Resultaten voor het trefwoord zelfmoord

de duivel en de koe – delphine lecompte

Er zit een goedgeklede duivel tegenover mij
Hij wil dat ik minder over mijzelf schrijf
Hij vraagt aan de waard of hij zijn GSM mag opladen
We delen een bord koeientongen
Vroeger vereerde ik veel beesten, de koe nog steeds.

Onder de tafel zijn mijn veters los, vooral links is het vervelend
De goedgeklede duivel zegt: ‘Morgen koop ik nieuwe kleren voor jou.’
De waard vraagt of mijn moeder nog altijd zo wild is
‘Bedoel je sletterig?’
De duivel hoont: ‘De appel valt niet ver van de boom.’

Maar ik was nooit zo wild als mijn moeder
Wel altijd zo weglopend als mijn vader
Ik strik mijn veters, dat heb ik van de tuinman geleerd
De tuinman van mijn grootouders was geen duivel
In zijn cel heeft hij vorige week zelfmoord gepleegd.

‘Je denkt weer aan die tuinman!’ Zegt de duivel verwijtend
‘Ik ben blij dat hij dood is.’ Lieg ik
De waard vraagt of mijn vader nog altijd goochelaar op een cruiseschip is
‘Je bedoelt buikspreker. Ja, ze dragen hem op handen. De negentigjarige gravinnen vooral.’
De duivel staat op om een praatje te maken met een jongere vrouw.

Ze palaveren over tapijtenkloppers, en over het Lam Gods
De jongere vrouw klinkt zelfverzekerd
Alsof ze het van haar ouders heeft geleerd
Het lokken, het strikken.

de zee of de zoo – delphine lecompte

Kop is de zee
Munt is de zoo
Mijn muze krijgt zijn zin
Het wordt de dierentuin
Nochtans was ik de gooier van het geldstuk.

In de dierentuin laat ik het geldstuk vallen
Op de gepantserde rug van een profeetoude krokodil
Ik geef de wens aan een verbrand kind met oerslechte ouders
Hij gebruikt de wens om zijn moeder te wurgen
En vraagt of ik nog een euro kan missen voor de zelfmoord van zijn vader.

Mijn tweede en laatste euro rolt van het gekartelde schild van een piepjong gordeldier
Toch pleegt de vader van het verbrande kind zelfmoord
Maar hij wacht tot zijn zoon in de goot ligt
Met kromme sonnetten over verlepte kustgoochelaars
Hij wacht tot zijn zoon doof en onvindbaar is.

Na de stenen tijdperkmonsters geef ik mijn muze eindelijk mijn handen
Hij kneedt heel voorzichtig mijn vereelte klauwtjes
Alsof ze onderkoelde vogeltjes zijn
Ik huil omdat zijn voorzichtigheid nooit aarzelend is
De grootste bizon geeuwt omdat het onweer hem verveelt.

We schuilen voor de regen in het nachtdierengebouw
De vleermuizen weigeren de duisternis te erkennen
En hangen weerbarstig als rouwvlaggen te dromen van rotsschilderingen
De goedgelovige nachtdieren lossen onze makke verwachtingen in
Maar ik wil nog steeds naar de nietsontziende zee.

mijn ex-bakker speelt dat hij het redt – delphine lecompte

Mijn ex-bakker speelt met treintjes
In een onverschillig rijk (Frankrijk)
Terwijl zijn vrouw een gilet haakt
Voor de kersthond waar ze op hoopt
Ze zijn huidziek noch schrijnend
Toch huilt de bakkersvrouw vandaag.

Wanneer de bakkersvrouw bijna uit
Gehuild is belt ze haar jongste zuster
Die nog in België woont
De zuster haakt ook een vest
Maar niet voor een messianistische mastiff.

Na het telefoongesprek pleegt
De bakkersvrouw zelfmoord
Met de leiband van de komende hond
Mijn ex-bakker wordt door zin in suikerwafels
Gedreven naar beneden.

Ze bengelt en hij maakt haar los
Op de radio zegt een gebroken polsstokspringer
Dat hij zijn gokverslaafde vader nooit meer wil zien
Voor de ambulance arriveert
Heeft mijn ex-bakker drie suikerwafels verorberd.

Mijn ex-bakker speelt met verweerde passagiers
En verwaande conducteurs in een hol herenhuis
Het sneeuwt en de mastiff dreigt
Te stikken in een goederenwagon
Maar mijn ex-bakker redt de hond.

love-suicide – calvin smith

Ze verdwaald pijnlijk langzaam tot
ik stik van echt plezier
is er nooit spraken, waar
ik niks meer vind dan
haar naam, bonkend in mijn hoofd

Pijn is slechts mistig als
mijn kleine wereld zwart vervaagt
onze liefde in grote inkt druppels
likken we droevige wolkenkrabbers af
grond lijkt te hoog,toch springt ze 50 meter

Sirenes gillen door de straten
flats draaien om me heen
staat onze leven stil
zit ik hier te bidden voor
haar laatste zonde, zelfmoord

* – onbezield

papier is geduldig
ik niet

een aanrollende golf van woorden, gevoelens, klacht, smart, misère, dood, dood, wensen, energieloosheid, op, moeheid, verontwaardiging, pijn, lefloosheid, lijdzaamheid, dood, zelfmoord, depressie, angst
doet acteren

een era van zwijgen is voorbij
lijdzaam toezien is een gepasseerd station

hoe zou ik graag
weer mijn ogen openen
zonder tranen overzien
vrij ademen
mijn wereld, jouw wereld

zelfmoord en doop – delphine lecompte

Mijn moeder verwenst mij tijdens de doop
Ze is niet uitgenodigd en draagt paars
Er hangen haaientanden aan haar handtas
Ze kletteren als boze kraaien op een warme motorkap
Een schriele oom probeert haar buiten te werken
Het duurt uren en het doopfeest wordt stopgezet.

