Resultaten voor het trefwoord woede

beëlzebub – iniduo

Het is al één uur en ongemerkt middag, na nachten doorwaken
en verdwalen in letters op het toetsenbord. Gedachten dwarrelen
nog steeds binnen vanuit sterrenstelsels en gangen van kinderlijk

verleden. Ga weg, gespuis. Maak frisse ruimte voor ijverig gebezem,
blaas stof uit de hoeken van het heelal. Wat is toch dat venijnig geraas
van draaikolken achter de windstilte. Dat schuilt als zuchten of zwijgen

nu eikenbladeren eenzaam wiegen. Dat wortelt als dromen in bomen.
Welke genen neigen naar schurende woede. Zelfs nu het vlees is gepijnigd
tot rauwe biefstuk. Zelfs nu het zowaar routineus avond lijkt te worden.

opgave – bennie spekken

de rillingen van het krijt
dat uiteindelijk knapte
door te hoge druk
op het bord voor zijn kop
die met een ruk van romp
en korte ledematen
rechtsomkeert de puberharten
verlammen deed van schrik

zijn stem sloeg over
zijn woede richtte zich op
mij? ja jou moesten ze
met een raket naar de maan
schieten klootzak waarop
een hagelbui losbarstte
tromgeroffel op het plat
dak van het noodgebouw

hij zag van het plafond
als jezus aan het kruis
op de verdoofden neer
liet zijn boeken behoedzaam
in zijn tas glijden klikte deze
dicht met de woorden tot hier
en niet verder en verdween
door het gat van de deur

de kyteman-paradox – maaike klaster

In woede uitbarsten mag niet meer.
Daar kunnen de machomannen van Nederland niet tegen,
omdat ze dan ontmaskerd zullen worden als de Wizards of
Oz, als de miezerige schlemielen die zij in werkelijkheid
zijn. Op de radio zijn micropenis-dj’s aan het woord die
tegenwoordig niet veel meer kunnen dan heel hard om hun
eigen scheten lachen. Dat is knap, een scheet laten! Daar
wil het Nederlandse luistervolk meer van weten. Hoe doen
ze dat toch, iedere dag met zoveel plezier steeds meer van
zichzelf laten horen ten koste van al het muzikale talent dat
zich weken, maanden, jaren in het zweet heeft gewerkt voor
hun en ons vertier? Misschien hebben die dj’s zo lang in hun
Hilversumse studio, hun Glazen Huis opgesloten gezeten dat
zij het contact met de rest van de mensheid stukje bij beetje
zijn kwijt geraakt; dat zij in al hun volwassen onschuld zijn
gaan geloven dat muziek componeren, schrijven, opnemen,
spelen – met de wereld delen – vergelijkbaar is met een potje
ruften; dat het dus niet uitmaakt welke artiesten ten gehore
gebracht zullen worden, welke plaat er wordt gedraaid. Als
onze o zo gezellige mannetjes van de radio maar in koor
kunnen la ha ha achen – en wee je gebeente als je niet mee
lacht! Daar denken deze windenlaters mee weg te komen,
want wie achter de schermen de knoppen bedient, is aan de
macht. Toch, jongens?

Waar jullie blijkbaar niet aan hebben gedacht, is dat die
artiesten zonder jullie nog steeds hun brood verdienen,
maar dat zonder hen en zonder hun muziek jullie vak ook
niet zou bestaan. Een bedankje, iets meer nederigheid, een
beetje meer R-E-S-P-E-C-T zou op zijn plaats zijn.
Doe Maar, ja. Zo hoorde ik er twee nog niet zo lang
geleden, na het spelen van The Mushroom Cloud – die van
The Kyteman Orchestra dus; niet die van hen – zeggen dat
dit wat betreft 3FM zo ongeveer het enige draaibare
nummer van het album was. Hoe noem je zoiets? Muzikale
verkrachting? Eerst zeggen: Kom eens hier, schatje, wat
ben je mooi – en dan die ander met een mes penetreren, het
hoofd afhakken. Heel slim gespeeld, want je kunt achteraf
altijd zeggen dat je je best hebt gedaan; dat je, in dit geval,
Kyteman en de zijnen toch echt een kans hebt gegeven.
Alleen een beetje doorzichtig, deze retorische verdwijntruc
uit de oude goocheldoos. Wat jullie, lieve kijkbuiskinderen?
Waren deze twee diskjockeys niet gewoon een beetje gemeen?
Misschien waren zij een beetje bang geworden toen zij bij het
beluisteren van dit kleine meesterwerk ontdekten dat er
iemand in Nederland rondloopt die grotere ballen heeft dan
zij – om over de rest van het het zaakje maar te zwijgen; dat
diegene boos kan worden en niet zo’n beetje ook. Zoveel
woede, dat kenden deze ginnegappers niet; zoveel rauwe,
kwetsbare mannelijkheid hadden zij nog nooit vernomen.
Daarvan krompen zij en hun klokkenspel zover ineen dat er
niets meer overbleef om mee te spelen; daar begonnen zij
van te bibberen en te zweten, gingen zij nog luider van
ouwehoeren, nog harder van zitten scheten. Totdat
uiteindelijk alle melodie werd overstemd. Dat stel noemt zich
dan Mannen Met Een Hart Voor De Muzikale Zak. Heel
overtuigend vakbekwaam en met zoveel charme gebracht!

