Ze had de hele nacht geschemerd, haar man laten denken dat ze al sliep, ’s morgens bij de koffie was het stil alsof er een zwart-witfilm een halve minuut op pauze stond. Ze denkt dat hij het niet heeft begrepen, want toen hij de sleutels van de garage pakte legde hij gewoon zijn vuile boxershorts op de wasmachine alsof er niets gebeurd was, ze denkt zelfs dat hij niet weet dat het haar allemaal veel te veel wordt. Op het moment dat de voordeur terug in het slot valt staat ze direct op, loopt naar de wasmachine en smijt zijn boxershorts in de vuilcontainer in de achtertuin. Zo, vandaag even helemaal niks, geen man, geen slaap, geen televisie en al helemaal geen schone was, vandaag is alles lui en smerig. Hij komt er nog wel achter dat ze het echt niet leuk meer vindt, maar voor nu is hij naar z’n werk en staat zij te janken achter de ramen, het leven is zwaar kut soms, ja soms wel.
Resultaten voor het trefwoord werk
in een kamer die ik thans vervreemd, heb ik mij ontheven
van mijn werk, mijn plichten, mijn gevoel
van mijn liefde die verzandt in het gekende,
het voorspelbare vooral
achter gesloten deuren heb ik mij onteigend van mijn lichaam
ben ik ontdaan van mijn omgeving
het is nu afwachten
maar ik blijf hoopvol niettemin
‘Neemt niemand de telefoon op?’
wat is er eigenlijk mis met flessenpost aangezien
overzeese dromen smoren in een ongewilde noodstop
ik ben aan een dampige broodtrommel ontsproten
maar de kruimels achtervolgen alle geluiden in stilte
niettemin ben ik op weg, heb ik mijn land ontsloten
twaalf uur slaat de klok, de dag is doormidden gebroken
koffie uit automaten laat plastic achter in de mond
en smaakt bitter, ik weet het, ik heb eraan geroken
de stoet komt weer op gang zonder dat ik het merk
roest van de ziel is nu verwaaid met stuifzand in de lucht
genoeg gelummeld, geld moet rollen, aan ’t werk
op doordeweekse dagen is de aandacht niet bij de les
het schuim van hoge golven lonkt in de razende storm
ik voel een getemde zee maar werp mijn fles
Bij tijd en stond stond ik op zolder te kijken
Of het stof zou wijken uit eigen initiatief
Of de minderheid de dode tijd zou verbeiden
Tot de meerderheid haar mening zou kwijten
En die eersten blasfemie zou verwijten
Dan sprongen wat haartjes recht op mijn rug
Stofdeeltjes van tussen mijn tenen, dikke
Onsjes woede van tussen de melkwitte rondingen
Van de namaak-Rubens op de schoorsteenmantel
Als ik opgeladen was strekte ik de arm
En vouwde de krant tot een stofzuiger
Die meteen aan zichzelf begon te zuigen
Zoals een hond zijn staart achternazit
Toen de geletterde zelfzuiger aan Hades’
Poorten stond stond ik op zolder te kijken
Naar mijn werk van barmhartigheid, nam
Een foto en plaatste die op Facebook.
Het leven is een harde leerschool
de meesten hoef je niets te zeggen
ze hebben
geen werk, geen huis, geen land
lopend over straat
op zoek naar een kop koffie
en een knaak
we geloven allemaal ergens in
de gastvrouw heeft zoete koekjes
niet zelf gebakken natuurlijk
stilte valt,
de klok slaat,
een hap adem
voordat ik verder praat
morgen vroeg of laat
gooit hij zijn bagage af
dan jaagt de angsthaas
de stuipen op het wijf
het hoofd van de afdeling
Communicatie
morgen gaat hij
gewoon aan het werk
alleen je binnen te laten is
een dag werk, want ik denk
de hele avond de hele dag
telkens komt het op mij aan
alsof jij niet bent, en dat
ben je ook nog niet, en toch
dat je helemaal niets doet
als ik je beroof, dat niemand
me tegenhoudt als ik links
loop of schreeuw op straat
het is teveel, ik mag teveel
en niemand zegt waarom
of waar of hoe of waardoor of
uitgedacht, afgemat, nog voor
het fornuis me roept en het
gehakt het koud heeft en het
bed mijn opgevouwen vormen
mist, de klok die me dwingt
althans iets te kiezen
alsof het hele huis me klaar
wil stomen je binnen te laten
om me zo te lozen, en me zo
te dwingen mens te zijn, en
alleen je binnen te laten is
al een verzoek of ik binnen
mag treden en dat we als je
blieft even samen mens zijn
want alleen is het me te veel
winst remt groei
kwaliteit kost geld
tel je kosten, tel je uren
als je veel verkoopt of werkt
verdien je meer
(dan als je minder verkoopt of werkt)
als je dure dingen maakt of diensten verricht
verdien je ook meer
(dan als je goedkope dingen maakt of diensten verricht)
met andere woorden,
ik zit niet aan uw inkomen,
wie goed werk levert krijgt goed betaald –
maar aan uw winst,
de loutere verrijking
die ik wil stoppen
om het verarmen
aan de andere kant
te stoppen
Ik vervang de afvalzak,
doe de afwas, de was, boodschappen,
eet en drink.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Ik zet de computer aan, de tv,
youtube, teletekst.
Deuren en ramen open. Frisse lucht, zuurstof.
Ademhalen, kleine traantjes.
Het licht uit en aan.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Mensen gaan naar hun werk, naar huis,
naar vrienden, naar hun geliefde.
Lopend, met de fiets, de auto of de trein.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door, door, door.
Keihard door, door en door en door.
Ik sta nog steeds stil alleen.
Net de kleren, de haren
De schoenen gepoetst
Het ochtendritueel met een paraplu
Die beschermt tegen de regen
Al het werk dat ik heb gedaan
Zodat ik er op mijn best uit zie’als…’
Terwijl ik stiekem beter weet
Ik kom je ook vandaag vast niet tegen

Recente reacties