Na de geaborteerde doop zwerf ik rond
In de kuststad waar ik gewoond heb
Is iedereen op zoek naar een bloedende afgod
Om een centje bij te verdienen
Een fortuin om de lokroep van de golfbrekers te ontvluchten
Maar iedereen keert uiteindelijk terug
En 90% van iedereen glijdt moedwillig uit.

Ik ben nog steeds aan het rondzwerven
Nu betreed ik een tempel
Hier kan je Chinese calvados drinken en
Gokken op paarden die genoemd zijn naar vermoorde filmsterren
Hollywood, maar ook Bollywood, Praag en Oostende
In een achterkamertje vind ik de zoon van de uitbater
Toen we twaalf waren kreeg ik zijn melktanden
In de plastic schatkist van zijn waterschildpadden
Hij dacht dat het hem recht gaf op mijn ontmaagding.

Hij kust mij op mijn linkerwenkbrauw
We roddelen over mijn moeder en
Halen herinneringen op aan zelfmoorden van vroeger
De explosieve van de loodgieter, de banale van de schoonbroer van de sponzenverkoper,
De twijfelachtige van de notarisvrouw, de moedige van de schoenmaker
De stinkende van de taxidermist, de nobele van zijn moeder.

mannen met hamers – delphine lecompte

Mannen met hamers hangen aan de muur
Wanneer ik droom schrijft de onderbuur
Mijn autobiografie, ik kom er niet mooi uit
Hij noemt mij ‘venijnig’, ‘psychotisch’, en ‘immoreel’
Zware etiketten voor een kind van acht jaar.

Ja, mijn biograaf is acht jaar oud
Een vilein wonderkind
Geadopteerd natuurlijk
Door anesthesisten natuurlijk
Ik ken zijn naam niet
Maar ik weet dat hij onberekenbare nieren heeft
En een terriër die Otto heet.

Mannen met hamers zijn sculpturen van zijn natuurlijke vader
Hij moest zijn zoon wel opgeven
Van de rechter die vitabis en terpentijn een ongeschikt dieet vond
Wat weet zo’n rechter van vaderliefde
Zo’n rechter die zijn twee zoons naar een koksschool in Zwitserland stuurde
En geen traan wegpinkte toen de jongste in fondue stikte
En twee jaar later geen traan uit zijn ogen geperst kreeg
Toen de oudste zelfmoord pleegde onder een koekoeksklok
Onder of met die klok, daar wil ik vanaf zijn.

Mijn vader ziet mij graag
Geen gevangenis kan ons scheiden
Geen cactus moet ons dichterbij brengen
We zijn inventief genoeg om zonder patatten vodka te brouwen
We zijn sterk genoeg om zonder hamers tewerkstellingslokalen te verbouwen
We zijn lief genoeg om elkaar geen vergif te geven.

angst niet langer, niet meer – delphine lecompte

De lichten schijnen op de tanden van
De kuisvrouw die stom is geworden na de ontvoering
Ze is zich bewust van haar lever en
Ademt op het ritme van mijn papegaai
Op mijn linkerschouder zegt hij: ‘Ik heb mijn vader vermoord!’

Na de foto’s word ik naar buiten gestuurd
Met het boodschappenlijstje van een avontuurlijke pottenbakker
Verdwaal ik in een kuststad waar twee ooms ver van de zee zelfmoord
Hebben gepleegd, ook zij waren pottenbakkers en boeddhisten
Het is van de oudst geworden oom dat ik deze papegaai heb geërfd
Op mijn rechterschouder beweert hij: ‘It isn’t worth a dime!’

Toch koop ik de opzichtige juwelen en spreek ik de man naar de mond
Maar het irriteert hem dat ik glinster aan mijn duimen
Hij denkt dat het bijgeloof is en rukt een amulet uit mijn kut
Nu denk ik aan een andere planeet en spijt het mij dat
Ik nee heb gezegd tegen die pannenkoek die vooral een landschap was en
Uiteindelijke belandde op de schoot van een architect zonder kraaienpoten, zonder tuin.

bloeden versus brullen – delphine lecompte

In de stad van de strijdvaardige stieren kopen we twee maskers
Nu kunnen we een bank overvallen of de liefde bedrijven
Alsof we ons nooit vervelen, alsof we geen gemeenschappelijke taal hebben
Uiteindelijk besluiten we arm te blijven en je kust mijn schouderbladen
Zonder masker ben je een oude man die zich kan verdedigen tegen de technologie die
De communicatie van de vleermuizen verstoort en zijn duiven tot zelfmoord dwingt.

De grote thema’s liggen voor het rapen
Op de koude tegels van de kerk bloedt een vrouw
Het is niet erg, het is hysterie, zegt een koster met een droge huid
Terwijl jij G-d om medailles en nieuwe remblokken vraagt, plan ik
Onze volgende maaltijd, wat zullen we eten, wat zullen we brullen
Wanneer de dame aan het tafeltje naast het onze stikt in de ossenstaart?

We eten sandwiches met geitenkaas in de tuin van een boekbinder
Hij is niet thuis, hij viert de verjaardag van zijn dochter in een andere stad
Zijn dochter vindt hem laf en kil, hij houdt niet van haar scherpe gelaat.