Wat natuurlijk ook nog zou kunnen, is dat onze dappere
audiovrienden bang waren dat die geile, Franse hijgrapper
betere seks heeft dan zij. Maar goed, zo kan ik nog een
duizendtal plausibele redenen voor hun wangedrag
aanvoeren. Wat blijft, is dit: Waarom luisteren wij muziek?
En als wij die klanken, liederen, albums, ritmes, beats en
melodieën zo belangrijk vinden, waarom eren wij
degenen die ons die rijkdom geven niet? Zijn mensen echt zo
bang voor een beetje woede, voor een beetje verdriet?
Als antennes konden huilen, dan schreeuwden zij het uit.

Luister.

Colin & co kunnen boos worden, maar ik in mijn eentje
word bozer. Dat is nu eenmaal zo. Geen paniek, ik ben heel
lief, maar als die hondsberoerde, hoerenlopende 3FM-bende
nu niet als de wiedeweerga The Kyteman Orchestra uit de
prullenmand vist, krijgen ze met mij en mijn Army Of Lovers
te maken. Maak dan je borst maar nat.

relatie – dani nacca

‘Te gepassioneerd?’
vroeg hij haar.
Ze vertelde hem dat er
geen antwoord was.

Geslagen met gerijpte woorden,
lichtloos opgegroeid in het
bewustzijn. Woorden zo bitter
op een mens eerlijk als hij.

Haat is liefde, zei ze na de
zoveelste ruzie. Vertrouwen
is woede, op zijn beurt vindt
woede plaats in het hart.

Maar toch verhuisden ze
samen naar andere dorpen,
zagen andere mensen, tuinkabouters
en tuinhekken. ‘God ik heb nooit
geweten dat er zoveel verschillende
tuinhekken bestonden!’ Zeiden
ze weleens, plezierig verbonden
door gezamenlijke binnenpretjes.
Niemand vroeg zich af, of er meer moest zijn.

Zo verfden ze hun schilderij egaal blauw,
beetje bij beetje, totdat op een dag
de laatste centimeter ingekleurd was, en
ze gedwongen waren afstand te nemen,
een meter naar achter te lopen en het
resultaat van hun bestaan te aanschouwen.

Bruin

rood van woede – wim de roo

Langs bakken vol
kadavers
trok ik je op

dikke vette blaren
onder hete zomerlucht
en tuchtig rook ik bloed,

briesend als een paard
als ik op klompen binnenklapte:
amper uit de kluiten,

mouwen tot de nek toe opgestroopt,
razend rood van woede…
dampend lag je telkens

in mijn klauwen –
nee, vluchten kon je niet,
distels vretend van mijn razernij

deed ik me te goed aan jou
en in een waas van weerloosheid
gaf jij je

aan mij

vette pech – ellen vedder

geboren op een slechte plek, ma’s liefde
resoneerde op alcohol, pa moest toch ook
zijn woede uiten en sloot zijn handen

om jouw keel, je dreef in stukken weg
uit het gezin zonder garantie, je zocht hulp
bij zo’n jeugdinstantie, die zijn best deed

een dicht dossier over jouw leven schreef
dat als kort artikel eindigde in de krant
op een koude vrijdag in januari

* – berrie vugts

De kunstvluchteling
slaapt onder het viaduct

wekt woede (slapend)
tegen nieuwe windmolens

Het aangezicht ettert babytaal
krast bomen uit

Losgerukt uit andermans tuinen

de sluier van gaia – stoney pete

Van de andere kant gezien
is waarheid illusie
en ja nee of misschien

Tussen liefde en ruzie
ligt een leeg land, louter
zee, strand en woestijn

De schepen zeilen er
op jouw adem
in het licht van jouw ogen

Niemand daar vademt jou
Mijn vader is hun conclusie
Ze doden in zijn naam

Zijn woede was hun onweer
Hun wereld is nu woest
en ledig

Maar onder een rode maan
kus ik je
en daar komt de zon weer

controlfreak – richard kamsteeg

Over je graf heen
beangstig je me nog.

Ik ben je regelmatig kwijt de laatste tijd.
Steeds dieper in mezelf moet ik zoeken
om je nog te vinden.

Dat beangstigt mij.

Het verdriet en de woede die ik koesterde,
de pijn die ik droeg als een doornenkroon,
de angst voor zonder jou verder –
dat alles is steeds vaker zoek.

Ongemerkt ben ik ergens
de controle kwijt geraakt.

de betere buurt tegenover ons – hans van willigenburg

Ha!
Drama.

Entree!
Probleem.

Hoera!
Tegenslag.

Bravo!
Belediging.

Te midden van de overdaad
aan draaiende wasmachines,
fraaie uitzichten,
blakende gazons,
diepe oprijlanen
en gestreken kleren
zich ook nog vergezeld te weten
door iets dat toe kan slaan:
verdediging, adequaatheid vereist.

De knalharde dreun, de knisperende woede
waarmee het portier
van het slanke sportmodel
de zoele avond open rijt.

Met gierende banden
een erotische curve
nemende lotsbestemmingen.

Wij, die uit het raam kijken,
een andere zender kiezen,
en twijfelen. Pinda’s? Chips?