Resultaten voor het trefwoord zwom

geroerd – jelou

Ik heb ze dichtgedaan
onze bevruchte ogen

ze liepen vol met water
en de kamer stroomde over

we nestelden de bank
de opgetrokken benen op
het droge

dit is geluk, dacht ik
terwijl de kat voorbij zwom.

* – berrie vugts

Een vis zwom zomaar een blokje om, voelde al
aan zijn water dat het stormde, zwom en zwom.

Hij werd licht zo licht, opgetild licht werd de vis
en zijn kieuwen begonnen te spartelen en al niet

helemaal meer bij zijn volle verstand smakte hij
met zijn volle visgewicht met een rotgang neer

op de kade, waar de meeuwen aanvlogen en de
vis leegpikten, nog levend aan de andere kant.