Resultaten voor het trefwoord zwart
oculus IV
ja
ook jij
en ik wist het
toen schoof
het oog over mijn pinnakel
naar beneden
de wereld sluitend
plattend
terug naar de tijd
dat mensen ervan af vielen
behalve ik
hoogboven
een stilte
donkerder dan zwart
en de laatste korrel?
zelfs niet die
Ze zei zo zwart als wij hebben geleden
maken jullie het nooit meer goed ik zal
niet zwijgen op 4 mei het zout in alle
wonden. Ik zei maar niets ging vroeg
de kroeg in whiskey drinken en besloot
nooit meer Chinees te eten. Vooral
nummer 44 niet, in ieder geval nooit
meer met knoflook en zwarte bonen.
Ik ben een oceaan,
Die de druppels is
Van vele momenten
Ik ben een oceaan,
Die de zeeën bevat
Van vele tranen
Ik ben een oceaan
Niets liever, dat je zwemt
Als in een onbekend avontuur,
Niets liever, dan een zacht fundament
Waar je op kan rusten in het late uur,
Niets liever dan dat
Maar, op de bodem,
Liever geen
Verdroogde,
Uitgeputte,
Verzonken schat
De nacht slaap niet , de maan nu in
vergeten waan. De glinsterende wezens gevangen
in het zwart. Wie, wat zijn ze en hoe
verslagen en ontvangen in de nocturne
pracht. Een vrouw stapt uit mijn zicht
de synthese van de vlam in.
Ze zwicht taal, woorden de uiting van het groene
tapijt raakt tast haar nu aan. Buiten staat hij dan,
de vrouw ter aarde. De poort tot het bedrog,
de tijdslokkende ondergang van ons voortbestaan
in gesloten. De omhelzing met de aarde gaat
de poëet ook aan. Twee wezens in groen,
als vergeten glinstering in zwart.
Open zijn de ogen ontdaan, de nocturnale
pracht heeft zich nu tot rust laten komen.
Het strand boven is weer aan het stromen.
Lautreamont zou walgen, het zwartgallige is ontdaan.
De lichamen keren zich er toe, zicht in zicht.
Nu is de dichter die zwicht. Duizelig ter
plekke, is het moment tijdig, en snel
vergaan. Alles is niets. Woorden,
symbolen van de uiting van onzekerheid
bedrog is niet meer wat er ter sprake was.
Nu uit tijd gegrepen, de herinnering later, ontgaan.
Een gezamenlijke adem in, een adem uit.
Was het maar zo verlopen, zo gegaan.
Woorden hebben mij verloochent, van mij
en affectie ontdaan. Nog steeds gesloten
in de stoel, de leegte staart nu mij aan.
zwart kleedt mooi af, weet ze
dat haar tieten ondanks zwart
veel te groot zijn, vergeet ze
want er is feest in het dorp
en dan moet alles kunnen
lacht ze om het hardst
aan de bar zit een man die
me bekoort, het is haar man
hij rookt, hij wil naar huis
Ik heb door de benen van de lente gekeken.
Wat laag bij de grond, maar met een prikkelend zicht.
Ik wist niet dat hooiland zo hoog kon zijn,
toen haar tenen mijn nekharen streelden.
Zij heeft zich gespreid,
haar goudgeile halmen gebogen.
In de palm van haar schoot heb ik mijn ogen gesloten.
Hier hoort geen zeis bij, geen zwart gewaad,
maar het gelaat van een geliefde.
Zo zacht moet sterven zijn.
Als een lichtende cirkel,
waarin heengaan speelt met blijven.
1
wit voor ogen
heb ik niet
noch zwart
groen
rood
of oranje
2
kleurenblind
beschouw ik mezelf
in donker
3
doof voor kritiek
dan wel andere onzin
nou vooruit
kan mij het schelen
4
vluchtbrief laat ik
mooi achterwegen
– pleur maar op met je censuur –
5
wie me kent
zou zeggen vast
een grap
van het kaliber
hollywood
6
het gaat om
onderbuikgevoel
owwwwwww je bedoelt;
De
vrolijk ik heb mijzelf uit de stront getrokken kut.
De
altijd in bloei ik heb last van vloed kut.
De
die niet demt nog stilte kent kut.
De
eb is beneden mijn peil kut.
Witte vloed
Roze vloed
Alles gaat nu goed vloed
Ik heb mijzelf bevrijd vloed
Eb vrije wijn vloed
De
ik wil zo graag zwart maar ik draag een bloem in mij
haar kut.
De
ik metsel plavuizen schaaf de kloven vul ze met
insectenspray kut.
De
ow ja ga door maar ik sterf niet kut.
Dan toch
liever
af en toe
een beetje sterven
met wijn en armoe
op een bodem
met vleugels voor later
ik draag zwart
en die bloem zit in mijn donder… kut.
Het was moeilijk om de woorden van liefde
over je lippen te tillen.
Woorden die na het afwegen
ligt bleken te zijn.
Woorden die niet uit te drukken
zijn in geld of macht.
Woorden die mij vertelden
dat de striemen op de ziel zouden wegtrekken.
Woorden die over het denken heen galmden
en bleven zweven.
Toch zijn ze nu vastgekleefd
in het verleden.
Zijn ze in een hart of in een zwart boekje gekerfd?
Ze zijn bewaard.
Ze zijn verjaard.


Recente reacties