die hen beschermen kan, bij wie
Zij zich geborgen voelen – maar heeft de tycoon,
De concurrent met poen het dáárom zo
Makk’lijk? Nee: Dior chapeaux, elk weekend in ‘t châteaux,
Massages, vijf keer in het jaar op ski-
Of zonvakantie – luxe heeft zich tot
Gen ontwikkeld, het zit in het DNA gebrand
Van de moderne vrouw. Hoe ‘t zover kwam? De man
(Religie is een mannenzaak) gaf ons
Zijn god – niet protestant of katholiek, ‘t gebod
Is net als hij kapitalistisch: geld,
Mammon. En in vrouwen, van nature wel gesteld
Op wat bling-bling, muteerde in respons
Die verslingerdheid totdat het eindstation
Bereikt werd: exemplaren voor wie het verlies
Van hun pinpas, niet dat van hun maagdenvlies
‘t Ergste was; principes ingeruild
Voor copieus. De Croesus met de oliebron,
Grond of goud zit best, de rest kan zich geen vrouw
Meer veroorloven: de man wordt casual sex nou
Ook maatschápp’lijk opgelegd – en hij huilt…

en gaandeweg – silvia

en gaandeweg ga je zien
wat duidelijk was van meet af aan
maar dat je niet begrijpen wou
omdat je in sprookjes bleef geloven

en gaandeweg leer je luisteren
naar het stemmetje dat de waarheid spreekt
de leugen, zoveel zoeter toch,
is niet meer door te slikken

want gaandeweg valt het masker
wordt het ware gelaat getoond
tijd om ballast te lossen
en je gaat verder, alleen, vrij

take heed – eelke van es

In een donkere dag
razen we aan op zee,
ik met een zwijgzame baard,
mijn metgezel een glinsterende tong.
 
Bij aankomst eten we een makreel
met een handelaar in oude kranten.
 
De wind huist om het strand,
hondjes spelen in het zand.

taal der dingen – eelke van es

Op het station
bij een automaat
in een lege hal
vloekt een jongeman.
 
Dronken en met regen
overladen gleden zijn vrienden
bij bosjes in het kanaal.

heilige drie-eenheid – eelke van es

ik weet niet hoe laat

ik weet hoe moe

ik ben bij momenten

zwijgend park – gronama

Wolkjes adem rond een man
blijven hangen in de lucht
als een hele diepe zucht
niets dat ze verdrijven kan.

Want de lucht is roerloos, kil
alles staat verstard en doods
niets wat meer bewegen wil
zelfs de kinderen zijn stil.

magritte’s – gronama

Lantaarns gaan al aan
terwijl de dag nog
heel even
tot staan is gebleven.

Huizen met ramen
tonen hun binnen
heel even
hoe mensen daar leven.

Het wezen ontbloot
dubbel belicht voor
heel even
de nacht nog verdreven.

Gordijnen gaan dicht
schimmen bewegen
heel even
werd iets prijsgegeven.

De diepblauwe lucht
verduistert nu snel
heel even
voor pijpen gaan zweven.

vervolmaking – gronama

gebruikt condoom
ligt op het strand
is door de zee
gevuld tot rand

te – janus duprie

wat er ook gebeurt
vandaag vraag ik

waar kan men zich het best
in het oog springend vervelen
laten inspireren

gedichtendag – janus duprie

vandaag ben ik
opzoek naar iets
speciaals getint
met mooie woorden

maar hard zal ie niet worden

no 199 – jan holtman

De muur staat weer stevig
op de fundamenten van
rust, reinheid en regelmaat,
maar ‘t cement laat los en
ooit vergeef je me dat ik
je mateloos lief heb gehad.

afstand – vera de brauwer

het is geen onbevaarbare zee
waar twijfel kolkend dieptewaarts
geen gletsjer glad van onverschilligheid
waar geen mens rechtop kan staan

het is berijdbaar hard beton
waar autobanden pauken slaan
en elke slag betekent:
ik kom dichterbij

druppelsgewijs – vera de brauwer

door de tijd beslagen
krijgen herinneringen een waas
zoals het lang ongebruikte glas
dat achter in de kast staat

weet je nog of je zoet of bitter dronk?
of het tikken van twee glazen klonk?
of daarbij ogen straalden, stemmen streelden?

je slaat breekbare gedachten tegeneen
en wat je toen zo zeker wist
tracht je nu opnieuw te weten

elk heden heb je slechts te leen
over de grens van het moment
ligt het druppelsgewijs vergeten

 
 


Een gezongen versie van het gedicht ‘Druppelsgewijs’ is te vinden op http://veradebrauwer.punt.nl/