Resultaten voor het trefwoord zwier

rubens – harry m.p. van de vijfeijke

Ik ontluik bij de zwier en het vlezend plezier,
daar zweven de lijven van Rubens.
Ik, heremiet en verlangend, hang hier.
Kom langzaam los van de grond,
mijn vingers belust op het raken
van mijn lief in haar luik in den hoge
en haar subliem door de meester
geschilderde kont.

In haar drieluik vannacht,
zo had ik extatisch bedacht,
heb ik haar diagonaal
naar haar hemel gebracht.

blubmaatschappij – gronama

In den beginne moesten wij
wennen aan al die lossigheid hier.

Geschubde straten met staarten
en vinnen waarbinnen wij leven.

Huizen staan telkens maar even
want alles raakt steeds aan de zwier.

Ons bankstel golft door de kamers
naast zwemmende kastjes van wier.

Wij mensen en vissen dineren
met deegbol aan haakjes en bier.

gekocht – lisette waterschoot

vandaag ben ik gewikkeld in een genie
Onverstaanbare Redenen heet het
dat is wat ik begrepen heb
de volgende stappen liggen nog verscholen

mijn broednest vormt zich in zijn oog
werpt me daar uiteen tot taal

dat is beminnen zegt hij
ik laat hem dus maar doen
met alle schappen open

het glas valt om
het is vandaag

droog wie ik lees gauw op
zwier hem naar zichzelf

een wereld die nooit verzadigd is
geschapen op een stralende dag
als deze.